Gedaan met laden. U bevindt zich op: Circulariteitsgraad van het materiaalgebruik Milieu en natuur

Circulariteitsgraad van het materiaalgebruik

Gepubliceerd op 29 oktober 2026 • Volgende update: november 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Circulariteitsgraad van materiaalgebruik in 2024 op 19,3%

De circulariteitsgraad van het materiaalgebruik (circular material use rate of CMUR) lag in 2024 in het Vlaamse Gewest op 19,3%. De circulariteitsgraad geeft de verhouding weer tussen het circulaire materiaalgebruik en het totale materiaalgebruik.

Tussen 2014 en 2016 steeg de circulariteitsgraad van 13,6% naar 15,4%. Na een daling tot 14,7% in 2017 nam de circulariteitsgraad opnieuw toe tot 16,5% in 2021. In 2022 volgde een terugval tot 14,8%, een gelijkaardig niveau als in 2017. Daarna was er opnieuw sprake van een stijging, tot 19,3% in 2024. De relatief sterke stijging in 2024 hangt samen met de sterke daling van de materiaalconsumptie door de economie (domestic material consumption of DMC) in dat jaar. Over de volledige periode 2014-2024 vertoonde de CMUR, met uitzondering van de dalingen in 2017 en 2022, een stijgende trend.

De circulariteitsgraad meet de inspanningen van een land of regio om eigen afvalstoffen in te zamelen voor recyclage en om te zetten in binnen- of buitenlandse verwerkingsinstallaties tot secundaire materialen. Hierdoor vergroot het wereldwijde aanbod van secundaire materialen waardoor minder primaire grondstoffen nodig zijn.

Totaal materiaalgebruik daalde in 2024

De circulariteitsgraad geeft de verhouding weer tussen het circulaire materiaalgebruik en het totale materiaalgebruik. De teller ‘circulair materiaalgebruik’ is volgens de Eurostat-methodologie gelijk aan de hoeveelheid afval die in binnenlandse verwerkingsinstallaties wordt gerecycleerd, verminderd met de invoer van afval voor terugwinning of recyclage en vermeerderd met de uitvoer van afval voor terugwinning of recyclage. De noemer ‘totaal materiaalgebruik’ is de som van het circulaire materiaalgebruik en de materiaalconsumptie door de economie (DMC).

Tussen 2014 en 2024 steeg het circulaire materiaalgebruik met 30%, van 24,1 miljoen ton tot 31,2 miljoen ton, ondanks een tijdelijke afname in 2021 en 2022.

Over dezelfde periode vertoonde het totale materiaalgebruik een wisselend verloop. Het steeg van 177,9 miljoen ton in 2014 tot 194,5 miljoen ton in 2017 en daalde vervolgens tot 177,6 miljoen ton in 2021. In 2022 volgde opnieuw een sterke stijging, tot 192,7 miljoen ton. In 2023 bleef het totale materiaalgebruik nagenoeg stabiel, waarna het in 2024 sterk daalde tot 161,7 miljoen ton. Omdat de materiaalconsumptie door de economie een groot aandeel heeft in het totale materiaalgebruik, bepaalt die in belangrijke mate de evolutie van het totale materiaalgebruik.

Niet-metaalhoudende mineralen wegen het sterkst door in circulariteitsgraad

Naar materiaalcategorie leverden de niet-metaalhoudende mineralen in 2024 veruit de grootste bijdrage aan de circulariteitsgraad. Zij waren in 2024 goed voor 14,3 procentpunten van de circulariteitsgraad. Daarna volgden biomassa (2,7 ppt.), metaalertsen (1,7 ppt.) en fossiele energiedragers (0,6 ppt.).

In 2024 vertegenwoordigden de niet-metaalhoudende mineralen 45% van de materiaalconsumptie door de economie en 73% van het gerecycleerde afval.