Gedaan met laden. U bevindt zich op: Materialenvoetafdruk Milieu en natuur

Materialenvoetafdruk

Gepubliceerd op 29 september 2023 • Volgende update: december 2024
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Materialenvoetafdruk tussen 2012 en 2021 gestegen met 2%

Het voortschrijdend gemiddelde van de in het Vlaamse Gewest steeg van 193 miljoen ton in 2012 naar 196 miljoen ton in 2021 (+2%). Vanaf 2019 was er een daling merkbaar in het voortschrijdend gemiddelde van de materialenvoetafdruk. Het gaat om het totaal aan primaire grondstoffen die wereldwijd ontgonnen worden voor de finale consumptie van goederen en diensten in het Vlaamse Gewest.

Het voortschrijdend gemiddelde van de materialenvoetafdruk per inwoner steeg tussen 2012 en 2018 van 30,4 ton per inwoner naar 34,6 ton per inwoner. Vanaf 2019 daalde het voortschrijdend gemiddelde van de materialenvoetafdruk tot 29,5 ton per inwoner in 2021.

Materiaalproductiviteit lag in 2021 op 1,23 euro per kg

Door het bruto binnenlands product (bbp) uit te drukken ten opzichte van de materialenvoetafdruk, wordt de materiaalproductiviteit van een land of regio gemeten: het vermogen om aan dezelfde consumptie te voldoen met minder primair materiaalverbruik, inclusief de indirecte consumptie van materialen. Een toename in de materiaalproductiviteit duidt op een verbeterde milieuprestatie van de productieketens. De materiaalproductiviteit lag in het Vlaamse Gewest in 2021 op 1,23 euro per kilogram (kg).

Het voortschrijdende gemiddelde van de materiaalproductiviteit kende een daling in de periode 2012-2018 en steeg daarna vanaf 2019. In de periode 2012-2021 steeg het voortschrijdend gemiddelde van de materialenvoetafdruk minder snel dan het bbp. Voor het Vlaamse Gewest was er dus sprake van een relatieve van het bruto binnenlands product ten opzichte van de materialenvoetafdruk.