Metadata: Materialenvoetafdruk
Verantwoordelijke entiteit
Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM)
Metadatafiche laatste update
22-09-2026
Databron
Administratieve bestanden, materiaalstroomrekeningen, handelsstatistieken en economische statistieken. Jaarlijks.
Statistische populatie
Alle primaire grondstoffen die wereldwijd worden ontgonnen voor de finale consumptie van goederen en diensten in het Vlaamse Gewest. Het betreft biomassa, metalen, fossiele energiedragers en niet-metaalhoudende mineralen.
Variabelen
De volgende variabelen worden weergegeven:
- Materialenvoetafdruk, in miljoen ton (voortschrijdend gemiddelde N = 3)
- Materialenvoetafdruk per inwoner, in ton per inwoner (voortschrijdend gemiddelde N = 3)
- Materiaalproductiviteit, in euro per kilogram (voortschrijdend gemiddelde N = 3)
Bewerkingen
De materialenvoetafdruk (Raw Material Consumption, RMC) beschrijft het totaal aan primaire grondstoffen die wereldwijd ontgonnen worden voor de finale consumptie van goederen en diensten in het Vlaamse Gewest. Deze primaire grondstoffen zijn ingedeeld in 4 materiaalcategorieën: niet-metaalhoudende mineralen, fossiele energiedragers, biomassa en metalen. De RMC geeft een beeld van de globale impact van de behoeften van het Vlaamse Gewest en beschrijft niet enkel de werkelijk verhandelde hoeveelheden producten wanneer ze de landgrenzen oversteken, maar ook de indirecte grondstoffen onttrokken stroomopwaarts tijdens de volledige productieketen van deze verhandelde goederen en diensten.
De RMC vertrekt van de Materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie (Economy-Wide Material Flow Accounts, EW-MFA) die verplicht gerapporteerd moeten worden door elke lidstaat van de Europese Unie aan het Europese statistiekbureau Eurostat. Hierbij worden de fysieke importstromen (IMP) en exportstromen (EXP) omgezet naar grondstofequivalenten (IMP-RME & EXP-RME) aan de hand van Europees geaggregeerde RME-coëfficiënten. Eurostat doet jaarlijks een schatting van de RME-coëfficiënten voor 182 Europese productgroepen op basis van een Europees model.
Raw Material Consumption (RMC) = Domestic Extraction Used (DEU) + Import in grondstofequivalenten (IMP-RME) – Export in grondstofequivalenten (EXP-RME)
Accuraatheid
Voor het Vlaamse Gewest moet de RMC geschat worden, aangezien er geen officiële EW-MFA voor het Vlaamse Gewest worden opgemaakt. Voor de bepaling van de RMC voor het Vlaamse Gewest is een schatting nodig van de Vlaamse ontginning en Vlaamse internationale handel (handel van het Vlaamse Gewest met het buitenland) en interregionale handel (handel van het Vlaamse Gewest met het Brusselse Gewest, het Waalse Gewest en het extraregionaal gebied). Deze Vlaamse handel dient vervolgens uitgedrukt te worden in grondstofequivalenten.
Om de RMC te bepalen worden meer dan 9.000 handelsstromen (op het niveau van producten) geaggregeerd met behulp van 182 RME-categorieën (op het niveau van productgroepen). Bijgevolg is de schatting van de RMC minder betrouwbaar. Daarom wordt hier het voortschrijdend gemiddelde opgevolgd en niet de absolute waarde van elk jaar apart. Het voortschrijdend gemiddelde werd berekend op basis van het jaar zelf en de 2 voorgaande jaren.
Om enkele grote schommelingen in handelsgegevens te corrigeren, werd een correctie toegepast. De verhouding tussen hoeveelheid en euro werd berekend, samen met gemiddelden, medianen, kwartielen en interkwartielafstanden per product (voor zowel invoer als uitvoer, apart voor hoeveelheid en euro). Om uitschieters te identificeren, werd de regel van 1,5 keer de interkwartielafstand gebruikt. Omdat dit een beperkte benadering is en grote schommelingen realistisch zijn, werd deze afstand vermenigvuldigd met 10. Op deze manier werden alleen onrealistisch grote schommelingen gecorrigeerd. Om rekening te houden met prijsschommelingen eigen aan het product passen we een tweede outlier detectie toe. Deze bekijkt het verschil in de verhouding tussen hoeveelheid en euro voor de invoer en uitvoer. Als een waarde als uitschieter wordt beschouwd, wordt het gemiddelde van de drie voorgaande jaren en drie volgende jaren van de verhouding tussen hoeveelheid en euro vermenigvuldigd met de waarde in euro. Deze correctie wordt toegepast op alle cijfers tussen 2010 en 2024.
Naar analogie met de berekeningen tot en met 2023, zijn de volledige gegevensreeksen van de invoer en uitvoer van materialen tussen 2010 en 2023 opnieuw berekend vanwege wijzigingen in de handelsgegevens door de NBB.
De RME-coëfficiënten van Eurostat (country RME tool), die worden gebruikt om de invoer en uitvoer uit te drukken in voetafdrukken, zijn vernieuwd voor alle jaren in de tijdreeks van 2010 tot 2023. De coëfficiënten voor 2023 worden ook voor 2024 gebruikt, maar de coëfficiënten voor 2024 zullen in de komende jaren worden bijgewerkt om een meer realistische weergave van de prijsveranderingen te bieden. Voor de coëfficiënten van dit rapport werd de versie van februari 2026 gebruikt.
De conversiefactoren eenheid naar massa die voor bepaalde handelsgegevens nodig zijn werden aangevuld met bijkomende bestanden van Eurostat. Dit verlaagt de onzekerheid die gepaard gaat met het linken van de handelsgegevens doorheen de tijd. Deze link en de bijkomende koppeling aan conversiefactoren kan vertekeningen veroorzaken.
Vergelijkbaarheid
Door toepassing van de Eurostat-methodologie is vergelijking in de tijd en met andere regio’s mogelijk.
Referenties
VITO in opdracht van OVAM: Materiaalstroomrekeningen voor de gehele economie
Steunpunt Circulaire Economie in opdracht van OVAM en Departement EWI: Macro-economic material flow indicators for Flanders 2002-2018