Gedaan met laden. U bevindt zich op: Vertrouwen in instellingen Relatie overheid en burger

Vertrouwen in instellingen

Gepubliceerd op 25 maart 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Meeste vertrouwen in onderwijs en politie

In het najaar van 2025 werd de inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder gevraagd naar hun vertrouwen in 23 verschillende instellingen binnen en buiten de overheid. Ze gaven aan het meeste vertrouwen te hebben in het onderwijs en de politie. Respectievelijk 60% en 57% van de bevolking van 18 jaar en ouder gaf op dat moment aan (heel) veel vertrouwen te hebben in deze instellingen.

Het minste vertrouwen heeft de bevolking in de politieke partijen: 7% gaf aan (heel) veel vertrouwen te hebben in politieke partijen.

Bij de politieke instellingen scoren de gemeentelijke instellingen over het algemeen beter dan de instellingen op provinciaal, Vlaams, federaal en Europees niveau.

Tussen 2024 en 2025 zijn er geen significante veranderingen in vertrouwen zichtbaar. Tussen 2025 en de jaren 2021 en 2022 is het vertrouwen wel toegenomen in de burgemeester en schepenen, het federale parlement, de federale regering, de politieke partijen, het Vlaamse parlement en de Vlaamse regering.

Vergelijkbare cijfers voor de periode voor 2021 zijn niet beschikbaar.

Mannen hebben meer vertrouwen in de pers dan vrouwen

In 2025 hadden mannen (27%) meer vertrouwen in de pers dan vrouwen (19%). Voor de andere instellingen waren er in 2025 geen significante verschillen.

Vertrouwen in Europese instellingen en vakbonden groter bij 18- tot 34-jarigen

Naar leeftijd was er in 2025 een beperkt verschil in het vertrouwen in instellingen. Het vertrouwen van de jongste leeftijdsgroepen was globaal gezien iets hoger dan het vertrouwen van de oudere leeftijdsgroepen. Dat is heel uitgesproken het geval bij het vertrouwen in de vakbonden. 27% van de jongste leeftijdsgroep (18 tot 34 jaar) had vertrouwen in de vakbonden, bij de personen van 65 jaar en ouder ging het om 13%.

Opvallend is ook dat in 2025 bij de oudste leeftijdsgroep het vertrouwen in politieke instellingen het kleinst was in de Europese instellingen en het grootst in de gemeentelijke instellingen. Bij de jongste leeftijdsgroep was dat omgekeerd: daar was het vertrouwen in de Europese instellingen duidelijk hoger dan in de andere politieke instellingen.

Meer vertrouwen in instellingen bij hoger geschoolden

Hooggeschoolden hadden in 2025 veelal meer vertrouwen in instellingen dan laaggeschoolden. Dat geldt voor het vertrouwen in het onderwijs, de politie, het gerecht, de gemeentelijke administratie, de gemeenteraad, de pers, de Europese commissie, het Europees parlement en de Europese administratie.

Laag- en middengeschoolden hebben meer vertrouwen in de vakbonden. 23% van de laaggeschoolden en 22% van de middengeschoolden hebben (heel) veel vertrouwen in de vakbonden, bij de hooggeschoolden lag dat aandeel op 16%.

Geen verschillen in vertrouwen in instellingen naar verstedelijkingsgraad

Er waren in 2025 geen significante verschillen naar verstedelijkingsgraad wat betreft het vertrouwen in de instellingen.