Gedaan met laden. U bevindt zich op: Zorg en ondersteuning voor kinderen – alle soorten opvang Zorg

Zorg en ondersteuning voor kinderen – alle soorten opvang

Gepubliceerd op 11 maart 2026 • Volgende update: juni 2030
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Bijna 9 op de 10 kinderen worden formeel en/of informeel opgevangen

In 2025 maakte 88% van de niet-schoolgaande kinderen van 3 maanden tot 3 jaar regelmatig of beperkt gebruik van opvang. Die opvang gebeurde via formele voorzieningen (onthaalouders, kinderdagverblijven en crèches) en/of door het informele netwerk (grootouders, andere familieleden, huispersoneel, …).

Het percentage opgevangen kinderen in 2025 is vergelijkbaar met het percentage in 2018.

79% van de niet-schoolgaande kinderen tussen 3 maand en 3 jaar wordt opgevangen in de formele opvang (dit kan in combinatie zijn met informele opvang), 68% gebruikt informele opvang (al dan niet in combinatie met formele opvang).

Meer dan de helft (59%) van de niet-schoolgaande kinderen tussen 3 maanden en 3 jaar maakt zowel gebruikt van formele als informele opvang. 20% van de niet-schoolgaande kinderen wordt enkel opgevangen in de formele kinderopvang en 9% enkel in de informele opvang.

Meeste kinderen maken regelmatig gebruik van opvang

In 2025 maakten 83% van de kinderen regelmatig gebruik van de opvang. Dat betekent dat ze wekelijks opvang krijgen van minstens 1 dag van 5 uur of meer, of minstens 3 dagen van minder dan 5 uur (weekenddagen inbegrepen). 5% maakt beperkt gebruik van opvang. Het gaat om kinderen die wekelijks gebruik maken van de opvang maar minder intensief dan de regelmatige gebruikers, of om kinderen die slechts af en toe of maandelijks opvang gebruiken. De resterende 12% van de niet-schoolgaande kinderen maakt zelden of nooit gebruik van opvang. Ook deze percentages liggen in lijn met de bevindingen van 2018.

Groepsopvang met inkomenstarief en grootouders zijn meest gebruikte opvangvormen

Worden kinderen regelmatig opgevangen, dan doet men daarvoor in de helft van de gevallen beroep op groepsopvang die voor de prijsberekening rekening houdt met het inkomen. De tweede meest gebruikte opvanginstantie zijn de grootouders, voor meer dan 1 op de 5 regelmatig opgevangen niet-schoolgaande kinderen is dat het geval.

Formele opvang wordt vaker voltijds gebruikt

Binnen de groep regelmatige gebruikers van formele opvang (al dan niet in combinatie met informele opvang) maakt in 2025 71% deeltijds gebruik van formele opvang. 29% van de regelmatige gebruikers maakt voltijds gebruik van formele opvang.

Slechts 5% van de regelmatige gebruikers van informele opvang (al dan niet in combinatie met formele opvang) maakt voltijds gebruik van informele opvang en 95% deeltijds.

Kinderen worden gemiddeld 3,8 dagen per week opgevangen in de formele opvangen 1,7 dagen in de informele opvang. De formele opvang wordt dus intensiever gebruikt dan de informele opvang.

Grote verschillen naar gezinskenmerken bij opvanggebruik

Er zijn duidelijke verschillen in het gebruik van opvang naargelang de gezinskenmerken.

Gezinnen waarin de moeder werkt, maken veel vaker regelmatig gebruik van formele en/of informele opvang dan gezinnen waarin de moeder niet werkt. Bij werkende moeders ligt het regelmatig gebruik zeer hoog: In 2025 gaat het om 94% bij deeltijdse tewerkstelling en 97% bij voltijdse tewerkstelling.

Bij werkloze moeders daalt dat aandeel tot 45%, en bij huisvrouwen of studerende moeders tot 30%.

Ook de socioeconomische situatie speelt een rol. In 2025 maakt 43% van de gezinnen in kansarmoede regelmatig gebruik van opvang, tegenover 87% van de gezinnen die niet in kansarmoede leven.

Daarnaast doen gezinnen met een moeder van niet‑Belgische origine minder vaak regelmatig beroep op opvang. In 2025 gaat het om 59%, tegenover 95% bij moeders van Belgische origine.

Bronnen