Gedaan met laden. U bevindt zich op: Zorg en ondersteuning voor ouderen Zorg

Zorg en ondersteuning voor ouderen

Gepubliceerd op 26 februari 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2022 woonde in het Vlaamse Gewest 5,2% van de 65-plussers in een woonzorgcentrum. Omgerekend gaat het om iets meer dan 70.000 personen.

Na de daling tussen 2020 en 2021 door de Covid-19 epidemie, is het aandeel in 2022 terug toegenomen. Het ligt wel nog onder het niveau van voor de epidemie. In 2010 ging het om 5,4% van de 65-plussers of iets meer dan 60.000 personen.

Bewoner woonzorgcentrum gemiddeld 87 jaar

In 2022 verbleef in totaal 3% van de mannelijke bevolking van 65 jaar en ouder in een woonzorgcentrum, bij de vrouwen lag dat aandeel op 7%. Vergeleken met de situatie in 2010 is er weinig gewijzigd.

Het aandeel van de bevolking dat in een woonzorgcentrum verblijft neemt toe met de leeftijd. Van de 65- tot 69-jarigen verblijft 0,5% in een woonzorgcentrum, dat neemt toe tot 48% van de 95- tot 99-jarigen en tot 62% van de 100-jarigen en ouder. Vergeleken met 2010 namen die aandelen voor alle leeftijdsgroepen stelselmatig af, wat betekent dat de groep personen die deze leeftijden bereiken en niet in een woonzorgcentrum terechtkomt steeds groter wordt.

In 2022 verbeef 3% van bevolking van 65 jaar en ouder die geen verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering hadden in een woonzorgcentrum. Van de 65 jaar en ouder met een verhoogde tegemoetkoming verbleef 12% in een woonzorgcentrum. Ook deze verhouding is gelijkaardig met de situatie in 2010.

De gemiddelde leeftijd van een bewoner van een woonzorgcentrum lag in 2022 op 87 jaar. De mannelijke bewoners zijn gemiddeld 85 jaar, de vrouwelijke bewoners 88 jaar. In vergelijking met 2010 is de gemiddelde leeftijd met 2 jaar toegenomen.

Aandeel ouderen in woonzorgcentrum hoogst in zuiden van West- en Oost-Vlaanderen

Het aandeel 65-plussers dat in een woonzorgcentrum verblijft, lag in 2022 het hoogst in de zuidelijke arrondissementen van West- en Oost-Vlaanderen (telkens meer dan 6%). In de arrondissementen aan de kust en in het oostelijke deel van Limburg lagen de aandelen het laagst. Daar ging het om minder dan 5%.

Bronnen

  1. Intermutualistisch Agentschap (IMA):