Bestuurstaal in het basisonderwijs en het secundair onderwijs

Regelgeving

Met basisonderwijs bedoelen we het kleuteronderwijs en het lager onderwijs. Een basisschool is een school die kleuteronderwijs en lager onderwijs aanbiedt.

De Gewone Wet van 9 augustus 1980 tot Hervorming der Instellingen bepaalt de bestuurstaal voor de scholen van het GO! Gemeenschapsonderwijs.

De Gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken bepalen de bestuurstaal voor de scholen van het officieel gesubsidieerd onderwijs en voor de scholen van het vrij gesubsidieerd onderwijs.

Homogeen Nederlands taalgebied

In het homogeen Nederlandse taalgebied is het Nederlands in principe de bestuurstaal.

Faciliteitengemeenten

De term ‘faciliteitengemeenten’ is een verzamelnaam voor de rand- en taalgrensgemeenten.

  • De 6 randgemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel zijn: Sint-Genesius-Rode, Linkebeek, Drogenbos, Wemmel, Kraainem en Wezembeek-Oppem.

  • De 6 Vlaamse taalgrensgemeenten zijn: Mesen, Spiere-Helkijn, Ronse, Bever, Voeren en Herstappe.

Ook in de Vlaamse rand- en taalgrensgemeenten is het Nederlands in principe de bestuurstaal.

De scholen in de Vlaamse rand- en taalgrensgemeenten moeten wel rekening houden met de faciliteitenregeling. Inwoners van de rand- en taalgrensgemeenten hebben, net zoals dat het geval is bij de bestuurszaken, recht op zogenaamde faciliteiten. Zij kunnen bijvoorbeeld uitdrukkelijk verzoeken om bepaalde communicatie van de school in de rand- of taalgrensgemeente waar zij wonen in het Frans te ontvangen. Ze moeten dit verzoek wel telkens opnieuw indienen.

Brussel-Hoofdstad

Het Nederlands is de bestuurstaal voor Nederlandstalige basisscholen en secundaire scholen in Brussel-Hoofdstad.

Toezicht en controle

De Vaste Commissie voor Taaltoezicht is verantwoordelijk voor het algemene toezicht op de naleving van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van de Gewone Wet van 9 augustus 1980 tot Hervorming der Instellingen.

De adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant is verantwoordelijk voor het toezicht over de toepassing van de taalwetgeving in bestuurszaken en in het onderwijs in de 6 randgemeenten. Hij of zij kan toezicht uitoefenen op de scholen van het Gemeenschapsonderwijs, de officiële en de erkende scholen in de 6 randgemeenten.

De 6 randgemeenten in de Vlaamse Rand rond Brussel zijn: Sint-Genesius-Rode, Linkebeek, Drogenbos, Wemmel, Kraainem en Wezembeek-Oppem.

De vicegouverneur is verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken in de 19 Brusselse gemeenten.

Sancties

Ambtenaren en gezagsdragers die de taalwetgeving in bestuurszaken niet naleven, kunnen disciplinair gestraft worden.

Handelingen die in de verkeerde taal zijn opgesteld, zijn nietig. Maar, de nietigheid is geen automatisme. Een belanghebbende moet een verzoek indienen bij de bevoegde instantie die de nietigheid moet vaststellen.

De naleving van de taalwetgeving in bestuurszaken is een erkenningsvoorwaarde voor bepaalde scholen. (In extremis kan dit leiden tot een intrekking van de erkenning van de betrokken school.)