Toepassingsgebied van de bestuurstaalwetgeving op overheidscommunicatie

Overheden

Steden en gemeenten, provincies en diensten van de federale overheid

De gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken (ook de Bestuurstaalwet of afgekort: SWT) regelen het taalgebruik voor onder andere de steden en gemeenten, de provincies en de diensten van de federale overheid, voor zover zij voor hun taalgebruik niet beheerst worden door een andere wet.

De precies voorgeschreven bestuurstaal is afhankelijk van de werkkring of het ambtsgebied van de overheidsdienst. De Bestuurstaalwet maakt een onderscheid tussen verschillende soorten diensten naargelang hun werkkring.

De Bestuurstaalwet onderscheidt daarnaast verschillende types communicatie. Daarom is ook het type communicatie van belang om de voorgeschreven bestuurstaal te bepalen.

4 omzendbrieven lichten de taalregels voor de Vlaamse steden, gemeenten, OCMW’s en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden verder toe. Concreet gaat het om:

  • de omzendbrief Peeters: omzendbrief BA 97/22 van 16 december 1997 betreffende het taalgebruik in de gemeentebesturen van het Nederlandse taalgebied.

  • de omzendbrief Martens: omzendbrief WEL-98/01 van 3 februari 1997 betreffende het taalgebruik in de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn van het Nederlandse taalgebied (OCMW’s).

  • De omzendbrief Keulen: omzendbrief BA-2005/03 van 8 juli 2005 betreffende het taalgebruik in de gemeente- en OCMW-besturen en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: interpretatie en gevolgen van de arresten van de Raad van State van 23 december 2004.

  • De omzendbrief Bourgeois: omzendbrief BB 2010/03 van 7 mei 2010 betreffende het verbod op registratie van taalvoorkeur.

Bestuurstaalwet – verschillende type diensten

De Bestuurstaalwet verdeelt de diensten, waarop zij van toepassing is, in 4 soorten naargelang de werkkring van de dienst. We sommen ze hieronder op.

Plaatselijke diensten

Diensten waarvan de werkkring niet meer dan 1 gemeente bevat, zoals bijvoorbeeld het gemeentebestuur of het plaatselijke Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW);

Gewestelijke diensten

Diensten waarvan de werkkring meer dan 1 gemeente omvat, maar niet het hele land, zoals bijvoorbeeld een provincie. 

Let op: we bedoelen hier met gewestelijke diensten niet de diensten van het Vlaamse Gewest of van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;

Centrale diensten

Diensten waarvan de werkkring betrekking heeft op het hele land. Volgens de adviespraktijk van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht gaat het om centrale diensten waarvan administratieve leiding uitgaat en die gevestigd zijn in Brussel-Hoofdstad. Het hoofdbestuur van een federale overheidsdienst (FOD) is een voorbeeld van een centrale dienst;

Uitvoeringsdiensten

Diensten waarvan de werkkring het hele land bestrijkt. Volgens de Vaste Commissie voor Taaltoezicht gaat het om diensten waarvan geen administratieve leiding uitgaat en die niet instaan voor het behoud van de eenheid van de rechtspraak. De uitvoeringsdienst kan volgens de Vaste Commissie voor Taaltoezicht, naargelang het geval, gevestigd zijn in Brussel-Hoofdstad of daarbuiten. Het Paleis voor Schone Kunsten is een voorbeeld van een uitvoeringsdienst.

Bestuurstaalwet – verschillende communicatietypes

De Bestuurstaalwet onderscheidt verder 6 soorten communicatietypes. We sommen ze hieronder op.

Taalgebruik in de binnendienst

Het taalgebruik in de activiteiten van de overheid en de ambtenaren zonder dat zij daarbij in contact komen met andere overheden, ambtenaren van andere overheden, particulieren of het publiek. Het gaat bijvoorbeeld om instructies aan het personeel, interne documenten,…

Taalgebruik in de betrekkingen met andere overheidsdiensten

Het taalgebruik van de overheid met andere overheidsdiensten, zoals bijvoorbeeld communicatie met de hiërarchische overheid, diensten uit het eigen taalgebied of diensten uit Brussel-Hoofdstad;

Taalgebruik in de berichten en mededelingen voor het publiek

Het taalgebruik in de algemene communicatie van de overheid naar een breed, niet-geïndividualiseerd publiek. Het gaat bijvoorbeeld om affiches, opschriften op gebouwen, verkeersborden,…

Taalgebruik in de formulieren

Het taalgebruik in een formulier, zoals bijvoorbeeld een vragenlijst of een aanvraagdocument;

Taalgebruik in de betrekkingen met particulieren

Het taalgebruik in de rechtstreekse communicatie van de overheid met een geïndividualiseerde burger of geïndividualiseerde burgers. Een geadresseerde brief of een gesprek aan het loket zijn bijvoorbeeld betrekkingen met particulieren;

Taalgebruik in de akten particulieren, getuigschriften, verklaringen, machtigingen en vergunningen

Het taalgebruik in documenten waarin een juridische handeling wordt vastgesteld. Het gaat bijvoorbeeld om de akten van de burgerlijke stand, identiteitsbewijzen, vergunningen, …

Diensten van de Vlaamse Regering

De Gewone Wet van 9 augustus 1980 tot hervorming instellingen (afgekort: GWHI) regelt de bestuurstaal voor de diensten van de Vlaamse Regering.

Zo zijn de meeste diensten van de Vlaamse overheid, zoals bijvoorbeeld de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB), onderworpen aan de bepalingen van de GWHI.

De omzendbrief Van den Brande, omzendbrief VR 97/29 van 7 oktober 1997 betreffende het taalgebruik in de diensten van de Vlaamse Regering, licht de taalregels voor de diensten van de Vlaamse Regering verder toe.

Diensten van de Vlaamse Gemeenschapscommissie

De wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen regelt het taalgebruik voor de diensten van de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

Diensten van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie:

De wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen regelt het taalgebruik voor de diensten van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

Diensten van de Brusselse Regering

De wet van 16 juni 1989 houdende diverse institutionele hervormingen regelt het taalgebruik in bestuurszaken voor de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.

Andere instanties

Autonome overheidsbedrijven

De autonome overheidsbedrijven, zoals bijvoorbeeld de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS), vallen onder de toepassing van de Bestuurstaalwet. Dit volgt uit artikel 36, § 1 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.

Natuurlijke personen, (private) rechtspersonen en (private) verenigingen

Met natuurlijke personen, (private) rechtspersonen en (private) verenigingen bedoelen we bijvoorbeeld een burger, een (privaat) bedrijf of een (private) vzw. Zij zijn in principe niet onderworpen aan de bestuurstaalwetgeving. Er bestaan wel uitzonderingen op dit principe:

  • Een natuurlijke persoon of een (private) rechtspersoon valt wel onder de toepassing van de Bestuurstaalwet, als hij of zij een concessiehouder van een openbare dienst is;

  • Zij vallen ook onder de toepassing van de Bestuurstaalwet als zij, in het belang van het algemeen, door de wet of de openbare machten belast werden met een taak die de grenzen van een privaat bedrijf te buiten gaat.

In deze gevallen is de Bestuurstaalwet van toepassing op de natuurlijke personen of (private) rechtspersonen binnen de perken van de concessie of de taak. Als zij in deze gevallen onder het gezag staan van een openbare macht, vallen zij ook voor hun organisatie, de rechtspositie van het personeel en de rechten van het personeel, onder de toepassing van de Bestuurstaalwet.

Let op:

Natuurlijke personen en (private) rechtspersonen kunnen wel onderworpen zijn aan de taalwetgeving in het bedrijfsleven.

Daarnaast kunnen de overheid en de gemeenten, voor zover in overeenstemming met de regelgeving, een taalbeleid voeren. Dit betekent dat de overheid of de gemeenten enerzijds een aantal handvaten kunnen aanreiken aan het personeel om de Bestuurstaalwet toe te passen in hun contacten met anderstalige inwoners. De overheid en de gemeenten kunnen anderzijds maatregelen nemen om het gebruik van het Nederlands te stimuleren, te motiveren en te ondersteunen. Zij kunnen dit bijvoorbeeld doen om de communicatie tussen de overheid of de gemeente en de burgers en tussen de burgers onderling te bevorderen. Het gebruik van het Nederlands versterkt immers niet alleen de samenhorigheid en de integratie van anderstaligen, maar kan ook de veiligheid en de leefbaarheid verbeteren

Met specifieke vragen over taalbeleid of de invulling daarvan, kan je terecht bij het Agentschap Integratie en Inburgering en/of VZW De Rand. In Gent kan je terecht bij In-Gent, in Antwerpen bij Atlas. In Brussel-Hoofdstad kan je terecht bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie.

De controle op de naleving van de regelgeving gebeurt door de toezichtsinstanties, de administratieve rechtscolleges en de hoven en de rechtbanken. De administratieve rechtscolleges en de hoven en de rechtbanken doen uitspraak over eventuele geschillen. De controle op de naleving van de regelgeving gebeurt door de toezichtsinstanties en de rechterlijke macht. Zij doen ook uitspraak over eventuele geschillen.

Private medewerkers, opdrachthouders of deskundigen van overheden

Een beroep op of aanstelling van private medewerkers, opdrachthouders of deskundigen, voor welke reden ook, ontslaat de overheid niet van de toepassing van de bestuurstaalwetgeving.

Zo behoudt de gemeente haar verantwoordelijkheid om de signalisatieborden in de voorgeschreven bestuurstaal te laten opstellen, ook al is een private onderneming aangesteld om de wegenwerken uit te voeren.