Gedaan met laden. U bevindt zich op: Studie over de analyse van CCU-toepassingen binnen de Vlaamse industrie, met oog op de ontwikkeling van een beleidskader (2025) Studies in het kader van beleidsdomeinen ‘energie' en ‘klimaat'

Studie over de analyse van CCU-toepassingen binnen de Vlaamse industrie, met oog op de ontwikkeling van een beleidskader (2025)

Aanleiding van deze studie

In lijn met EU ETS-richtlijn voorziet de Europese Commissie tegen 31 juli 2026 een rapport waarin gekeken zal worden naar de toekomstige rol van niet-permanente carbon capture and use (CCU)-toepassingen binnen het Europese emissiehandelssysteem. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) vroeg aan VITO en Enersangi om een analyse te maken van huidige en potentiële CCU-toepassingen in Vlaanderen en van de opties om het Europese en Vlaamse beleidskader rond niet-permanente CCU vorm te geven. Een uitgewerkt Europees regelgevend kader dat de barrières voor het toepassen van CCU vermindert, zou namelijk bijzonder relevant zijn voor de Vlaamse industrie die dergelijke toepassingen kan inzetten om zijn uitstoot te beperken en zijn competitiviteit te behouden via industriële transformatie.

De volledige studie over ‘Analyse van CCU-toepassingen binnen de Vlaamse industrie, met oog op de ontwikkeling van een beleidskader’ (PDF bestand opent in nieuw venster)leest u hier (in het Engels).

Voor meer informatie over het CCUS-beleid van de Vlaamse overheid kunt u de webpagina ‘Carbon Capture Utilisation and Storage (CCUS)’ consulteren.

Resultaten

De studie toont dat er reeds een heel aantal lopende industriële CCU-initiatieven zijn in diverse sectoren, met een substantieel emissiereductiepotentieel. Alle sectoren kampen echter nog met significante barrières die de verdere commerciële ontplooiing van CCU bemoeilijken. In de bouwsector is de effectieve valorisatie van de mogelijkheden die geboden worden onder het ETS-kader voor permanente CCU een hindernis. In de brandstofsector vormt de lage kosteneffectiviteit een groot obstakel, onder meer wegens hoge productiekosten, hoge energieprijzen en gebrek aan hernieuwbare energie. En in de chemische industrie en de kunststofsector is de kosteneffectiviteit te laag en ontbreken een faciliterend beleidskader en soms technologische maturiteit.

Door de opname van niet-permanente CCU-toepassingen in het EU ETS zou de kosteneffectiviteit van dergelijke toepassingen ten opzichte van de klassieke fossiele opties sterk verbeterd kunnen worden. De studie identificeert een heel aantal beleidsopties hiervoor. Het is opvallend dat er geen one size fits all-oplossing lijkt te zijn, omdat verschillende technologieën in diverse sectoren te maken hebben met uiteenlopende problemen. Uit de studie blijkt ook dat er momenteel soms een incoherente aanpak is tussen monitoring en rapportering onder het EU ETS en de Effort Sharing Regulation, met soms dubbeltellingen als gevolg.

De studie doet ook een aantal aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van een coherent Vlaams beleidskader voor CCU op basis van een vergelijkende analyse van de beleidsaanpak in een viertal Europese lidstaten. De analyse benadrukt het belang van het integreren van CCU in een bredere koolstofbeheer- en industriestrategie, het waarborgen van robuuste milieubeschermingsmaatregelen en het richten van steun op toepassingen die duidelijke klimaatvoordelen en lange termijn-systeemwaarde opleveren. Door het CCU-beleid systematisch te verankeren in geïntegreerde CCUS-strategieën, wordt een gecoördineerde planning van CO₂-infrastructuur, regelgeving en certificering mogelijk.