Gedaan met laden. U bevindt zich op: Carbon Capture Utilisation and Storage (CCUS) Energie- en klimaatbeleid voor ondernemingen

Carbon Capture Utilisation and Storage (CCUS)

Carbon Capture Utilisation and Storage - kortweg CCUS - is een belangrijke klimaatmaatregel voor de industrie.

Wat is CCUS?

Bij CCUS wordt in een eerste stap CO2 afgevangen bij voornamelijk industriële processen. Na opzuivering, wordt de CO2 via een schip of een pijpleiding getransporteerd, met het oog op de permanente opslag in de geologische ondergrond (CCS, ofwel Carbon Capture and Storage) of voor verwerking in producten (CCU, ofwel Carbon Capture and Utilisation).

In navolging van gezaghebbende internationale organisaties zoals het internationaal Energie Agentschap en het VN-klimaatpanel IPCC, ziet Vlaanderen CCUS als een deel van de oplossing om broeikasgasemissies te reduceren in sectoren waar emissiereducties moeilijker te behalen zijn via andere maatregelen zoals elektrificatie. Dit draagt bij aan het behalen van de ambitieuze klimaatdoelstellingen. Vlaanderen beschikt over de knowhow om de CCUS-technologie te ontwikkelen en toe te passen. Bovendien herbergt Vlaanderen verschillende industriële bedrijven en havens van wereldformaat op een kleine oppervlakte te midden van de ARRRA cluster (Antwerp-Rotterdam-Rhine-Ruhr Area), waardoor de vraag naar CO2-transport ruimtelijk vrij geconcentreerd is en het CO2-transport dus relatief efficiënt georganiseerd kan worden.

In Vlaanderen zijn er al verschillende ambitieuze projecten in ontwikkeling. Tegelijkertijd blijven er belangrijke uitdagingen voor de opstart van de CCUS-waardeketen. In de eerste plaats kijken we voor de opslag van CO2 naar het buitenland omdat er in Vlaanderen geen realistisch potentieel voor definitieve opslag bestaat. Daarnaast is er ook nood aan de verdere ontwikkeling van afvang-technologieën tegen een competitieve kostprijs en aan de uitbouw van geschikte infrastructuur voor het transport van CO2

Langdurige CO2-opslag

Veiligheid staat centraal bij CCUS. Het IPCC bevestigt dat geologische opslag van CO₂ een robuuste en duurzame oplossing is. Internationale studies en richtlijnen tonen aan dat zowel opslag als transport van CO₂ veilig zijn.

CO2-Opslag gebeurt in diepe, afgesloten geologische formaties zoals lege gasvelden of zoutwaterlagen, onder strikte monitoring en volgens internationale veiligheidsnormen. De CCS-richtlijn (2009/31/EC), het Europees wettelijk kader voor veilige geologische opslag, waarborgt zorgvuldige locatiekeuzes en veiligheidsbeoordelingen. Bovendien zorgen natuurlijke processen in deze formaties ervoor dat CO₂ chemisch wordt vastgelegd in gesteente en vloeistoffen, waardoor het permanent geïmmobiliseerd raakt. Bij goed beheerde opslagprojecten blijft meer dan 98% van de geïnjecteerde CO₂ gedurende 10.000 jaar in de ondergrond.

Voor onshore transport van afgevangen CO2 vormen pijpleidingen vaak een kosteneffectieve en veilige oplossing. Koolstofdioxide vormt namelijk geen brandbare of explosieve mengsels met lucht en is niet rechtstreeks giftig voor mensen of dieren wanneer het in de omgevingslucht terechtkomt, behalve indien zeer snel extreem grote hoeveelheden CO2 vrijkomen. Gepaste veiligheidsmaatregelen maken een dergelijk catastrofaal vrijkomen echter hoogst onwaarschijnlijk. Wereldwijd liggen al duizenden kilometers CO₂-pijpleidingen met een historiek van veilige exploitatie en beheer, waarbij een sterk veiligheidskader en -management essentieel is om ernstige ongevallen te vermijden en de impact van ongevallen te beperken. Ook in Europa bewijzen first-mover projecten zoals Northern Lights dat offshore pijpleidingen veilig functioneren onder strikte regelgeving.

Beleidskader en visienota CCUS

De Vlaamse Klimaatstrategie 2050 stipt aan dat CCUS een beloftevolle weg is om moeilijk te vermijden resterende emissies (nl. die emissies die niet kunnen worden vermeden door inzetten op hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en het gebruik van circulaire materialen) te elimineren. Ook in het Regeerakkoord 2024 – 2029 en in de Beleidsnota Klimaat 2024 - 2029 wordt de facilitatie van de uitbouw van CCS-transportnetwerken en CCUS-afvanginstallaties aangeduid als krachtlijn van het Vlaams beleid. En ook in het geactualiseerd Vlaams Energie- en Klimaatplan krijgt CCUS de nodige aandacht (zie punt 7.3.1.1)

Op 26 november 2021 nam de Vlaamse Regering, op voordracht van de minister voor omgeving en de minister voor innovatie, kennis van de visienota CCUS. In deze nota zet de Vlaamse Regering zijn visie op de rol en toekomst van CCUS in het Vlaamse klimaatbeleid uiteen. De Vlaamse Regering gaf daarbij enkele grote assen waarrond het Vlaamse beleid rond CCUS de laatste jaren is opgebouwd:

  1. De Vlaamse Regering wil een kostenefficiënt klimaatbeleid met aandacht voor competitiviteit van de industrie;
  2. De Vlaamse Regering staat dan ook positief tegenover CCUS, dat een belangrijk instrument kan worden in een dergelijk klimaatbeleid;
  3. Er is nood aan een faciliterend Europees beleid rond industriële klimaattransitie, in het bijzonder voor CCUS;
  4. De Vlaamse Regering zorgt voor een maximale slaagkans bij EU- financiering in Vlaanderen;
  5. De Vlaamse Regering wil werk maken van de uitbouw van geschikte CCUS-infrastructuur;
  6. De Vlaamse Regering wil een regelgevend kader voor het transport van koolstofdioxide uitwerken;
  7. En de Vlaamse Regering zet in op strategische partnerships met de pionierslanden inzake CCUS.

Decretaal kadervervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen

Op 29 maart 2024 werd het decreet over het vervoer van koolstofdioxide via pijpleidingen in het Vlaamse Gewest (‘CO2-decreet’) goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Het CO2-decreet is de basis van het Vlaams regelgevend kader voor het transport van CO2.

CO2-decreet

Om het transport van CO2 via pijpleidingen ruimer te faciliteren, voorziet het decreet een wettelijk kader voor het vervoer van CO2 via pijpleidingen en voor de infrastructuur voor vloeibaarmaking en hergebruik.

Het decretaal kader voorziet procedures voor de aanwijzing van beheerders van zowel het vervoersnetwerk als eventuele lokale clusters. De voorwaarden en beoordelingscriteria voor deze aanwijzing zijn verder uitgewerkt in het uitvoeringsbesluit van 7 juni 2024 (‘CO2-besluit’). Het CO2-besluit bepaalt onder meer hoe de aanwijzingsprocedures verlopen en welke criteria hierbij worden toegepast.

Daarnaast worden in het CO2-decreet de lijnen uitgezet voor het vormgeven van het Vlaams gereguleerd kader voor CO2-vervoer. De te betalen tarieven en normen met betrekking tot de vereiste kwaliteit van de CO2-stromen om aan te sluiten op de CO2-netwerken moeten vastgelegd worden, en de beheerders moeten een ontwikkelingsplan opstellen. Bovendien stelt de Vlaamse Nutsregulator een technisch reglement op met de technische en operationele regels verbonden aan het beheer van de CO2-netwerken en aan de modelcontracten tussen netwerkbeheerders en marktpartijen. Geïnteresseerde marktpartijen krijgen via meerdere publieke consultaties de mogelijkheid om hun mening te geven over hoe dit gereguleerd kader vorm gegeven moet worden.

Tevens duidt het CO2-decreet de Vlaamse Nutsregulator aan als marktregulator, met als opdracht de werking van de CO2-markt te bewaken en een efficiënte, transparante en betrouwbare markt te garanderen.

Beheerder van het vervoersnetwerk

Op 24 oktober 2025 werd Fluxys c-grid door de Vlaamse Regering aangewezen als beheerder van het Vlaamse CO2-vervoersnetwerk, na positief advies van de Vlaamse Nutsregulator en het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap op het aanvraagdossier. Als beheerder heeft Fluxys c-grid de verantwoordelijkheid om een veilig, betrouwbaar en efficiënt netwerk voor CO2-transport te ontwikkelen en te beheren, inclusief grensoverschrijdende verbindingen naar opslaglocaties in de Noordzee. Dit netwerk is essentieel voor de uitrol van CCUS-technologieën en ondersteunt de industriële klimaattransitie. De aanwijzing geldt voor een hernieuwbare termijn van twintig jaar.

Beheerder van de lokale cluster in het Antwerpse havengebied

Met de aanwijzing van Fluxys c-grid Antwerp op 20 maart 2026 zet de Vlaamse Regering een volgende stap in de ontwikkeling van de CO₂-infrastructuur in Vlaanderen. Na positief advies van de Vlaamse Nutsregulator en het Vlaamse Energie- en Klimaatagentschap op het aanvraagdossier wordt de beheerder verantwoordelijk voor de uitbouw en het beheer van de lokale CO₂-cluster in de Antwerpse haven, zodat bedrijven afgevangen CO₂ kunnen transporteren naar opslaglocaties in de Noordzee.

Vlaamse CO2-transportinfrastructuur

Aangezien er in Vlaanderen geen bewezen geologisch opslagpotentieel voor CO₂ beschikbaar is, is de ontwikkeling van robuuste en flexibele transportoplossingen door de aangewezen netwerkbeheerders van essentieel belang om CCS/CCUS mogelijk te maken, niet alleen voor Vlaamse industriële actoren, maar ook voor Waalse bedrijven.

Om de afgevangen CO2-volumes te kunnen afvoeren, worden verschillende mogelijke afvoerroutes overwogen via pijpleidingen en/of schiptransport naar opslagknooppunten in de Noordzee, waaronder Noorwegen, Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Deze mogelijke verbindingen zijn ontworpen met het oog op een toekomstige uitbreiding naar een breder Noordwest-Europees CO₂-netwerk, waardoor mogelijk aansluitingen op of van Duitse, Nederlandse en Franse CO₂-stromen mogelijk worden gemaakt, waarbij bewust toekomstige opties open worden gehouden. In deze context positioneert Vlaanderen zich expliciet als een centraal verzamel- en doorvoerknooppunt voor CO₂-stromen, waardoor CO₂ uit binnenlandse en naburige industriële bronnen efficiënt kan worden getransporteerd naar offshore-opslaglocaties in de Noordzee.

Het Vlaamse infrastructuurconcept is gebaseerd op een netwerk- en knooppuntbenadering, zoals geïllustreerd in de indicatieve infrastructuurkaart (zie onderstaande afbeelding). Deze benadering maakt een gefaseerde ontwikkeling mogelijk, waarbij de initiële infrastructuur kan worden aangelegd en vervolgens kan worden uitgebreid naarmate extra emissiebronnen worden aangesloten, nieuwe transportmodaliteiten worden ontwikkeld en verdere opslagroutes beschikbaar komen. Het uitgangspunt is een open en schaalbare infrastructuur die in staat is om meerdere industriële clusters en bedrijven met elkaar te verbinden. Zowel het havengebied van Antwerpen als dat van Gent, met hun bestaande industriezones, spelen een centrale rol als potentiële verzamel- en doorvoerpunten.

CCU

Waar bij CCS CO2 als een afvalproduct beschouwd wordt waar men van af wil, wordt bij CCU de gecapteerde CO2 als grondstof gebruikt in een productieproces. Door intensief onderzoek vanuit verschillende disciplines tekenen er zich meerdere beloftevolle gebruikspisten af, zoals het gebruik van CO2 in de voedingsindustrie, in productieprocessen, als basisgrondstof in de chemische industrie of via carbonatie voor de aanmaak van bouwmaterialen. Ook de productie van synthetische brandstoffen op basis van CO2 is een mogelijke gebruikstoepassing. Er zijn vandaag echter nog weinig CCU-toepassingen die al commercieel gebruikt worden, voor de meeste is nog bijkomend onderzoek en faciliterend beleid nodig.

In 2016 werd een uitgebreide studie uitgevoerd naar de toepassingsmogelijkheden van CCU in Vlaanderen. De studie ‘Onderzoek naar mogelijk ondersteuningsbeleid m.b.t. nieuwe toepassingsmogelijkheden van CO2 als grondstof/feedstock’ kan op de website van het VEKA geconsulteerd worden.

In 2025 heeft het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap een studie laten uitvoeren over de ‘Analyse van CCU-toepassingen binnen de Vlaamse industrie, met oog op de ontwikkeling van een beleidskader’ (in het Engels). De studie toont dat er reeds een heel aantal lopende industriële CCU-initiatieven zijn in diverse sectoren, met een substantieel emissiereductiepotentieel. Alle sectoren kampen echter nog met significante barrières die de verdere commerciële ontplooiing van CCU bemoeilijken. De studie identificeert een heel aantal opties voor het Europese beleid die de kosteneffectiviteit van dergelijke toepassingen ten opzichte van de klassieke fossiele opties kunnen verbeteren. Meer informatie.

Internationale samenwerking

Vlaanderen speelt een actieve rol in de ontwikkeling van een duidelijk en faciliterend internationaal kader voor het vervoer en de geologische opslag van koolstofdioxide. Zo maakt Vlaanderen deel uit van de North Sea Basin Task Force, een organisatie opgericht door Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk die zich toespitst op de geologische opslag van koolstofdioxide in de Noordzee.

In 2017 stemde het Vlaams Parlement in met een wijziging van het Protocol van London dat het internationaal vervoer van koolstofdioxide voor geologische opslag onder de zee mogelijk maakt. In het kader van dit Protocol moeten Lidstaten die koolstofdioxide willen exporteren en importeren een akkoord sluiten (bilateral agreement or arrangement). Vlaanderen zette al verschillende stappen in het opstellen en afsluiten van dergelijke akkoorden:

Verder sloot de Vlaamse Regering op 13 september 2022 een memorandum van overeenstemming rond CCUS met Denemarken. Zo versterken Vlaanderen en Denemarken de samenwerking rond CCUS als klimaatmitigatiemaatregel.

Bovendien hebben Noorwegen en de federale staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op 26 maart 2026 een bilaterale overeenkomst ondertekend die tot doel heeft de aanleg en exploitatie van een pijpleiding voor het transport van CO2 van België naar Noorwegen voor permanente opslag te faciliteren. De overeenkomst weerspiegelt het langetermijnengagement van beide landen voor het afvangen en opslaan van CO₂ als onderdeel van de Europese klimaatinspanningen.

Europees beleidskader en rapporteringsverplichtingen

Net-Zero Industry Act

De Verordening voor een nettonulindustrie (‘Net-Zero Industry Act’ of ‘NZIA’) van 13 juni 2024 heeft tot doel de Europese productiecapaciteit voor nettonultechnologieën en de belangrijkste componenten daarvan te vergroten. Deze wetgeving wil ook de belemmeringen voor het opschalen van de productie van nettonultechnologieën in Europa aanpakken, onder meer via het versnellen van de vergunningstermijnen voor dergelijke projecten. CCS wordt hierin geïdentificeerd als een cruciale nettonultechnologie die zal bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering.

Om de opkomende CCS-markt te bevorderen legt de NZIA een doelstelling vast van 50 miljoen ton aan jaarlijkse CO2-opslagcapaciteit binnen de EU tegen 2030. Op 22 mei 2025 heeft de Commissie de lijst gepubliceerd met de olie- en gasproducenten die moeten bijdragen tot de doelstelling inclusief de hoogte van hun bijdrage tegen 2030.

Om de haalbaarheid van en de progressie richting deze Europese CO2-opslagdoelstelling te monitoren, moet iedere lidstaat voldoen aan enkele rapportageverplichtingen:

  • Een jaarlijkse CCUS-rapportage die de progressie en verwachte volumes van de industriële CCUS-projecten, de nationale strategieën, doelstellingen, steunmaatregelen en grensoverschrijdende samenwerkingen omvat. België heeft rapportages opgesteld voor 2024 werd (inclusief een apart overzicht van lopende CCUS-projecten in België) en 2025.
  • Een éénmalige publiekmaking van data over geologische opslagplaatsen die vergund kunnen worden voor CO2-opslag. De Belgische rapportage werd eind 2024 opgeleverd aan de Europese Commissie.

De Europese Commissie gebruikt de gerapporteerde informatie als input voor haar eigen monitoringsverplichtingen en voor het uitwerken van nieuwe instrumenten voor het bevorderen van de CCS-markt.

Industrial Carbon Management Strategy

Op 6 februari 2024 publiceerde de Commissie de Mededeling ‘Naar een ambitieuzer beheer van koolstof in de EU’ (‘Industrial Carbon Management Strategy’). Deze Europese strategie voor de uitrol van koolstofafvang, -gebruik en -opslag in de Europese Unie gaat in op de rol die CCUS-technologieën kunnen spelen bij het koolstofvrij maken van de EU-economie tegen 2030, 2040 en 2050. Bovendien wordende maatregelen aangehaald die nodig zullen zijn om het potentieel van CCUS-technologieën volledig te benutten, bijvoorbeeld de uitrol van grensoverschrijdende, Europese transportinfrastructuur. In 2023 hebben het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een gezamenlijke bijdrage aan deze publieksconsultatie (in het Engels) geleverd.