Heffing

  • Erfbelasting
  • Schenkbelasting

Vlaamse Codex Fiscaliteit

  • 2.7.1.0.3.
  • 2.7.1.0.5.
  • 2.8.1.0.1.
  • 2.8.4.1.1.

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. de voorgelegde overeenkomsten van optionele aanwas tussen de heer X en mevrouw Y rechtsgeldig zijn en kwalificeren als een contract onder bezwarende titel (kanscontract);

1.2. indien de overeenkomsten in België wordt geregistreerd de artikelen 2.8.1.0.1 VCF en artikel 2.8.4.1.1 VCF niet van toepassing zullen zijn en er derhalve geen schenkbelasting zal verschuldigd zijn;

1.3. de artikelen 2.7.1.0.3, 3°, VCF, 2.7.1.0.5 VCF en 3.17.0.0.2 VCF niet van toepassing zullen zijn bij het overlijden van een echtgenoot zodat er geen erfbelasting verschuldigd zal zijn.

2. De Aanvragers verzoeken uitdrukkelijk, overeenkomstig artikel 3.22.0.0.1, §4, lid 1, VCF, dat, gelet op het voorwerp van de aanvraag, de termijn waarvoor de beslissing wordt getroffen, langer zal zijn dan vijf jaar. Meer bepaald verzoeken zij om een geldigheidsduur van de afgeleverde beslissing tot en met het overlijden van één van hen beiden.

II. Omschrijving van de verrichting(en)

II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen

3. De voorafgaande beslissing wordt gevraagd door Meester […], namens:

3.1. De heer X, geboren te […] op xx.xx.1957, van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het Belgisch rijksregister onder nummer […], gehuwd met mevrouw Y, hierna genoemd, wonende te […].

en

3.2. zijn echtgenote, mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1960, van Belgische nationaliteit, ingeschreven in het Belgisch rijksregister onder nummer […], gehuwd met de heer X, hiervoor genoemd, wonende te […].

4. De echtgenoten X - Y, voormeld, huwden op xx.xx.1982 voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente […]. Bij gebrek aan huwelijkscontract zijn zij oorspronkelijk gehuwd onder het wettelijk huwelijksvermogensstelsel naar Belgisch recht.

5. Bij akte van xx.xx.2015 verleden door […], geassocieerd notaris met standplaats te […], zijn zij overgegaan tot wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel overeenkomstig artikel 1394 van het oud Burgerlijk Wetboek. Zij hebben het stelsel van scheiding van goederen naar Belgisch recht aangenomen. Dit is tot op heden ongewijzigd gebleven.

6. De echtgenoten hebben geen afstammelingen. Hun naaste familieleden zijn bloedverwanten in de zijlijn.

7. De echtgenoten hebben hun fiscale woonplaats meer dan vijf jaar in het Vlaamse Gewest.

8. de betrokken roerende goederen zijn:

8.1. een effectenportefeuille, ingeschreven op naam van beide partijen, geïndividualiseerd onder het nummer # en beheerd in open bewaargeving bij "BANK DELEN", met een waarde op # van #. Deze portefeuille is een enkelvoudig goed, dat een feitelijke algemeenheid van goederen uitmaakt bestaande uit meerdere bestanddelen (effecten en contanten). Deze samenstelling kan gewijzigd worden ingevolge zaakvervanging, belegging en wederbelegging van de bestanddelen die de feitelijke algemeenheid uitmaken.

8.2. de inboedel van de onder punt 9 vermelde onroerende goederen.

9. De betrokken onroerende goederen betreffen:

9.1. GEMEENTE […] - vierde afdeling - […]

Een huis op en met grond en alle verdere aanhorigheden gestaan en gelegen te […], volgens titel ten kadaster bekend sectie A nummer […] voor een oppervlakte van tweeduizend honderdveertig vierkante meter (2.140 m2) en thans ten kadaster bekend sectie A nummer […] voor eenzelfde oppervlakte.

Voorschreven onroerend goed heeft een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van 2.652,00 EUR.

Eigendomsoorsprong

De comparanten zijn eigenaar van voorschreven onroerend goed,

- wat de grond betreft ingevolge aankoop van de heer […] en zijn echtgenote mevrouw […], samen te […], blijkens akte verleden voor notaris […], te […], minuuthouder, en met tussenkomst van notaris […], te […], op xx.xx.2005, overgeschreven op het eerste hypotheekkantoor te […] op xx.xx. daarna, onder referte […].

- wat de constructies betreft om deze voor eigen rekening te hebben doen oprichten.

Hypothecaire staat

Voormeld onroerend goed is vrij van alle lasten, voorrechten, inschrijvingen en hypotheken hoegenaamd.

9.2. GEMEENTE […] - eerste afdeling - […]

In een appartementsgebouw op en met grond en alle verdere aanhorigheden gestaan en gelegen te […], volgens statuutakte en titel ten kadaster bekend sectie B nummer […] voor een oppervlakte van tweeduizend vijfhonderdzesenzestig vierkante meter (2.566 m2) en thans ten kadaster bekend sectie B nummer […] voor eenzelfde oppervlakte.

Het appartement, genummerd […], gelegen op de gelijkvloerse verdieping en met postbusnummer […], omvattende:

a) in privatieve en uitsluitende eigendom: inkomhall, w.c., living met open keuken en terras, berging, nachthal, twee slaapkamers, een badkamer alsmede het privatief genot van een tuin vooraan;

b) in mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid: vijfenveertig duizendsten (45/1.000sten) in de gemene delen van het gebouw, waaronder de grond.

De autostaanplaats, genummerd "9", gelegen op de ondergrondse verdieping,

omvattende:

a) in privatieve en uitsluitende eigendom: de autostaanplaatsruimte voor 1 wagen;

b) in mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid: vier duizendsten (4/1.000sten) in de gemene delen, waaronder de grond.

De kelder, genummerd "10", gelegen op de ondergrondse verdieping, omvattende:

a) in privatieve en uitsluitende eigendom: de bergruimte met deur;

b) in mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid: één duizendste (1/1.000sten) in de gemene delen, waaronder de grond.

Voorschreven privatieve kavels zijn thans ten kadaster bekend respectievelijk nummers […], […] en […] en hebben een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van 891 ,00 EUR, 40,00 EUR en 1,00 EUR.

Eigendomsoorsprong

De comparanten zijn eigenaar van voorschreven onroerend goed, evenwel bezwaard met een recht van bewoning in het voordeel van mevrouw […], te […], ingevolge aankoop, in voormelde verhoudingen, van de besloten vennootschap […], te […] , wat de grond betreft, en van de naamloze vennootschap […], te […], wat de constructies betreft, blijkens akte verleden voor notaris […], te […], minuuthouder, en met tussenkomst van notarissen […], te […], en […], te […], op xx.xx.2013, overgeschreven op het tweede hypotheekkantoor te […] op xx.xx. daarna, onder referte […].

Hypothecaire staat

Voormeld onroerend goed is vrij van alle lasten, voorrechten, inschrijvingen en hypotheken hoegenaamd.

9.3. GEMEENTE […] - vierde afdeling - […]

In een appartementsgebouw, genaamd […], op en met grond en alle verdere aanhorigheden gestaan en gelegen te […], volgens titel ten kadaster bekend sectie F nummer […] voor een oppervlakte van duizend honderdentwee vierkante meter (1.102 m2) en thans ten kadaster bekend sectie […] voor eenzelfde oppervlakte,

Het appartement, genummerd […], gelegen op de tweede verdieping,

omvattende:

a) in privatieve en uitsluitende eigendom: inkom, inkomhall, wc, living met open keuken, berging, slaapkamer 1, slaapkamer 2, badkamer evenals het exclusief, eeuwigdurend en onvergeld genot van de twee terrassen palend aan voormeld appartement;

b) in mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid: honderdenacht duizendsten (108/1.000sten) in de gemene delen van het gebouw, waaronder de grond.

De garage, genummerd "5", gelegen in de kelderverdieping, omvattende:

a) in privatieve en uitsluitende eigendom: de garage zelf;

b) in mede-eigendom en gedwongen onverdeeldheid: drieëntwintig duizendsten (23/1.000sten) in de gemene delen, waaronder de grond.

Voorschreven privatieve kavels zijn thans ten kadaster bekend respectievelijk nummers […] en […] en hebben een niet-geïndexeerd kadastraal inkomen van 1.167,00 EUR en 118,00 EUR.

Eigendomsoorsprong

De comparanten zijn eigenaar van voorschreven onroerend goed ingevolge aankoop van de naamloze vennootschap […], te […], wat de grond betreft, en van de naamloze vennootschap […], te […], wat de constructies betreft, blijkens akte verleden voor notaris […], te […], minuuthouder, en met tussenkomst van notaris […], te […], op xx.xx.2012, overgeschreven op het hypotheekkantoor te […], op xx.xx. daarna, onder referte […].

Hypothecaire staat

Voormeld onroerend goed is vrij van alle lasten, voorrechten, inschrijvingen en hypotheken hoegenaamd

II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)

10. Elke echtgenoot wenst voor zichzelf de nodige maatregelen te nemen die hem/haar in staat stellen zijn/haar levenskwaliteit en levensstandaard als langstlevende echtgenoot te garanderen en hem/haar tegelijkertijd in staat stellen een maximale flexibiliteit te behouden. Met dat doel voor ogen wensen zij de flexibiliteit van hun huwelijksvermogensrechtelijk regime te maximaliseren teneinde elk voor zich als langstlevende echtgenoot de nodige zekerheid en bescherming te bekomen.

Te dien einde hebben de echtgenoten destijds, bij akte dd. xx.xx.2015, gekozen voor het stelsel van scheiding van goederen.

De echtgenoten beschikken elk over de onverdeelde helft van:

- voormelde effectenportefeuille met nummer ** * *** * bij […];

- voormelde gezinswoning te […];

- voormeld appartement en garage te […];

- voormeld appartement met autostaanplaats en kelder te […];

- de inboedel van de hiervoor vermelde onroerende goederen.

(hierna samen genoemd: "de goederen")

De echtgenoten zijn de exclusieve eigenaars in onverdeeldheid van de goederen en oefenen derhalve een gezamenlijk bestuur uit. Daden van beheer en beschikking met betrekking tot de goederen worden in gemeen overleg genomen, wat zij wensen te bekrachtigen door het aangaan van een aanwascontract ten bijzondere titel, met betrekking tot de goederen.

De partijen kiezen bewust voor dergelijke wederzijdse overeenkomst die hen beiden bindt en bijgevolg niet eenzijdig kan opgezegd worden. Het aanwascontract bindt hen bovendien voor onbepaalde duur en vervult zowel de doelstelling van de financiële bescherming van de langstlevende echtgenoot, als deze van een gezamenlijk handelen.

Dit doel kan niet bereikt worden met een schenking tussen echtgenoten of testament aangezien deze eenzijdige en herroepbare rechtshandelingen betreffen.

De partijen wensen dus een overeenkomst van optionele aanwas op te stellen, die rechtsgeldig is volgens de huidige vigerende administratieve voorwaarden en die kwalificeert als een kanscontract onder bezwarende titel. Om de hypothecaire publiciteit te vermijden voor het roerend vermogen, wensen de partijen een afzonderlijke overeenkomst voor de roerende goederen enerzijds en voor de onroerende goederen anderzijds te sluiten. Hierna wordt voor de eenvoud verwezen naar 'de overeenkomst van aanwas'.

De ontwerpteksten voor de aanwas zijn als bijlagen bij de aanvraag gevoegd.

III. Motivering van de aanvraag

11. Principe

Het beding van aanwas betreft een kanscontract ten bezwarende titel dat wordt afgesloten tussen twee contractanten met betrekking tot één of meerdere goederen.

Een contract van aanwas heeft een wederkerig karakter. Beide contractanten zullen gezamenlijk tot een besluitvorming moeten komen teneinde hun rechten van beheer en beschikking uit te oefenen. Een wijziging, noch opzegging kan bijgevolg eenzijdig geschieden.

Als compensatie van deze beperking aan hun beheers- en beschikkingsbevoegdheid die de echtgenoten zich vrijwillig opleggen, bekomt elke contractant onder opschortende voorwaarde het recht op het aandeel van de medecontractant in zijn aanspraken op de goederen waar het beding van aanwas op gevestigd wordt zo deze komt te overlijden. Het zich al dan niet voordoen van de aanwas is verbonden aan de onzekere gebeurtenis van het tijdstip van overlijden van een contractant. De onzekerheid van tijdstip en identiteit van de eerstoverleden contractant maakt dat beide partijen eenzelfde kans hebben op de aanwas van een vermogensbestanddeel.

12. Echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen

Dat een beding van aanwas mogelijk is tussen echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen wordt zowel door het Grondwettelijk Hof als door de Vlaamse Belastingadministratie zelf bevestigd.

13. Een evenwichtig kanscontract

Het beding van aanwas betreft een contract ten bezwarende titel, wat verklaard wordt door het gegeven dat beide partijen een gelijke kans hebben om eigendomsaanspraken op de totaliteit van de goederen te verkrijgen door de aanwas in volle eigendom van het aandeel van de overleden contractant. Deze gelijkheid van kansen wordt beoordeeld op het moment van het sluiten van de overeenkomst. Dat de aanwas optioneel wordt bedongen, verandert niets aan het voorgaande.

De kwalificatie "kanscontract" tussen partijen wordt aangetoond door de gelijke inbreng, de gelijke overlevingskans, een gezamenlijk optreden in de vorm van een strikt vervreemdingsverbod en de afwezigheid van een einddatum. Het bezwarende karakter sluit de taxatie in de erf- of registratiebelasting op grond van de artikelen 2.7.1.0.3, 3°, art. 2.7.1.0.5, art. 2.8.1.0.1 jo 2.8.4.1.1, §2, VCF al dan niet in combinatie met art. 3.17.0.0.2 VCF uit. Wij verwijzen dienaangaande naar de beslissingen door u genomen.[1]

14. Met betrekking tot artikel 1130 BW en artikel 1100/1 e.v. oud BW

Het beding van aanwas betreft een kanscontract ten bezwarende titel onder de opschortende voorwaarde van vooroverlijden van een contractant en ten bijzondere titel. Het is derhalve geen verboden erfovereenkomst. Dat de aanwas optioneel wordt bedongen, verandert niets aan het voorgaande.

15. Toepassing in casu

Het contract van aanwas dat het echtpaar X - Y wenst af te sluiten, kwalificeert als een kanscontract ten bezwarende titel. Het bezwarende karakter wordt ondersteund door de volgende feitelijke gegevens, waaruit blijkt dat de echtgenoten een evenwichtig kanscontract voor ogen hebben en animo speculandi wensen te handelen:

- Een gelijke overlevingskans bij het afsluiten van de overeenkomst, wat aangetoond wordt door de gelijkaardige leeftijd, in casu 64 jaar voor mijnheer en 61 jaar voor zijn echtgenote; en eenzelfde goede gezondheidstoestand, wat aangetoond wordt door een medisch attest.

- Het leeftijdsverschil van slechts enkele jaren kwalificeert onder de vigerende rechtspraak[2] als een kansengelijkheid aangezien deze moet beoordeeld worden in de feiten en niet enkel mag gesteund worden op een objectieve leeftijd.

- De financiële gelijkwaardigheid: beide partijen zijn elk volle eigenaar van de onverdeelde helft van de goederen, die zij bovendien samen beheren.

- Het beding van aanwas bevat een strikt vervreemdingsverbod. Het is de echtgenoten niet toegestaan eenzijdig het contract stop te zetten, te wijzigen, de goederen in pand te geven, te vervreemden etc. Elke daad van beheer of beschikking die gesteld wordt, zal met andere woorden de toestemming van elk der echtgenoten noodzaken.

- Het contract van aanwas wordt aangegaan voor onbepaalde duur. De afwezigheid van einddatum leidt ertoe dat het beding slechts kan opgeheven worden mits wederzijds akkoord van de contractanten. Het contract van aanwas eindigt evenwel wanneer een feitelijke scheiding tussen partijen ontstaat en wanneer een vordering tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed wordt ingeleid door een partij.

Het beding van aanwas kwalificeert tevens als een overeenkomst ten bijzondere titel aangezien de overeenkomst van aanwas enkel van toepassing is op voornoemde goederen.

Al deze elementen in acht genomen, dient men te concluderen dat de overeenkomsten van aanwas die de heer X en zijn echtgenote mevrouw Y voornemens zijn af te sluiten, kwalificeren als evenwichtig kanscontracten ten bezwarende titel en ten gevolge hiervan art. 2.7.1.0.3, 3°, art. 2.7.1.0.5 en art. 2.8.1.0.1 jo 2.8.4.1.1 VCF al dan niet in combinatie met art. 3.17.0.0.2 VCF geen toepassing kunnen vinden.

IV. Beslissing

Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:

16. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

De Vlaamse Belastingdienst doet bijgevolg geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.

17. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:

- Artikel 2.8.1.0.1 VCF dat luidt als volgt:

Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”;

- Artikel 2.8.4.1.1, §2 VCF dat luidt als volgt:

Het tarief van de schenkbelasting voor de schenkingen van roerende goederen bedraagt :

1° 3% voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners;

2° 7% voor een verkrijging door alle andere personen.

Dat tarief is niet van toepassing op de schenkingen onder de levenden van roerende goederen die met legaten worden gelijkgesteld met toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3°.”;

- Artikel 2.7.1.0.3, 3°, VCF dat luidt als volgt:

Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :

3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.

Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden.”;

- Artikel 2.7.1.0.5 VCF dat luidt als volgt:

§ 1. De goederen waarvan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden. De erfgenamen of legatarissen hebben een verhaalsrecht ten aanzien van de begiftigde voor de successierechten die op die goederen voldaan zijn.

Als door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling toekwam aan een bepaalde persoon, wordt die als legataris van de geschonken zaak beschouwd.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een bevoordeling waarvoor een vrijstelling van de schenkbelasting is toegepast, gelijkgesteld met een bevoordeling die aan de schenkbelasting of aan het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen.

§ 2. De termijn van drie jaar, vermeld in paragraaf 1, wordt evenwel op zeven jaar gebracht als het gaat om aandelen en activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3.

De termijn van zeven jaar, vermeld in het eerste lid, wordt teruggebracht tot drie jaar als de kosteloze beschikking dagtekent van voor 1 januari 2012.”.

- Artikel 3.17.0.0.2 VCF dat luidt als volgt:

Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.

Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.

Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.

18. De Aanvragers verklaren dat zij met betrekking tot de vermelde effectenportefeuille en de inboedel van de vermelde onroerende goederen enerzijds en met betrekking tot voormelde onroerende goederen, anderzijds een beding van aanwas wensen af te sluiten.

19. Er wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen in een beding van aanwas niet zijn onderworpen aan de erfbelasting of schenkbelasting maar bij onroerende goederen wel aan het verkooprecht mits het beding van aanwas beperkt is via een beschikking onder bijzondere titel, en ten bezwarende titel is.

20. Het feit dat het beding van aanwas tussen echtgenoten wordt afgesloten maakt dit beding op zich niet ongeldig. Wanneer een dergelijk beding van aanwas wordt afgesloten tussen echtgenoten moet het slaan op de eigen goederen van de echtgenoten die ze in onverdeeldheid bezitten.

21. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.

22. De contracten zijn in casu onder bijzondere titel aangezien de contracten betrekking hebben enerzijds op de roerende goederen en anderzijds op de onroerende goederen die specifiek in de overeenkomsten worden omschreven.

23. De effectenportefeuille wordt beschouwd als een feitelijke universaliteit. Bijgevolg aanvaardt Vlabel dat het contract m.b.t. de effectenportefeuille betrekking heeft op de effectenportefeuille in haar geheel, zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan de vereiste dat het contract onder bijzondere titel moet zijn.

24. De Vlaamse Belastingdienst aanvaardt dat de zakelijke subrogatie speelt als die conventioneel is voorzien of die plaatsheeft uit kracht van de wet, overeenkomstig artikel 3.10 BW.

25. De contracten wordt aanzien als kanscontracten ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.

26. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van de contracten, etc...

27. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van de contracten. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van de contracten blijkt dat bij het afsluiten van de contracten niet aan deze voorwaarde was voldaan.

28. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat er in casu sprake is van een gelijkaardige levensverwachting. De echtgenoten hebben respectievelijk een leeftijd van 64 jaar en 61 jaar. Zij verklaren beiden in dezelfde goede gezondheidstoestand te verkeren.

29. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van de contracten, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).

30. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat de inleg van de aanvragers gelijkwaardig is. De roerende en de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van de bedingen van aanwas behoren de echtgenoten voor de onverdeelde helft toe.

31. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing kan worden besloten dat het in casu om bedingen van aanwas ten bezwarende titel gaat.

32. De voorgenomen verrichting maakt in principe geen fiscaal misbruik uit in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF aangezien er ook niet-fiscale motieven aan de contracten ten grondslag liggen, tenzij uit de feiten blijkt dat de kansen uiteindelijk niet gelijkwaardig waren omdat één van de partijen kort na het sluiten van de contracten niet onverwacht is komen te overlijden.


Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratie- en de erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.

Voetnoten

[1] Voorafg. besl. nr. 16009 dd. 21.03.2016, “Beding van aanwas tussen echtgenoten “, publ. 08.04.2016; Voorafg. besl. nr. 17025 dd. 04.09.2017, “Beding van aanwas”, publ. 05.09.2016; Voorafg.besl.nr. 17030 dd. 02.10.2017, “Beding van aanwas”, publ. 12.10.2017; zie ook tussen broers en tussen broer en zus: Voorafg.besl.nr. 16035 dd. 24.08.2016, “Beding van aanwas roerende goederen tussen twee broers”, publ. 19.09.2016; Voorafg.besl. nr. 16041 dd. 0509.2016, “Aanwasbeding tussen samenwonende broer en zus”, publ. 24.10.2016.

[2] Antwerpen 10 februari 1988, T. Not. 1989, 320; Rb. Turnhout 7 januari 2005, RAGB 2006, nr.6, 60, noot D. MICHIELS