1. vloerdelen van een AOR of gebouwen op aanpalende percelen

Die vloeren maken geen deel uit van de ‘aaneengesloten vloer’. Vloerdelen die volledig van elkaar gescheiden zijn door de aanwezigheid van een kunnen nooit samen een aaneengesloten vloer vormen.

2. gemeenschappelijke vloeren

Als de vloer gemeenschappelijk is voor meerdere gebouwen, EPB-eenheden of energiesectoren die deel uitmaken van eenzelfde op eenzelfde perceel, is het toegestaan de U-waarde van de vloer te berekenen aan de hand van de globale geometrie.

3. vloeren van rijwoningen

Rijwoningen zijn afzonderlijke EPB-eenheden. Hierdoor is de aaneengesloten vloeroppervlakte van een rijwoning altijd beperkt tot de oppervlakte van 1 rijwoning.

4. vloeren gelegen buiten het beschermd volume

De oppervlakte van een vloer gelegen buiten een beschermd volume, behoort nooit tot de aaneengesloten vloeroppervlakte.