Metadata: Vruchtbaarheid
Contactorganisatie entiteit
Vlaamse Statistische Autoriteit
Metadatafiche laatste update
12-09-2025
Databron
Administratieve data (Rijksregister)
Statbel heeft wettelijke toegang tot het Rijksregister. Zij bezorgen de VSA jaarlijks (rond 15 juni) een extractie.
Statistische populatie
Wettelijke bevolking van België
Variabelen
Geslacht
- Man
- Vrouw
Leeftijd
Herkomst
- Belg met Belgische achtergrond
- Belg met een buitenlandse achtergrond - Belgische eerst geregistreerde nationaliteit - Eén ouder met een buitenlandse eerst geregistreerde nationaliteit
- Belg met een buitenlandse achtergrond - Belgische eerst geregistreerde nationaliteit - Beide ouders met een buitenlandse eerst geregistreerde nationaliteit
- Belg met een buitenlandse achtergrond - Buitenlandse eerst geregistreerde nationaliteit
- Niet-Belg
Bewerkingen
Om de vruchtbaarheid te berekenen wordt het aantal geboorten gerelateerd aan het aantal vrouwen (van een bepaalde leeftijd).
De geboorten die hier in aanmerking zijn genomen betreffen het aantal levendgeborenen bij vrouwen uit de wettelijke bevolking met een officiële woonplaats (hoofdverblijfplaats) in het Vlaamse Gewest.
Levendgeborenen: alle kinderen die op het tijdstip van de geboorte een teken van leven hebben vertoond (hartslag, pulseren van de navelstreng, ademhaling, spiersamentrekking, buigen van de ledematen, schreeuw of grimas), met uitsluiting van doodgeboren kinderen (zie bepaling van de bron Statbel).
In eerste instantie wordt het vruchtbaarheidscijfer per leeftijd (of leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidscijfer, LVC) berekend. Dat is de verhouding tussen het aantal levendgeborenen bij vrouwen van een bepaalde leeftijd en het (gemiddelde) aantal vrouwen van die leeftijd.
Het totale vruchtbaarheidscijfer (TVC) is dan de som van het vruchtbaarheidscijfer per leeftijd over alle vruchtbare leeftijden (hier van 15 tot en met 49 jaar). De uitkomst kan begrepen worden als het aantal kinderen dat een vrouw in haar vruchtbare levensjaren zou krijgen als op elke leeftijd het vruchtbaarheidscijfer van het beschouwde jaar op haar van toepassing zou zijn.
Statistische diensten hanteren 2 bepalingen van de leeftijd bij het opstellen van demografische parameters, uitgaande van de zogenaamde ‘dubbele classificatie’ voor de leeftijd:
- leeftijd volgens de laatste verjaardag = het aantal voorbije verjaardagen
- leeftijd volgens het geboortejaar = het aantal gehele jaren tussen observatiejaar en geboortejaar.
Afhankelijk van de beschikbare gegevens, werden één van deze bepalingen gebruikt:
Evolutie TVC in de observatieperiode → leeftijd (x) volgens de laatste verjaardag (eigen berekeningen)
Leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidsgraden → leeftijd (x) volgens de laatste verjaardag
TVC voor Belgische en buitenlandse vrouwen → leeftijd (x) volgens de laatste verjaardag
TVC per arrondissement Vlaams Gewest (in de laatste 2 observatiejaren) → leeftijd (x) volgens de laatste verjaardag
TVC in Europees perspectief → leeftijd (x) volgens de laatste verjaardag (standaard voor Eurostat).
In eigen berekeningen zijn de TVC-waarden voor de leeftijden van 15 tot en met 49 jaar gerapporteerd.
Nazicht leert dat de uitkomsten voor TVC niet wezenlijk van elkaar verschillen volgens de beide leeftijdsbepalingen (verschillen in uitkomsten vanaf het 3de decimale cijfer na de komma).
Accuraatheid
Het zijn populatiedata. Er is dus geen steekproeffout. Maar de administratieve data zijn uiteraard niet foutenvrij. Foutieve en/of laattijdige registratie door het Rijksregister komt zeker voor. Een vergelijking van Stand- en Loopgegevens maakt bijvoorbeeld duidelijk dat er jaarlijks een statistische aanpassing nodig is “om de rekening te doen kloppen”. Die aanpassing is doorgaans wel beperkt. Voor 2024 bedroeg de aanpassing 801 personen voor België, op een totaal van bijna 11,7 miljoen inwoners. Dit aantal ziet Statbel als een indicatie van de hoge kwaliteit van de gegevens
Statbel meldt op haar website: “De statistiek over geboorten en vruchtbaarheid wordt opgemaakt op basis van 2 bronnen: de aangifteformulieren voor geboorten bij de burgerlijke stand en het Rijksregister [van de natuurlijke personen]. De eerste bron is de belangrijkste en rijkste. Hij biedt veel informatie over alle kinderen die in het land worden geboren (geboorten de facto) en over hun ouders. De tweede bron is de snelste. Hij geeft echter enkel informatie over de geboorten van kinderen van wie de moeder is ingeschreven in het Rijksregister. Door die 2 bronnen met elkaar te combineren en vanaf 2010 het Rijksregister als basisbron te gebruiken registreert de statistiek enkel levendgeboorten [levendgeborenen] bij vrouwen die wettelijk in België verblijven, ongeacht of die geboorten in België plaatsvinden of in het buitenland. Die geboorten worden uitgesplitst volgens de administratieve eenheden van het land, volgens de voornaamste kenmerken van de moeder en volgens bepaalde kenmerken van de pasgeborene. Er kunnen tevens een aantal vruchtbaarheidsindicatoren uit worden afgeleid. Zo kan men het niveau en de evolutie van de demografische dynamiek van het land situeren.”
De aangifteformulieren voor geboorten (bij de burgerlijke stand en het Rijksregister) worden in eerste instantie gecentraliseerd op het niveau van de gewesten en gemeenschappen. Zij bevatten veel meer informatie aangaande de geboorte, waaronder ook medische gegevens, dan wordt opgeslagen in het Rijksregister. Voor de Vlaamse overheid is het Agentschap Zorg en Gezondheid bevoegd voor verwerking van die aangifteformulieren (onder toezicht van daartoe aangestelde artsen-ambtenaren). Zij vormen dan ook de basis voor een geheel van geboortestatistieken van het Agentschap Zorg en Gezondheid.
De aangifteformulieren bieden aanvullende informatie bij wat al is opgeslagen in het Rijksregister (geboorterang van het kind, het opleidingsniveau van de moeder van het kind, …). Soms is er tegenstrijdige informatie uit beide bronnen (bijvoorbeeld over de leeftijd van de moeder, haar woonplaats of haar nationaliteit). In zulke gevallen verleent Statbel voorrang aan de informatie van het Rijksregister.
Pas nadat de voor overdracht aan Statbel bestemde informatie besloten in de aangifteformulieren voor geboorten het Belgische statistiekbureau bereikt, kan de definitieve wettelijke statistiek van de geboorten (en analoog van de sterfte) worden opgemaakt. Dat verklaart dat er naast de definitieve cijfers ook voorlopige cijfers worden gepubliceerd. Het is een compromis tussen de nood aan volledigheid en accuraatheid van de statistiek enerzijds en tijdigheid anderzijds.
De coördinatie van het geheel aan registraties voor de opmaak van de wettelijke geboortestatistieken wordt door Statbel waargenomen. De diverse betrokken federale en regionale partners komen dan ook geregeld samen om hun werkzaamheden nader op elkaar af te stemmen.
Statbel neemt enkel ‘wettelijke geboorten’ in aanmerking, dat wil zeggen van pasgeborenen waarvan de moeders op het tijdstip van de geboorte hun wettelijke woonplaats in België hadden en tot de wettelijke bevolking gerekend worden (met uitsluiting van het wachtregister voor asielzoekers/verzoekers om internationale bescherming). Daarbij wordt (sinds 2010) gesteund op de registers voor de wettelijke bevolking in het Rijksregister van de natuurlijke personen (RR) als referentiebron.
Geboorten bij moeders die niet tot de ‘wettelijke bevolking’ van België behoren (diplomaten, personen op bezoek, mensen zonder geldige verblijfspapieren, personen ingeschreven in het wachtregister, ...) worden voor de wettelijke geboortestatistieken niet meegeteld. Geboorten van kinderen geboren in het buitenland uit moeders met een wettelijke woonplaats in België (en voor het Vlaamse Gewest bijvoorbeeld van kinderen geboren in het Waalse Gewest) zijn wel meegeteld.
De federale overheid rapporteert periodiek over de statistieken van de geboorten (en overlijdens) aan diverse internationale instanties, waaronder Eurostat en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
Kind en Gezin (Agentschap Opgroeien) maakt ook eigen statistieken aan over de geboorten gebaseerd op de eigen registraties van de geboorten in Vlaanderen (geboorten in het Vlaamse Gewest en deels ook in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest). Deze statistieken bieden belangrijke aanvullende en voor hun doel meer precieze inlichtingen.
Het Agentschap Zorg en Gezondheid staat in voor de correcte registratie van de geboorten op basis van de aangeleverde aangifteformulieren en -certificaten voor geboorten (en overlijdens). De gecontroleerde data worden vervolgens overgemaakt aan Statbel volgens gangbare standaarden en procedures.
Het Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE), gesubsidieerd door het Agentschap Zorg en Gezondheid, is eveneens een partner in de opmaak van statistieken over de geboorten, inzonderheid wat betreft medische aspecten van de bevallingen en van de gezondheid van moeder en kind. Die perinatale gegevens/activiteiten worden apart geregistreerd door het SPE, in samenwerking met de Vlaamse kraamklinieken en op basis van de registraties van het federaal opgerichte e-Birth (het nieuwe nationale elektronische geboorteaangiftesysteem). Jaarlijks verschijnt daarover een gedetailleerd rapport.
Vergelijkbaarheid
De data zijn vergelijkbaar met de andere regio’s van België. Vergelijking met andere landen is moeilijker omdat Eurostat i.p.v. de “wettelijke bevolking” de “gewoonlijk verblijvende bevolking” rapporteert. De “gewoonlijk verblijvende bevolking” (“usually resident population”), is de bevolking die op het aangegeven territorium (land/regio/gemeente) gewoonlijk verblijf houdt. De ‘gewone verblijfplaats’ slaat meer bepaald op de plaats waar een persoon normaal leeft, ongeacht tijdelijke afwezigheden om reden van recreatie, verloven, bezoeken aan vrienden of bekenden, werkomstandigheden, medische verzorging of religieuze bedevaarten. Worden enkel als gewoonlijke residenten beschouwd: 1) de personen die al langer dan 12 maanden vóór de referentietijd (1 januari van het aangegeven jaar) in de verblijfplaats leven, en 2) degenen die binnen de laatste 12 maanden vóór de referentietijd zijn gearriveerd met de bedoeling om er langer dan een jaar te verblijven (cf. Verordening (EG) nr. 862/2007 van het Europese Parlement en de Raad betreffende communautaire statistieken over migratie en internationale bescherming). Belangrijk in de Europese bepaling is dat ook de asielzoekers worden meegeteld, tenminste voor zolang ze langdurig (>12 maanden) in het ontvangstland verblijven (ingeschreven zijn) of althans de intentie daartoe hebben. In de praktijk hanteren de EU-lidstaten diverse methodes om – bij benadering – te voldoen aan de Europese bepalingen over de “gewoonlijk verblijvende bevolking” en de “internationale migraties”. Vanaf 2011 rapporteert lidstaat België aan Eurostat over de “gewoonlijk verblijvende bevolking” volgens de Europese definitie. Die telt iets meer leden dan de “wettelijke bevolking” (ongeveer 30.000 extra voor België en 10.000 extra voor het Vlaamse Gewest). De Europese statistiek mist de kwaliteit van een gesloten logisch systeem dat kenmerkend is voor de Belgische bevolkingsstatistiek. Die laatste vertoont echter een blinde vlek voor de niet-wettelijke bevolking (asielzoekers, zogenaamde ‘mensen zonder papieren’, transitmigranten, enz.)
Vergelijkbare statistieken sinds 1998, sinds 2000 voor herkomst.
Statistiek Vlaanderen zou ook rechtstreeks data kunnen aanvragen bij het Rijksregister. Dat zou (kleine) afwijkingen t.o.v. de wettelijke bevolking als resultaat hebben, o.a. door het Wachtregister (zie hierboven). Een beperking tot de wettelijke bevolking zoals bepaald door Statbel, onze partner in het IIS, ligt voor de hand om potentiële verwarring te vermijden.
Referenties
Departement Zorg/Studiecentrum Perinatale Epidemiologie (SPE): Belangrijkste trends in geboorte en bevalling(opent in nieuw venster)
e-Birth: Elektronisch geboorteaangiftesysteem(opent in nieuw venster)
Eurostat: Database(opent in nieuw venster)
Agentschap Opgroeien: Cijfers en onderzoek(opent in nieuw venster)
Rijksregister: Rijksregister van de natuurlijke personen(opent in nieuw venster)
Statbel: Geboorten en vruchtbaarheid(opent in nieuw venster)