Gemiddeld 1,48 kinderen per vrouw
In 2024 werden bijna 61.800 kinderen geboren bij moeders die wonen in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er bijna 8.300 minder dan in het topjaar 2010 (-12%). Het gaat om het aantal geboorten bij de .
De daling van het aantal geboorten tussen 2010 en 2024 wordt weerspiegeld in de evolutie van het . Het TVC geeft aan hoeveel kinderen een vrouw gemiddeld zou krijgen tijdens haar vruchtbare levensjaren (tussen 15 en 49 jaar) als op elke leeftijd het vruchtbaarheidscijfer van dat jaar op haar van toepassing zou zijn. Het totale vruchtbaarheidscijfer daalde van 1,81 in 2010 naar 1,48 in 2024.
Moeders gemiddeld 30,8 jaar bij geboorte kind
Tussen 2010 en 2024 daalde het vruchtbaarheidscijfer bij vrouwen tot de leeftijd van 32 jaar, terwijl het voor de latere leeftijden licht toenam. Bij vrouwen van 15 tot 32 werden in 2010 dus meer kinderen geboren dan in 2024. Bij vrouwen ouder dan 32 werden in 2024 meer kinderen geboren dan in 2010, maar het verschil bij de jongere leeftijden is groter dan bij de oudere leeftijden.
De gemiddelde moederschapsleeftijd, of de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van een kind, steeg dan ook: van 29,7 jaar in 2010 naar 30,8 jaar in 2024.
Hogere vruchtbaarheid bij vrouwen met buitenlandse herkomst
Vrouwen van buitenlandse herkomst kregen gemiddeld meer kinderen dan vrouwen van Belgische herkomst. Het totale vruchtbaarheidscijfer lag in 2024 op 1,98 bij vrouwen van een niet-EU-herkomst, en op 1,51 bij vrouwen van een niet-Belgische EU-herkomst. Bij vrouwen van een Belgische herkomst lag het vruchtbaarheidscijfer op 1,28. Een vruchtbaarheidscijfer lager dan 1,5 wordt in het algemeen beschouwd als een ‘’.
Tussen 2010 en 2024 daalde de totale vruchtbaarheid bij vrouwen van Belgische herkomst van gemiddeld 1,67 naar 1,28 kinderen per vrouw. Vrouwen van niet-Belgische EU-herkomst kennen de kleinste daling: van 1,86 naar 1,51 kinderen per vrouw. Bij de groep vrouwen van niet-EU-herkomst wordt de grootste daling vastgesteld: van 2,61 naar 1,98 kinderen per vrouw.
Hoogste vruchtbaarheid in regio’s Halle-Vilvoorde, Waasland en Antwerpen
Het totale vruchtbaarheidscijfer varieerde in de periode 2023-2024 tussen de 15 Vlaamse , met waarden van 1,34 tot 1,61 kinderen per vrouw. De hoogste waarden waren er in de regio’s Antwerpen, Waasland en Halle-Vilvoorde (telkens 1,61). De laagste waarden werden opgetekend in de regio Gent (1,34) en Oost-Brabant (1,35).
Vruchtbaarheid in Vlaamse Gewest daalde minder sterk dan in andere gewesten
In 2024 lag het totale vruchtbaarheidscijfer in het Vlaamse Gewest (1,48) hoger dan in het Waalse Gewest (1,43) en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1,34).
De daling van het vruchtbaarheidscijfers was de afgelopen 15 jaar sterker in het Brusselse Gewest dan in het Vlaamse Gewest. In 2007 bedroeg het totale vruchtbaarheidscijfer in het Brusselse Gewest nog 2,07 terwijl dat in het Vlaamse Gewest 1,78 was.
Vruchtbaarheid in Vlaams Gewest boven EU-gemiddelde
In 2023 bedroeg het totale vruchtbaarheidscijfer voor van het Vlaamse Gewest gemiddeld 1,50 kinderen per vrouw. In het Waalse Gewest was het totale vruchtbaarheidscijfer gelijkaardig (1,49). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lag het vruchtbaarheidscijfer lager (1,36).
Binnen de Europese Unie (EU) situeerde België (1,47) zich in 2023 boven het gemiddelde voor de EU27-landen (1,38). Koploper was Bulgarije (1,81), gevolgd door Frankrijk (1,66). Enkel Hongarije (1,55), Roemenië (1,54), Slovenië (1,51), Denemarken (1,50) en Ierland (1,50) hadden nog een vruchtbaarheidscijfer hoger of gelijk aan 1,5. In 3 landen lag het totale vruchtbaarheidscijfer lager dan 1,20: Malta (1,06), Spanje (1,12) en Litouwen (1,18).
Bronnen
- Statbel:
- Eurostat: