Gedaan met laden. U bevindt zich op: Vruchtbaarheid Bevolking

Vruchtbaarheid

Gepubliceerd op 17 september 2026 • Volgende update: september 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Gemiddeld 1,48 kinderen per vrouw

In 2025 werden bijna 62.300 kinderen geboren bij moeders die wonen in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er bijna 7.800 minder dan in het topjaar 2010 (-11%). Het gaat om het aantal geboorten bij de .

De daling van het aantal geboorten vanaf 2010 komt ook tot uiting in de evolutie van het . Het TVC geeft aan hoeveel kinderen een vrouw gemiddeld zou krijgen tijdens haar vruchtbare levensjaren (tussen 15 en 49 jaar) als de leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers van één jaar op elke leeftijd gedurende haar hele vruchtbare periode zouden gelden. Het totale vruchtbaarheidscijfer daalde van 1,81 in 2010 naar 1,48 in 2024. Tussen 2024 en 2025 bleef het TVC min of meer stabiel.

Moeders gemiddeld 30,9 jaar bij geboorte kind

Tussen 2010 en 2025 daalde het bij vrouwen tot de leeftijd van 32 jaar, terwijl het bij vrouwen ouder dan 32 jaar licht toenam. Bij vrouwen van 15 tot 32 jaar werden in 2010 dus meer kinderen geboren dan in 2025. Bij vrouwen ouder dan 32 jaar werden in 2025 meer kinderen geboren dan in 2010, maar het verschil bij de jongere leeftijden is groter dan bij de oudere leeftijden.

De gemiddelde moederschapsleeftijd, of de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van een kind, steeg dan ook: van 29,7 jaar in 2010 naar 30,9 jaar in 2025.

Hogere vruchtbaarheid bij vrouwen van buitenlandse herkomst

Vrouwen van buitenlandse kregen gemiddeld meer kinderen dan vrouwen van Belgische herkomst. Het totale vruchtbaarheidscijfer bedroeg in 2025 gemiddeld 2,00 kinderen bij vrouwen van niet-EU-herkomst, en 1,49 kinderen bij vrouwen van niet-Belgische EU-herkomst. Bij vrouwen van Belgische herkomst lag het vruchtbaarheidscijfer op 1,28. Een vruchtbaarheidscijfer lager dan 1,5 wordt in het algemeen beschouwd als een ‘.

Tussen 2010 en 2025 daalde de totale vruchtbaarheid bij vrouwen van Belgische herkomst van gemiddeld 1,67 naar 1,28 kinderen per vrouw. Vrouwen van niet-Belgische EU-herkomst kennen de kleinste daling: van 1,86 naar 1,49 kinderen per vrouw. Bij de groep vrouwen van niet-EU-herkomst wordt de grootste daling vastgesteld: van 2,61 naar 2,00 kinderen per vrouw.

Hoogste vruchtbaarheid in regio’s Halle-Vilvoorde, Waasland en Antwerpen

Het totale vruchtbaarheidscijfer varieerde in de periode 2024-2025 tussen de 15 Vlaamse met waarden van 1,34 tot 1,62 kinderen per vrouw. De hoogste waarden waren er in de regio’s Antwerpen (1,59), Waasland (1,61) en Halle-Vilvoorde (1,62). De laagste waarden werden opgetekend in Oost-Brabant en in regio Gent (beide 1,34).

Vruchtbaarheid in Vlaamse Gewest daalde minder sterk dan in andere gewesten

In 2025 lag het totale vruchtbaarheidscijfer in het Vlaamse Gewest (1,48) hoger dan in het Waalse Gewest (1,41) en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1,32).

De daling van het vruchtbaarheidscijfer was de afgelopen 15 jaar sterker in het Brusselse Gewest dan in het Vlaamse Gewest. In 2007 bedroeg het totale vruchtbaarheidscijfer in het Brusselse Gewest nog 2,07 terwijl dat in het Vlaamse Gewest 1,78 was.

Vruchtbaarheid in Vlaams Gewest boven EU-gemiddelde

In 2024 bedroeg het totale vruchtbaarheidscijfer voor de van het Vlaamse Gewest gemiddeld 1,48 kinderen per vrouw. Dat is iets hoger dan in het Waalse Gewest (1,44) en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1,35).

Binnen de Europese Unie (EU) situeerde België (1,44) zich in 2024 boven het gemiddelde voor de EU27-landen (1,34). Koploper was Bulgarije (1,72), gevolgd door Frankrijk (1,61). Van de andere landen had enkel Slovenië (1,52) nog een vruchtbaarheidscijfer hoger of gelijk aan 1,5. In 6 landen lag het totale vruchtbaarheidscijfer lager dan 1,20. Malta sluit de rij met 1,01.