Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Onbebouwde woonpercelen Onbebouwde woonpercelen

Metadata: Onbebouwde woonpercelen

Verantwoordelijke entiteit

Departement Omgeving – Afdeling Beleid

Metadatafiche laatste update

09-02-2026

Databron

Deze statistiek maakt gebruik van een koppeling van verschillende databronnen:

Voor het opstellen van deze statistiek worden deze databanken 1 keer per jaar geraadpleegd.

Statistische populatie

Oppervlakte van het Vlaamse Gewest.

Toestand op 1 januari van het betreffende jaar.

Variabelen

Onbebouwde woonpercelen zijn de bebouwbare percelen die juridisch-planologisch en in de praktijk bebouwbaar zijn in woongebieden in de brede zin van het woord (woongebied, landelijk woongebied, woonparken, woonreservegebieden …), en in goedgekeurde niet-vervallen verkavelingen buiten die woongebieden. Een perceel is onbebouwd als (1) er geen hoofdgebouw groter dan 10 m² op staat binnen een afstand van 50 m tot de openbare weg, én (2) de bebouwing minder dan 10% van de oppervlakte inneemt.

De statistiek maakt onderscheid tussen woongebieden en de woonreservegebieden. De ‘gestolpte’ woonreservegebieden zijn woongebieden die enkel via een vrijgavebesluit ontwikkeld kunnen worden.

Bewerkingen

Gemeenten houden in principe een register bij van enerzijds alle onbebouwde percelen in het woongebied vermeld op de uitvoeringsplannen of plannen van aanleg, en anderzijds alle percelen op hun grondgebied waarvoor een niet-vervallen verkavelingsvergunning of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden bestaat (BVR dd. 10/7/2008). In de praktijk beschikt evenwel niet elke gemeente over een dergelijk register. Daarom stelt het Departement Omgeving een digitaal vermoedensregister van onbebouwde percelen in woongebied (vROP) op voor heel Vlaanderen, conform de technische richtlijnen die het beleidsdomein Omgeving ook ter beschikking stelt van de gemeenten.

Het vROP bestaat uit de onbebouwde percelen in de categorie ‘wonen’ van de Ruimteboekhouding. Wegenis en andere percelen die niet in aanmerking komen om op te bouwen, zoals speelvelden en pleinen, werden weggefilterd. Voor meer informatie over de methode wordt verwezen naar het rapport ‘Berekening van de realisatiegraden van de woongebieden in Vlaanderen(opent in nieuw venster)’ en de technische richtlijnen(PDF bestand opent in nieuw venster) voor de opmaak van een gemeentelijk register van onbebouwde percelen.

Accuraatheid

De statistiek brengt de totale voorraad aan woonpercelen in beeld, niet enkel de voorraad die te koop staat.

Het vermoedensregister van het Departement Omgeving wordt semi-automatisch berekend en kwantitatief en kwalitatief geëvalueerd om een zo hoog mogelijke juistheid te bereiken. Het kan echter verschillen vertonen met de gemeentelijke registers die de lokale besturen opmaken. Zij steunen namelijk niet alleen op de Vlaamse technische richtlijnen, maar vaak ook op specifieke terreinkennis en beleidskeuzes die niet op Vlaams niveau beschikbaar zijn.

Vergelijkbaarheid

De statistiek is vergelijkbaar in de tijd. Methodologische aanpassingen werden steeds retro-actief gecorrigeerd waardoor alle gepubliceerde cijfers van deze statistiek allen volgens dezelfde methode werden berekend.

Referenties

Departement Omgeving Vlaanderen: Onbebouwde woonpercelen(opent in nieuw venster)

Naar de statistiek