Gedaan met laden. U bevindt zich op: Woningen sociale sector Bouwen en wonen

Woningen sociale sector

Gepubliceerd op 30 januari 2026 • Volgende update: juli 2026
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Ruim 178.000 sociale huurwoningen

Eind 2024 was 92% van de sociale woningen in het Vlaamse Gewest in eigendom van de woonmaatschappijen, 7% waren ingehuurde woningen. In totaal telden de woonmaatschappijen samen 177.461 sociale huurwoningen. Minder dan 1% van de sociale woningen zijn lokale sociale woningen (486 woningen), woningen verhuurd door Vlabinvest (325 woningen) of door het Vlaams Woningfonds (39 woningen).

Het sociaal woonlandschap is in 2023 veranderd. Sociale huisvestingsmaatschappijen (SHM) en sociale verhuurkantoren (SVK) werden op 1 juli 2023 omgevormd tot nieuwe woonmaatschappijen. Daarbij gebeurden er fusies en splitsingen. Dit heeft een aanzienlijke invloed gehad op de cijfers voor 2023, want er gebeurden als gevolg van de overdrachten van patrimonium een aantal dubbeltellingen. Voor de cijfers over 2024 is er een uitgebreid validatieproces doorlopen om deze dubbeltellingen recht te zetten. Er kunnen als gevolg van die grote hervormingsoperatie wel nog verschuivingen zichtbaar zijn in de gegevens van individuele woonmaatschappijen.

Woningen in eigendom van woonmaatschappijen vooral in de grootsteden

Eind 2024 lag het aantal woningen in eigendom van een woonmaatschappij het hoogst in de grootsteden Antwerpen en Gent, met respectievelijk 22.458 en 13.846 woningen. In Brugge waren er 4.129 sociale woningen in eigendom. In de overige Vlaamse gemeenten bleef dat aantal telkens onder de 4.000 woningen. In 3 Vlaamse gemeenten waren er geen woningen in eigendom. Het gaat om Glabbeek, Herstappe en Horebeke.

Wanneer het aantal woningen in eigendom van een woonmaatschappij wordt afgezet tegenover het aantal private huishoudens ligt de capaciteit het hoogst in Mesen, Spiere-Helkijn, Zelzate, Willebroek, Genk, Hamme, Wervik, Schelle, Gent en Menen. In die gemeenten zijn er telkens meer dan 100 sociale woningen per 1.000 huishoudens.

Ingehuurde sociale woningen voornamelijk in de centrumsteden

Eind 2024 lag het aantal ingehuurde woningen door woonmaatschappijen het hoogst in de centrumsteden. Antwerpen telde met 832 woningen het grootste aantal woningen, gevolgd door Roeselare en Kortrijk met telkens meer dan 400 woningen. In de overige Vlaamse steden en gemeenten was dat aantal kleiner. Er waren geen ingehuurde sociale woningen in Baarle-Hertog, Mesen, Horebeke, Kapelle-op-den-Bos, Bierbeek, Linkbeek en Maarkedal.

In Herstappe, Roeselare en Turnhout ligt het aantal ingehuurde woningen per 1.000 huishoudens het hoogst met meer dan 14 woningen per 1.000 huishoudens. In 14 gemeenten is er minder dan 1 ingehuurde woningen per 1.000 huishoudens.