Gedaan met laden. U bevindt zich op: Digitale vaardigheden bij burgers Digitale economie

Digitale vaardigheden bij burgers

Gepubliceerd op 24 maart 2026 • Volgende update: maart 2028
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2025 had 61% van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 16 tot 74 jaar minstens digitale basisvaardigheden. Dat wil zeggen dat zij over de nodige basisvaardigheden beschikken op vlak van het opzoeken en controleren van online informatie, het online communiceren, het gebruiken van software, het beheren van persoonlijke gegevens op het internet en het oplossen van problemen of het omgaan met computers of elektronische apparaten. In 2023 was het aandeel met digitale vaardigheden even hoog als in 2025 (61%), in 2021 lag dat aandeel op 54%. Het aandeel van de bevolking met meer gevorderde vaardigheden steeg tussen 2021 en 2025 van 26% naar 30%.

Het aandeel van de bevolking van 16 tot 74 jaar dat de nodige digitale basisvaardigheden mist daalde tussen 2021 en 2023 van 46% naar 39% en bleef daarna constant tot 2025.

Sinds 2024 wordt het ICT-gebruik ook opgevolgd bij de personen van 75 tot en met 89 jaar. In de volledige groep van 16- tot 89-jarigen miste in 2025 43% digitale basisvaardigheden.

Vaardigheden op vlak van informatie, communicatie en probleemoplossing goed ingeburgerd, softwaregebruik en het beheer van persoonlijke gegevens minder

Iets meer dan 9 op de 10 inwoners van 16 tot 74 jaar beschikten in 2025 over basisvaardigheden of meer gevorderde vaardigheden op vlak van communicatie en samenwerking (95%), informatie en datageletterdheid (91%) of probleemoplossing (93%). Op vlak van het omgaan met software (digitale contentcreatie) en het beheren van de persoonlijke online informatie (online veiligheid) ligt het aandeel met minstens basisvaardigheden lager (respectievelijk 76% en 69%).

De meer gevorderde vaardigheden lagen in 2025 het hoogst voor informatie en datageletterdheid (80%) en voor communicatie en samenwerking (87%). Voor probleemoplossing (63%) en digitale contentcreatie (52%) lag het aandeel met meer gevorderde vaardigheden lager. Voor het beheren van de persoonlijke online informatie was het aandeel met meer gevorderde vaardigheden het laagst (41%).

Vooral ouderen, laaggeschoolden en mensen met een laag inkomen missen digitale basisvaardigheden

De digitale vaardigheden nemen af met de leeftijd en toe met de scholingsgraad en het inkomen. Vrouwen misten in 2025 ook vaker digitale basisvaardigheden dan mannen (respectievelijk 41% en 36%). Er was geen verschil naar geboorteland.

In 2025 had 53% van de 55- tot 74-jarigen geen digitale basisvaardigheden. Bij de 16- tot 24-jarigen lag dat aandeel op 27%, bij de 25- tot 54-jarigen op 32%.

66% van de laaggeschoolden mist digitale basisvaardigheden. Bij de middengeschoolden ging het om 48% en bij de hooggeschoolden om 18%.

Bij de personen uit de 2 laagste inkomensgroepen had 52% tot 55% geen digitale basisvaardigheden. Dat aandeel neemt af naarmate het inkomen stijgt. Bij de groep met het hoogste inkomen gaat het om 27%.

Aandeel burgers met minstens digitale basisvaardigheden in Vlaams Gewest gelijk aan EU-gemiddelde

In het Vlaamse Gewest beschikte in 2025 61% van de bevolking van 16 tot 74 jaar over minstens digitale basisvaardigheden. In het Waalse Gewest was dat 60% en in België 61%.

Het aandeel van de bevolking met minstens digitale basisvaardigheden is in het Vlaamse Gewest ongeveer gelijk aan het EU27-gemiddelde (60%). Het aandeel met minstens digitale basisvaardigheden ligt het hoogst in Nederland, Ierland, Denemarken en Finland. Daar heeft meer dan 80% van de burgers minstens digitale basisvaardigheden.

Het aandeel met meer gevorderde digitale vaardigheden lag in 2025 in het Vlaamse Gewest op 30% en in de EU27 op 31%. In Nederland, Ierland, Denemarken en Finland heeft meer dan de helft van de bevolking meer gevorderde digitale vaardigheden.