Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Omzet via e-commerce bij ondernemingen Omzet via e-commerce bij ondernemingen

Metadata: Omzet via e-commerce bij ondernemingen

Contact organisatie entiteit

Vlaamse Statistische Autoriteit (VSA)

Metadatafiche laatste update

19-01-2026

Databron

Databron

De statistieken zijn gebaseerd op de ICT-enquête, een bevraging die de statistische instituten jaarlijks in de Europese Unie organiseren. Statbel organiseert in België de enquête bij ondernemingen met 2 of meer werknemers in een brede groep van private, niet-financiële sectoren (secties C t.e.m. J, L t.e.m. N, divisie 95.1 van de NACE rev.2.) op basis waarvan de Vlaamse data worden geselecteerd voor de productie van de Vlaamse openbare statistieken.

Dataverzameling

De steekproef moet op ondernemingsniveau worden getrokken. De kenmerken van de onderneming moeten worden gebruikt zoals ze zijn geregistreerd in de statistische bedrijfsregisters. De eenheid moet consistent zijn met structurele bedrijfsstatistieken. In 2022 vond in dit kader een belangrijke methodologische wijziging plaats door de volledige invoering van het concept ‘onderneming’, gebaseerd op de kennis van ondernemingsgroepen. Dit leidt tot een breuk in de reeks, die meer of minder uitgesproken is per sector, afhankelijk van het feit of er veel of weinig ondernemingsgroepen in deze sectoren aanwezig zijn. De evolutie tussen 2021 en 2022 is dus een mix van natuurlijke economische groei, maar ook van de krimp die wordt veroorzaakt door de samenvoeging van verschillende juridische eenheden tot één bedrijf. De resultaten voor 2022 werden herzien op 7 december 2023.

De grootte van de steekproef in België is ongeveer 7.500 ondernemingen met een gelijke verdeling van de steekproef over de 3 gewesten. De steekproef houdt rekening met het aantal ondernemingen in de regio. De grootste ondernemingen van 250 of meer werknemers worden allemaal geselecteerd. In Brussel en Wallonië is er ook een exhaustieve selectie van de ondernemingen met 50 tot 249 werknemers.

2023: In het Vlaamse Gewest bestaat de populatie uit 71.702 ondernemingen. Ongeveer 6,8% van de 18.223 ondernemingen met minstens 10 werknemers nam deel aan de enquête, bij de 53.479 ondernemingen met 2 tot 9 werknemers was dat 1,1%; bij de 14.771 ondernemingen met 10 tot 49 werknemers 3,3%; bij de 2.779 ondernemingen met 50 tot 249 werknemers 10,8% en bij de 673 ondernemingen met minstens 250 werknemers 67,9%.

2024: In het Vlaamse Gewest bestaat de populatie uit 69.556 ondernemingen. Ongeveer 7,7% van de 17.807 ondernemingen met minstens 10 werknemers nam deel aan de enquête, bij de 51.749 ondernemingen met 2 tot 9 werknemers was dat 1,0%, bij de 14.330 ondernemingen met 10 tot 49 werknemers 3,9%, bij de 2.797 ondernemingen met 50 tot 249 werknemers 11,7% en bij de 680 ondernemingen met minstens 250 werknemers 69,1%.

2025: In het Vlaamse Gewest bestaat de populatie uit 69.392 ondernemingen. Ongeveer 7,2% van de 18.303 ondernemingen met minstens 10 werknemers nam deel aan de enquête, bij de 51.089 ondernemingen met 2 tot 9 werknemers was dat 1,0%, bij de 14.713 ondernemingen met 10 tot 49 werknemers 3,5%; bij de 2.912 ondernemingen met 50 tot 249 werknemers 10,9% en bij de 678 ondernemingen met minstens 250 werknemers 71,7%.

Voor meer gegevens, zie de Belgische cijfers op de website van Eurostat(opent in nieuw venster).

De enquête wordt afgenomen via SAPQ (‘self administered paper questionnaire’) en SAWQ (‘self administered web questionnaire’). De steekproef is gestratificeerd naar gewest, grootteklasse van het bedrijf en activiteitsector. De bevraging loopt sinds 2022 van maart tot september.

De meest recente cijfers voor de omzet worden ingegeven bij de verwerking van de gegevens. Bij Statbel wordt een omzetcijfer berekend op het niveau van de statistische eenheid ‘Onderneming’, die wordt gebruikt in de ICT-enquête bij bedrijven. Voor dit omzetcijfer worden verschillende bronnen gebruikt (btw-gegevens, jaarrekeningen, …). Op het niveau van de statistische eenheid ‘Onderneming’, die meerdere juridische entiteiten kan omvatten, worden interne stromen geneutraliseerd.

Frequentie van dataverzameling

De data worden jaarlijks verzameld, maar sommige vragen worden slechts om de twee of drie jaar gesteld. Hierdoor kunnen tijdreeksen onderbroken zijn, korter uitvallen en er kunnen geen gegevens beschikbaar zijn voor bepaalde jaren.

Statistische populatie

Statistische populatie

De verplichte onderzoekspopulatie vanuit de Europese verordening bestaat uit alle ondernemingen met 10 of meer werknemers en zelfstandigen. Voor de Vlaamse openbare statistieken volgen we deze definitie om de vergelijking met de andere Europese landen mogelijk te maken.

In België worden ook micro-ondernemingen met 2 tot 9 werknemers bevraagd. Deze cijfers worden gebruikt om te onderzoeken in welke mate er verschillen zijn naargelang de bedrijfsgrootte uitgedrukt in het aantal werknemers: micro-ondernemingen met 2 tot 9 werknemers, kmo’s opgedeeld in de ondernemingen met 10 tot 49 werknemers en deze met 50 tot 249 werknemers en grote ondernemingen met minstens 250 werknemers.

De Vlaamse statistieken hebben betrekking op de ondernemingen met een hoofdzetel in het Vlaamse Gewest.

Referentiegebied

Statbel bevraagt de ondernemingen in België en zijn gewesten. Voor de Vlaamse openbare statistieken selecteren we hieruit de resultaten voor de ondernemingen met hun hoofdzetel in het Vlaamse Gewest.

Referentieperiode

Voor deze statistiek ‘Omzet via e-commerce bij ondernemingen’ betreft de referentieperiode de activiteiten in voorgaand kalenderjaar.

Variabelen

Variabelen en meeteenheid

Omzet via e-commerce bij ondernemingen, meeteenheid: % van totale omzet

Definities uit de vragenlijst: Bij e-commerce verkopen van goederen of diensten wordt de bestelling geplaatst via websites, apps of EDI-berichten (Electronic Data Interchange) via methodes die specifiek ontworpen werden voor het ontvangen van bestellingen. De betaling kan online of offline worden gedaan. E-commerce omvat geen bestellingen die per e-mail zijn gedaan.

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen webverkopen en EDI-verkopen:

  • Webverkopen: hierbij plaatst de klant de bestelling op een website of via een app. Webverkopen omvatten bestellingen, reserveringen of boekingen geplaatst door klanten via:
    • de websites of apps van de onderneming, bijvoorbeeld via een onlinewinkel (webshop), webformulieren, extranet (webshop of webformulieren), boekings- of reserveringsapplicaties voor diensten, apps voor mobiele apparaten of computers,
    • de websites of apps van een onlinemarktplaats (door meerdere ondernemingen gebruikt voor het verhandelen van goederen en diensten).
  • EDI-verkopen omvatten bestellingen geplaatst door klanten via EDI-berichten, wat het volgende inhoudt: er wordt gebruik gemaakt van een afgesproken of standaardformaat geschikt voor automatische verwerking, EDI-berichten voor bestellingen worden aangemaakt vanuit het bedrijfssysteem van de klant, bestellingen doorgegeven via een EDI-dienstverlener zijn inbegrepen, via een vraaggestuurd automatisch systeem geplaatste bestellingen zijn inbegrepen, bestellingen rechtstreeks ontvangen in het ERP-systeem zijn inbegrepen. Voorbeelden van EDI: EDIFACT, XML/EDI (bv. UBL, Rosettanet).

De jaartallen in de figuren slaan op het jaar waarin de enquête werd afgenomen. Het aandeel van e-commerce in de totale omzet wordt berekend op basis van de omzet in het jaar voorafgaand aan de enquête. Als het exacte percentage niet gekend is, wordt gewerkt met een schatting.

Gegeven de schommelingen van de percentages van jaar tot jaar werd gewerkt met gemiddelden over 2 jaar (ongewogen).

Classificatiesysteem

NACE Rev.2(opent in nieuw venster) is een gemeenschappelijke, hoogwaardige standaard voor het classificeren van economische activiteiten. Deze classificatie vormt één van de methodologische hoekstenen voor het produceren, analyseren en verspreiden van betrouwbare en internationaal vergelijkbare Europese statistieken. Statistieken die op basis van NACE worden opgesteld, zijn vergelijkbaar in heel Europa en wereldwijd. De internationale vergelijkbaarheid wordt gegarandeerd doordat NACE deel uitmaakt van een geïntegreerd systeem van economische statistische classificaties, waarbij de International Standard Industrial Classification of All Economic Activities (ISIC), goedgekeurd door de Statistische Commissie van de Verenigde Naties, als internationale referentie dient.

Bewerkingen

De bewerkingen voor het afleiden van nieuwe variabelen en het berekenen van aggregaten en complexe statistieken kan men vinden in de European businesses statistics compilers’ manual for ICT usage and e-commerce in enterprises(opent in nieuw venster). Jaarlijks is er een nota van Eurostat met de bewerkingen. Bijkomende bewerkingen door Statistiek Vlaanderen, zoals het berekenen van gemiddelden over twee jaar, werden besproken bij de variabelen (supra).

Gewichten

De resultaten worden over het algemeen gewogen op basis van het aantal ondernemingen in de populatie. Voor vragen gerelateerd aan de omzet, wordt gewogen op basis van de omzet.

Non-respons en imputatie

De vragenlijst is niet verplicht in België. Statbel probeert de non-respons te beperken via het versturen van herinneringsbrieven en via telefonische contacten.

Gebruikte methodes in het kader van de unit non-respons: aanpassing door weging met oorspronkelijke steekproefstrata als gewichtsklassen.

  • Herwegen op basis van de steekproefstrata, uitgaande van het naïef model. De steekproef is gestratificeerd naar gewest, grootteklasse van het bedrijf en activiteit. Omdat het naïef model ervan uitgaat dat de ondernemingen die niet antwoorden (non-respons) willekeurig zijn en vergelijkbaar zijn met de ondernemingen die wel antwoorden in het stratum, kan men gewichten berekenen per stratum waardoor elk stratum proportioneel wordt vertegenwoordigd in de uiteindelijke analyse zoals het geval was in het steekproefplan. Dit corrigeert voor over- of ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen van ondernemingen.
  • “Herwegen via calibratie/post-stratificatie” is een statistische techniek om een steekproef te corrigeren zodat deze beter overeenkomt met de bekende populatie, door het gewicht van elke onderneming aan te passen. Hierbij worden subgroepen (of ‘strata’) gevormd op basis van de kenmerken gewest, grootteklasse van het bedrijf en activiteit, waarna de gewichten van de ondernemingen in de steekproef zo worden aangepast dat de verhoudingen overeenkomen met die in de populatie. Dit vermindert de vertekening door ondervertegenwoordigde groepen en non-respons, wat leidt tot nauwkeurigere schattingen.

Gebruikte methodes in het kader van de item non-response:

  • Contacteren van de respondenten om antwoorden te verkrijgen op ontbrekende vragen
  • Deductieve imputatie: men kan een waarde berekenen als afgeleide van andere gekende kenmerken
  • Herwegen kernconcepten
  • Vragenlijsten met te veel ontbrekende antwoorden worden als non-response aanzien (aanpassing wegingscoëfficiënten); aanname van ‘neen’ bij ja/neen vragen; aanname van ‘0’ bij kwantitatieve vragen.

Vertrouwelijkheid

We maken voor deze statistieken gebruik van de openbare geaggregeerde data op de website van Statbel(opent in nieuw venster). Statbel moet de vertrouwelijkheid van confidentiële data waarborgen volgens de regulation Nr. 223/2009 betreffende de Europese statistieken (Artikel 20).

Accuraatheid

Volgens Eurostat is er in het algemeen een hoge accuraatheid door het steekproefopzet en de controleprocedures. Voor de metingen voor de accuraatheid, zie het hoofdstuk over het steekproefdesign en de dataverwerking in European businesses statistics compilers’ manual for ICT usage and e-commerce in enterprises(opent in nieuw venster).

Gebruikte methode sampling error door Statbel: re-weighting by sampling design (gewest * ondernemingsgrootte * activiteitssector). De berekening van de standaardfout wordt hierbij aangepast om rekening te houden met de manier waarop de steekproef is getrokken. Bij een complexe steekproef met verschillende waarschijnlijkheden van deelname, worden weegfactoren toegepast om de schatting te corrigeren. De re-weighting methode gebruikt deze weegfactoren om de geschatte variabiliteit (en dus de standaardfout) nauwkeuriger te bepalen dan bij een standaard (aselecte) steekproef.

Voor de Belgische data mag de geschatte standaardfout niet meer zijn dan 2 procentpunten voor de proporties voor het geheel en 5 procentpunten voor de proporties die voor subgroepen worden berekend volgens de richtlijnen van Eurostat.

Vergelijkbaarheid

Algemeen

Er is zowel een handleiding voor de uitvoering van het onderzoek als een modelvragenlijst vanuit Eurostat. Deze moeten de vergelijkbaarheid over de deelnemende landen verhogen.
Statbel neemt deze vragenlijst af in heel België. Zo wordt ook de vergelijkbaarheid over de gewesten verhoogd.

Er kunnen in de praktijk echter wel verschillen zijn tussen de landen door de vertalingen, door een verschillende routing in de vragenlijst, door een verschil in het gebruikte onderzoeksopzet of in de methode om met de non-respons om te gaan. Eurostat geeft een noot bij de statistieken die voor bepaalde landen een gereduceerde vergelijkbaarheid hebben. Statistiek Vlaanderen publiceert de cijfers niet als er op de website van Eurostat sprake is van een lage betrouwbaarheid.

In principe kunnen er ook verschillen zijn door de vertalingen tussen de Nederlandstalige en de Franstalige vragenlijsten voor België, ook al verwachten we dat deze beperkt zijn.

Vergelijkbaarheid over de tijd

In 2022 vond een belangrijke methodologische wijziging plaats door de volledige invoering van het concept ‘onderneming’, gebaseerd op de kennis van ondernemingsgroepen. Dit leidt tot een breuk in de reeks, die meer of minder uitgesproken is per sector, afhankelijk van het feit of er veel of weinig ondernemingsgroepen in deze sectoren aanwezig zijn (supra).

Door de technologische wijzigingen is het bovendien noodzakelijk dat de vragen regelmatig aangepast worden aan de veranderende technologie. Dit zorgt voor een kleinere vergelijkbaarheid over de tijd, maar ook voor een grotere relevantie. In de Eurostat-review van de ICT-statistieken, besproken in het ESSC van mei 2025, kwam dit topic aan bod. Hierbij werd duidelijk gekozen voor de nodige flexibiliteit zodat de statistieken zo goed als mogelijk de statistiekbehoeften blijven dekken (recommendation 1).

Referenties

European Commission: Eurostat (2025). European business statistics compiler’s manual for ICT usage and e-commerce in enterprises(opent in nieuw venster), 2024 survey – 2025 edition, Publications Office of the European Union, Eurostat (z.d.).

Digital economy and society. Methodology(opent in nieuw venster). Geraadpleegd op 30 oktober 2025,

Eurostat (z.d.). Reference metadata ICT usage in enterprises(opent in nieuw venster). Geraadpleegd op 30 oktober 2025

Statbel (z.d.). ICT en e-commerce bij ondernemingen – documentatie(opent in nieuw venster). Geraadpleegd op 30 oktober 2025

Statbel (15/04/2025). Metadata enquête ICT en e-commerce bij ondernemingen(PDF bestand opent in nieuw venster). Geraadpleegd op 30 oktober 2025

Statbel (16/5/2024). National reference metadata Belgium(opent in nieuw venster). Geraadpleegd op 30 oktober 2025