Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Netto persoonlijk inkomen gemiddeld op 1.933 euro per maand

In 2021 lag het totaal netto van de bevolking van 18 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest gemiddeld op 1.933 euro per maand. In 2006 ging het om 1.607 euro per maand (uitgedrukt in van 2020). Dat komt overeen met een stijging van ruim 18% of 1,2% per jaar.

Het totale netto persoonlijk inkomen wordt berekend als de som van het beroepsinkomen, het pensioen, de werkloosheidsuitkering en andere persoonlijk inkomens, waarbij de directe belastingen en bijdragen voor de sociale zekerheid in mindering zijn gebracht.

Bovenstaande cijfers werden berekend op basis van het totale persoonlijk inkomen in het jaar voorafgaand aan de enquête. De cijfers van 2021 hebben dus eigenlijk betrekking op het inkomen van 2020.

De EU-SILC-enquête waar deze cijfers op gebaseerd zijn, werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten van voorgaande jaren. Tussen 2020 en 2021 is er wel een lichte daling van het gemiddelde persoonlijk inkomen (-1%). Dat lijkt een gevolg van het gecombineerde effect van de economische impact van de Covid-19-crisis en de tijdens de crisis uitgewerkte steunmaatregelen.

Het persoonlijk inkomen bestond in 2021 gemiddeld voor de hele bevolking van 18 jaar en ouder voor 69% uit beroepsinkomen, voor 21% uit pensioenen, voor 5% uit werkloosheidsuitkeringen en voor 5% uit andere inkomsten.

Meer personen met hoger persoonlijk inkomen in 2021 dan in 2006

Algemeen gezien hadden in 2021 meer personen een hoger persoonlijk inkomen dan in 2006. In 2021 lag bij ruim 54% van de bevolking het persoonlijk inkomen lager dan 2.000 euro per maand, tegenover bij 67% in 2006.

Bijna 6% van de bevolking van 18 jaar en ouder had in 2021 geen persoonlijk inkomen, tegenover 15% in 2006. Bij 33% van de bevolking van 18 jaar en ouder lag het persoonlijk inkomen in 2021 tussen 2.000 en 3.000 euro per maand. In 2006 was dat 23%. Ruim 13% had in 2021 een persoonlijk inkomen van meer dan 3.000 euro per maand, tegenover ruim 9% in 2006.

Sterkere toename van persoonlijk inkomen bij vrouwen

Het gemiddeld netto persoonlijk inkomen van mannen van 18 jaar en ouder lag in 2021 op 2.095 euro, dat van vrouwen op 1.665 euro. Het persoonlijk inkomen steeg bij mannen tussen 2006 en 2021 met ruim 5%, terwijl het bij vrouwen met 40% toenam. Daardoor verminderde het verschil tussen mannen en vrouwen van 908 euro in 2006 tot 543 euro in 2021.

Bij mannen daalde het aandeel van het beroepsinkomen in het totaal persoonlijk inkomen van gemiddeld 75% in 2006 tot 70% in 2021. Bij vrouwen daalde het van 70% tot 68%. Bij beide groepen steeg het aandeel van de pensioenen. Bij vrouwen daalde het aandeel van de werkloosheidsuitkeringen licht, terwijl het bij mannen licht toenam. Bij mannen en vrouwen steeg het aandeel van de andere inkomsten (vooral uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, ziekte en invaliditeit) vrij sterk.

Hoogste persoonlijk inkomen bij 35- tot 49-jarigen

Het gemiddeld persoonlijk inkomen lag in 2021 bij de 18- tot 34-jarigen op 1.452 euro per maand. Dat is beduidend lager dan bij de 35- tot 49-jarigen (2.478 euro per maand) en de 50- tot 64-jarigen (2.302 euro). Het lag iets lager dan bij de 65-plussers (1.504 euro).

Tussen 2006 en 2021 steeg het gemiddelde persoonlijk inkomen het sterkst bij de 65-plussers en de 50- tot 64-jarigen (+28%), gevolgd door de 35- tot 49-jarigen (+17%) en de 18- tot 34-jarigen (+10%).

Het aandeel van het beroepsinkomen in het persoonlijk inkomen lag in 2021 gemiddeld op 90% bij de 18- tot 34-jarigen, op 90% bij de 35- tot 49-jarigen, op 79% bij de 50- tot 64-jarigen en op 5% bij de 65-plussers. Bij de 50- tot 64-jarigen nam dat aandeel sterk toe tussen 2006 en 2021, terwijl het aandeel van de pensioenen en werkloosheidsuitkeringen bij deze groep sterk daalde. Ook bij de 65-plussers steeg het aandeel van het beroepsinkomen en daalde dat van de pensioenen.

Veel hoger persoonlijk inkomen bij hooggeschoolden

Het gemiddeld netto persoonlijk inkomen van hooggeschoolden lag in 2021 gemiddeld op 2.424 euro per maand. Bij middengeschoolden bedroeg het 1.707 euro per maand en bij laaggeschoolden 1.307 euro.

Tussen 2006 en 2021 nam het netto persoonlijk inkomen bij laaggeschoolden toe met 12%, bij middengeschoolden met 15% en bij hooggeschoolden met 4%.

Het aandeel van het beroepsinkomen in het persoonlijk inkomen daalde bij laaggeschoolden van gemiddeld 42% in 2006 tot 28% in 2021. Bij middengeschoolden daalde dat aandeel van 79% in 2006 tot 65% in 2021 en bij hooggeschoolden van 85% tot 81%. Bij laaggeschoolden daalde het aandeel van de werkloosheidsuitkeringen terwijl dat bij de 2 andere onderwijsniveaus licht toenam. Het aandeel van de pensioenen en andere inkomsten nam toe bij alle onderwijsniveaus.

Lager persoonlijk inkomen bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

In 2021 hadden personen met hinder in de dagelijkse bezigheden wegens een handicap of een langdurig gezondheidsprobleem een persoonlijk inkomen van gemiddeld 1.559 euro per maand. Bij personen zonder hinder ging het om 2.044 euro per maand.

Tussen 2006 en 2021 steeg het persoonlijk inkomen bij personen met hinder met bijna 17% en bij personen zonder hinder met ruim 18%.

Bij personen met hinder bestond het persoonlijk inkomen in 2021 gemiddeld voor 34% uit beroepsinkomen, voor 40% uit pensioenen, voor 5% uit werkloosheidsuitkeringen en voor 21% uit andere inkomsten.
Bij personen zonder hinder lag het aandeel van het beroepsinkomen in 2021 op 77%, naast 16% pensioenen, 5% werkloosheidsuitkeringen en 2% andere inkomsten.

Lager persoonlijk inkomen bij personen geboren buiten EU

In 2021 lag het netto persoonlijk inkomen bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU) gemiddeld op 1.356 euro per maand. Bij personen geboren in België lag dat op 1.973 euro en bij personen geboren in een ander EU-land dan België op 1.955 euro.

Het persoonlijk inkomen van personen geboren buiten de EU steeg tussen 2006 en 2021 met 10%. Bij personen geboren in België nam het toe met 15% en bij personen geboren in de EU (buiten België) met ruim 13%. Tussen 2020 en 2021 daalde het persoonlijk inkomen bij personen geboren buiten de EU met bijna 6%. Bij personen geboren in een ander EU-land dan België steeg het met 6%. Bij personen geboren in België bleef het inkomen nagenoeg stabiel.

Bij personen geboren buiten de EU bestond het persoonlijk inkomen in 2021 gemiddeld voor 76% uit beroepsinkomen, voor 5% uit pensioenen, voor 11% uit werkloosheidsuitkeringen en voor 8% uit andere inkomsten. Bij personen geboren in België lag het aandeel van het beroepsinkomen in 2021 op 68%, naast 22% pensioenen, 5% werkloosheidsuitkeringen en 5% andere inkomsten. Bij personen geboren in de EU (buiten België) bedroegen die aandelen respectievelijk 77%, 8%, 9% en 6%.

Laagste persoonlijk inkomen in Waals Gewest

In 2021 lag het gemiddeld netto persoonlijk inkomen in het Vlaamse Gewest (1.933 euro per maand) beduidend hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (1.719 euro) en in het Waalse Gewest (1.679 euro).

Het persoonlijk inkomen in het Vlaams Gewest steeg met 18% in de periode 2006-2021, in het Waalse Gewest met 9% en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest met 1%.

In het Vlaamse Gewest bestond het persoonlijk inkomen in 2021 gemiddeld voor 69% uit beroepsinkomen, voor 21% uit pensioenen, voor 5% uit werkloosheidsuitkeringen en voor 5% uit andere inkomsten. In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest lag het aandeel van het beroepsinkomen gemiddeld op 71%, naast 14% pensioenen, 10% werkloosheidsuitkeringen en 5% andere inkomsten. In het Waalse Gewest bedroegen die aandelen respectievelijk 64%, 21%, 7% en 8%.