Metadata: Bruto toegevoegde waarde
Contactorganisatie entiteit
VSA – Vlaamse Statistische Autoriteit
Metadatafiche laatste update
26/01/2026
Databron
Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) stelt de gegevens op.
De gegevens zijn gebaseerd op meerdere bronnen: jaarrekeningen van jaarrekeningplichtige ondernemingen, BTW-statistiek voor niet-jaarrekeningplichtige ondernemingen en zelfstandigen en overheidsrekeningen en rekeningen VZW’s voor de andere entiteiten. Al deze informatie wordt aan de hand van de ESR 2010 manual bewerkt en gecompileerd tot de bruto toegevoegde waarde.
Statistische populatie
Vlaamse bedrijven en actoren in alle institutionele sectoren:
S11: bedrijven
S12: financiële instellingen
S13: overheid
S14: huishoudens (zelfstandigen)
S15: Instellingen zonder winstoogmerk
Dat zijn de economische actoren die bruto toegevoegde waarde produceren binnen het grondgebied van de regio of het land. De productiefactoren (arbeid, kapitaal) die zij gebruiken kunnen dus van buitenaf komen. Productiefactoren in het grondgebied die elders actief zijn worden niet meegerekend.
Variabelen
De bruto toegevoegde waarde in deze statistiek wordt uitgedrukt in basisprijzen. De stappen om daartoe te komen zijn:
(1) Verkochte productie (aan de prijs zonder transportkosten indien afzonderlijk gefactureerd en inclusief elke eventuele transportmarge).
(2) Intermediair verbruik tegen aankoopprijzen (dit is zonder aftrekbare btw, inclusief eventuele niet-aftrekbare btw).
(3) = (1) - (2) Bruto toegevoegde waarde tegen factorkosten.
(4) Niet-productgebonden belastingen (belastingen op gebruik grond, gebouwen, milieubelasting...).
(5) Niet-productgebonden subsidies (voor arbeidskrachten, voor milieubehoud...).
(6) = (3) + (4) - (5) Bruto toegevoegde waarde tegen basisprijzen.
Meer informatie in de ESR 2010 manual(opent in nieuw venster).
De meeteenheid is euro.
Het gehanteerde classificatiesysteem is de bedrijfstak-indeling op A38 niveau. Dat is een bepaald aggregatieniveau (er bestaan meer, en ook minder gedetailleerde indelingen).
Zie: European system of accounts. ESA 2010 (europa.eu)(opent in nieuw venster)
Bewerkingen
De bruto toegevoegde waarde wordt opgemaakt voor de institutionele sectoren.
1 Bedrijven en zelfstandigen
De jaarrekeningen van bedrijven en de BTW-aangiften zijn de voornaamste bron voor het ramen van de bruto toegevoegde waarde. Voor ondernemingen met vestigingen in meerdere arrondissementen wordt de bruto toegevoegde waarde verdeeld pro rata de lonen (waarvoor data per arrondissement beschikbaar zijn uit de RSZ).
2 Overheid
De bruto toegevoegde waarde wordt nationaal geraamd als de som van de kostenelementen (lonen, afschrijvingen). De regionale verdeling (in voorkomend geval) gebeurt aan de hand van de lonen.
3 Instellingen zonder winstoogmerk
De aggregaten worden geraamd aan de hand van de lonen en in voorkomend geval ook zo regionaal verdeeld.
Voor meer info: Instituut voor de Nationale rekeningen: Regionale rekeningen - Toelichting van conceptuele en methodologische aard. ESR 2010(PDF bestand opent in nieuw venster)
Het INR verwerkt de basisdata op geaggregeerd niveau (laagste geografische niveau = arrondissement, laagste bedrijfstakniveau = NACE 2-digit).
Accuraatheid
Het gaat om de geproduceerde bruto toegevoegde waarde op het grondgebied van het Vlaamse Gewest. (Grotere) ondernemingen of entiteiten kunnen vestigingen hebben in meerdere gewesten. Daarvoor worden de gegevens uit de jaarrekeningen over output en intermediair verbruik toegerekend aan de vestigingen in een gewest pro rata de spreiding van de lonen over de vestigingen. De informatie over de lonen naar vestiging is afkomstig van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). De bruto toegevoegde waarde van deze vestigingen in het Vlaamse Gewest is dan gebaseerd op een raming.
De cijfers voor het laatst beschikbare jaar (T-2) zijn voorlopig omdat nog niet alle bronnenmateriaal voorhanden is voor een goede regionalisering. In T+1 volgt dan het definitieve cijfer voor T-2. Maar ook de cijfers van vroegere jaren kunnen nog herzien worden (revisie nationale rekeningen, beschikbaar komen beter bronnenmateriaal…).
Vergelijkbaarheid
De statistiek (totaal en naar A38 bedrijfstak) is vergelijkbaar met andere gewesten (NUTS1) en provincies (NUTS2). Voor de totale bruto toegevoegde waarde is ook vergelijkbaarheid met EU-landen en regio’s en met de Belgische arrondissementen (NUTS3).
Voor de vergelijking met EU-landen en –regio’s wordt best gebruik gemaakt van de reeks uitgedrukt in koopkrachtstandaard. De gegevens daarvoor zijn te vinden op de website van Eurostat(opent in nieuw venster).
Referenties
Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR): Document opmaak regionale rekeningen(PDF bestand opent in nieuw venster)
Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR): Methodologische herzieningen 2019(PDF bestand opent in nieuw venster)
Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR): Benchmarkrevisie van de nationale rekeningen 2024(PDF bestand opent in nieuw venster)
Eurostat: European system of accounts. ESA 2010(opent in nieuw venster)