Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Werkgelegenheid Werkgelegenheid

Metadata: Werkgelegenheid

Contactorganisatie entiteit

VSA – Vlaamse Statistische Autoriteit

Metadatafiche laatste update

26/01/2026

Databron

Het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) stelt de gegevens op.

Voor de werkgelegenheidscijfers is er een onderscheid tussen de bezoldigde werkgelegenheid en de zelfstandige werkgelegenheid. Voor het aantal bezoldigden (werknemers) is de bron de RSZ en RSZPPO, aangevuld met een paar bijzondere bronnen voor een aantal kleine categorieën. Voor de zelfstandigen zijn de bronnen de RSVZ, de FOD WASO en kleinere bronnen zoals de Land- en Tuinbouwtelling van Statbel.

De gegevens voor de opmaak van de VOS worden betrokken van het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR), via de website:

NBB Statistieken (in het Engels)(opent in nieuw venster)

De data worden jaarlijks verzameld.

Statistische populatie

De werkgelegenheid in de Vlaamse bedrijven en instellingen in alle institutionele sectoren:

S11: bedrijven

S12: financiële instellingen

S13: overheid

S14: huishoudens (zelfstandigen)

S15: Instellingen zonder winstoogmerk

Dat zijn de economische actoren die bruto toegevoegde waarde produceren binnen het grondgebied van de regio of het land. De productiefactoren (arbeid, kapitaal) die zij gebruiken kunnen dus van buitenaf komen. Productiefactoren in het grondgebied die elders actief zijn worden niet meegerekend.

Het referentiegebied is het Vlaamse Gewest.

De referentieperiode is het kalenderjaar: de gemiddelde werkgelegenheid in één kalenderjaar.

Variabelen

De werkgelegenheid omvat de loontrekkende en zelfstandige werkgelegenheid op het grondgebied. Loontrekkenden (werknemers) zijn personen die op grond van een arbeidsovereenkomst (al dan niet formeel) werk verrichten voor een andere ingezeten institutionele eenheid in België en daarvoor loon ontvangen. Personen in loondienst worden alleen bij de werknemers geteld indien ze niet in hoofdzaak als zelfstandige werkzaam zijn.

Zelfstandigen zijn personen die als eigenaar of mede-eigenaar werkzaam zijn in een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid die niet als quasi-vennootschap wordt beschouwd. Onder de zelfstandigen worden ook de niet-betaalde meewerkende gezinsleden gerekend, evenals de thuiswerkers van wie het inkomen afhangt van de output van het productieproces waarvoor zij verantwoordelijk zijn en de werkenden die enkel voor eigen consumptie of eigen investeringen produceren.

Meer informatie in het handboek van de nationale rekeningen:

European system of accounts. ESA 2010(opent in nieuw venster)

De meeteenheid is de werkende persoon.

Het gehanteerde classificatiesysteem is de bedrijfstak-indeling op A38 niveau. Dat is een bepaald aggregatieniveau (er bestaan meer, en ook minder gedetailleerde indelingen).

Zie: European system of accounts. ESA 2010 (europa.eu)(opent in nieuw venster)

A38-indeling: Blz. 529-530

Bewerkingen

De werkgelegenheidscijfers worden berekend op basis van trimestriële gegevens van de RSZ, RSZPPO en RSVZ die tot jaarcijfers worden gecompileerd. Het laatste jaar is daarbij voorlopig: bij de verdeling van de cijfers voor multi-arrondissementele entiteiten worden nog de verdeelsleutels van het jaar daarvoor gebruikt.

Voor meer info: Instituut voor de Nationale rekeningen: Regionale rekeningen - Toelichting van conceptuele en methodologische aard. ESR 2010(PDF bestand opent in nieuw venster)

Het INR verwerkt de basisdata op geaggregeerd niveau (laagste geografische niveau = arrondissement, laagste bedrijfstakniveau = NACE 2-digit).

Accuraatheid

De statistiek wordt samengesteld op basis van meerdere bronnen, die al dan niet nog een bewerking ondergaan.

Werknemers:

De basis wordt gevormd door de statistiek van het aantal personen in hoofdberoep en het aantal werkende studenten (deze laatste omgerekend over een tewerkstelling op jaarbasis). De bron is de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ) en De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van de Provinciale en Plaatselijke Overheidsdiensten (RSZPPO). Daarbij worden nog een aantal categorieën gevoegd die niet onder deze instellingen vallen, zoals zeelieden, ambassadepersoneel, werkenden in een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap, huishoudpersoneel en zwartwerkers (raming). Voor ondernemingen met vestigingen in meerdere arrondissementen worden de aantallen werkenden proportioneel, omgerekend pro rata het aantal jobs.

Het laatste jaar in de regionale rekeningen is voorlopig. Dat wil zeggen dat de spreiding over de vestigingen nog gebeurt volgens informatie uit het voorgaande jaar (dit wegens nog ontbrekende informatie op dat ogenblik). In het daaropvolgende jaar volgt dan de definitieve omslag over de vestigingen op basis van de dan beschikbaar gekomen informatie over dat jaar.

Zelfstandigen:

Het gaat om het aantal zelfstandigen in hoofdberoep en de helpers (niet de zelfstandigen in bijberoep). Het aantal zelfstandigen wordt geraamd op basis van gegevens van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO) en het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ), en de Land- en Tuinbouwtellingen voor de zelfstandige landbouwers. Voor de spreiding over de bedrijfstakken maakt men gebruik van het aantal eenheden zonder rechtspersoonlijkheid volgens de BTW-statistiek en het repertorium van bedrijfsgegevens bij het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR). Voor de regionale verdeling blijkt dat er amper zelfstandigen zijn met multi-arrondissementeel personeel. Deze worden dan opgenomen in het arrondissement waar ze het meeste personeel tewerkstellen.

Voor de bedrijfstakken niet aan de BTW onderworpen wordt een beroep gedaan op de RSVZ volgens hun eigen beroepennomenclatuur. De geografische spreiding van de RSVZ-gegevens gebeurt op basis van de woonplaats, waarbij verondersteld wordt dat dit in hetzelfde arrondissement is als de werkplaats (bij gebrek aan andere informatie).

Vergelijkbaarheid

De statistiek (totaal en naar A38 bedrijfstak) is vergelijkbaar met andere gewesten (NUTS1) en provincies (NUTS2). Voor de totale cijfers is er ook vergelijkbaarheid met EU-landen en regio’s en met de Belgische arrondissementen (NUTS3).

Naar de statistiek