Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Bosvitaliteitsindex Bosvitaliteitsindex

Metadata: Bosvitaliteitsindex

Verantwoordelijke entiteit

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)

Metadatafiche laatste update

13-04-2026

Databron

Het bosvitaliteitsmeetnet bestaat in het Vlaamse Gewest uit een 80-tal proefvlakken met een totaal van bijna 1.500 steekproefbomen. Deze bomen worden jaarlijks tijdens de zomermaanden opgezocht en beoordeeld. De kroonbeoordeling gebeurt vanop de grond met behulp van een verrekijker. De schatting van het blad- of naaldverlies gebeurt in trappen van 5%. Een gezonde boom vertoont maximum 10% bladverlies, een dode boom 100%. Vanaf meer dan 25% bladverlies is er sprake van een beschadigde boom.

De verwerking van de gegevens gebeurt afzonderlijk voor de volgende (sub)steekproeven:

  • alle bomen: het totaal van alle soorten;
  • alle loofbomen;
  • alle naaldbomen;
  • enkele algemene boomsoorten: grove den, zomereik, Corsicaanse den, beuk, Amerikaanse eik en de ‘overige loofboomsoorten’ (er zijn te weinig bomen van de ‘overige naaldboomsoorten’ om afzonderlijk behandeld te worden);
  • de verschillende proefvlakken.

Statistische populatie

Het internationale bosvitaliteitsmeetnet is gebaseerd op een systematisch raster van 16 bij 16 km. Het originele raster van 16 bij 16 km leverde in Vlaanderen in 1987 slechts 10 meetpunten op. Daarvan zijn er momenteel nog 8 resterende proefvlakken, de zogenaamde internationale proefvlakken. Om op regionale schaal meer betrouwbare resultaten over de gezondheidstoestand te bekomen, werd het meetnet in Vlaanderen verdicht, in 1987 tot 8 bij 8 kilometer en in 1995 tot 4 bij 4 kilometer. Het aantal proefvlakken steeg van een veertigtal eind de jaren 1980 naar 72 proefvlakken halfweg de jaren 1990. Bij het wegvallen van een boom, werd telkens een nieuwe boom in de omgeving geselecteerd.

In 2012 veranderde de steekproefopzet. Er werd gekozen voor een vaste oppervlakte en niet meer voor een vast aantal steekproefbomen per plot. Sindsdien is elk bosvitaliteitsproefvlak cirkelvormig met een straal van 18 m en een oppervlakte van 1018 m². Alle bomen die binnen deze cirkel groeien, zijn automatisch steekproefbomen, tenminste als ze heersend of medeheersend zijn en de boomkroon voldoende zichtbaar is. Onderdrukte bomen of bomen die zwaar beschadigd zijn door storm of andere oorzaken (>50% van de kroon verdwenen) worden niet geselecteerd. Door kappingen, stormschade en sterfte, nam het aandeel steekproefbomen af. Omdat deze bomen niet altijd binnen de steekproefcirkel vervangen kunnen worden, daalde het aantal steekproefbomen na 2012. Om het terugvallend aantal steekproefbomen op te vangen, werden vanaf 2019 een aantal nieuwe proefvlakken ingericht.

Variabelen

De statistiek toont het aandeel beschadigde bosbomen in Vlaanderen. Dit wil zeggen het aandeel bomen met een blad- of naaldverlies van 25% of meer.

De statistiek toont eveneens het aandeel beschadigde bomen in Europa, dit wil zeggen het gemiddelde van de Europese landen in het internationale bosvitaliteitsmeetnet.

Bewerkingen

Voor het opstellen van de indicator wordt enkel het percentage beschadigde bosbomen per jaar gebruikt in plaats van de ruwe data van ongeveer 1500 bomen verspreid over 78 proefvlakken. Om de trend goed zichtbaar te maken wordt een model gebruikt dat een vloeiende lijn door de data trekt in plaats van een lineaire regressie (technisch: een gegeneraliseerd additief model met k-waarde ingesteld op 5).

Accuraatheid

Grote wijzigingen in het aantal beschadigde bosbomen die over meerdere jaren gespreid zijn maken het moeilijk een uniforme trend te berekenen.

Vergelijkbaarheid

Het vergelijken van cijfers tussen regio’s en landen binnen Europa moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren. De boomsoortensamenstelling verschilt van land tot land en er zijn ook verschillen qua bodemeigenschappen, hoogteligging… Omdat bovendien niet overal exact dezelfde beoordelingsmethode gebruikt wordt, is de globale evolutie van de gezondheidstoestand relevanter.

Europese cijfers (niet enkel landen van de Europese Unie) worden door het ICP Forests gepubliceerd in het rapport ‘Forest Condition in Europe’.

Referenties

Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO): Aandeel beschadigde bosbomen

Naar de statistiek