Publicatiedatum: 28/04/2026
In 2025 bedroeg het aandeel beschadigde bomen in het Vlaamse bosvitaliteitsmeetnet 20,3%. Wat de afzonderlijke loofboomsoorten betreft, was dit percentage het hoogst bij zomereik. Bij de naaldboomsoorten was het aandeel beschadigde Corsicaanse dennen het hoogst.
Figuur 1: evolutie van het percentage beschadigde bosbomen. De lijn toont de gemodelleerde trend met daarrond het 90% betrouwbaarheidsinterval (BI).
Sinds 1985 wordt de gezondheidstoestand van bossen op Europese schaal gemonitord. Eén van de criteria voor het bepalen van de gezondheid van bosbomen is de bladbezetting. Bomen met meer dan 25% blad- of naaldverlies worden als beschadigd beschouwd. Deze indicator geeft aan welk aandeel van de bomen in het bosvitaliteitsmeetnet beschadigd is. De aanwezigheid van veel beschadigde bomen is een indicatie van een weinig evenwichtig bosecosysteem, of met andere woorden, een beperkte boskwaliteit.
Het bosvitaliteitsmeetnet telt 78 proefvlakken. In 2025 werd de gezondheidstoestand van 1474 steekproefbomen bepaald. De steekproef bestaat uit 850 loofbomen en 624 naaldbomen. De belangrijkste loofboomsoorten zijn zomereik, beuk en Amerikaanse eik. Bij de naaldbomen zijn dat grove den en Corsicaanse den.
Bomen met meer dan 25% bladverlies worden als beschadigde bomen beschouwd. In 2025 was 20,3% van de bomen beschadigd (Sioen en Verschelde (2026)). Onder de loofboomsoorten was het aandeel beschadigde bomen het hoogst bij zomereik (23,5%) en het laagst bij Amerikaanse eik (17,9%). Beuk en een groep ‘overige loofboomsoorten’ situeren zich daar tussenin, met 19,5% en 20,6% beschadigde bomen. Bij de naaldbomen is de gezondheidstoestand van de grove den het best, met 11,9% beschadigde bomen. Het aandeel beschadigde Corsicaanse dennen is veel hoger (40,8%).
Een veelheid aan factoren beïnvloedt de bosgezondheid: o.a. atmosferische deposities, klimaatverandering, bosbeheer en natuurlijke factoren (insecten, schimmels…). De mens kan zowel rechtstreeks als onrechtstreeks schade veroorzaken, bijvoorbeeld door beschadiging van de schors of de wortels, of via de bodem.
De weersomstandigheden waren in 2025 droog maar de schade door het droge weer bleef in het meetnet beperkt. Er was ook weinig of geen stormschade.
De variabiliteit van het bladverlies heeft bij beuk ook met de mastjaren (= jaren met hoge zaadproductie) te maken. Doorgaans gaat een hoge zaadproductie met een verminderde bladbezetting gepaard. 2025 was geen zaadjaar voor beuk, maar wel voor zomereik. Meer dan een kwart van de eiken vertoonde matige tot sterke zaadzetting (26,3%). Bij beuk was dat maar 1,3%.
In vergelijking met 2024 veranderde er voor het totaal van alle bomen weinig. Het aandeel beschadigde bomen daalde met 1,4 procentpunt en dat is vooral te danken aan een verbeterde gezondheidstoestand bij beuk en zomereik. Bij andere loofboomsoorten en de naaldboomsoorten waren er meer beschadigde bomen dan een jaar voordien.
Tot 1995 was er een toename van het percentage beschadigde bosbomen in de Vlaamse bosvitaliteitsinventaris. Daarna werd een verbetering van de toestand genoteerd, met name tussen 2000 en 2008. Vanaf 2009 steeg het aandeel beschadigde bomen weer. Tussen 2012 en 2016 werd een afname waargenomen maar na 2016 steeg het aandeel beschadigde bosbomen bijna jaarlijks tot 2020. In 2021 was er een kortstondige verbetering van de algemene toestand maar er volgde opnieuw een toename. Na 2022 kwam er een geleidelijke afname van het aandeel beschadigde bomen, dat in 2025 weer ongeveer het niveau van 2021 bereikte.
Dalende atmosferische deposities (zie indicatoren i.v.m. atmosferische depositie) en de toenemende aandacht voor duurzaam bosbeheer zijn factoren die tot een verbetering van de bosgezondheid kunnen leiden. De verandering van het klimaat daarentegen (zie indicatoren i.v.m. ‘klimaat’) kan de bosgezondheid aantasten. De ongewenste introductie van invasieve exotische schimmel- of insectensoorten kunnen de gezondheidstoestand eveneens negatief beïnvloeden.
In 2026 wordt onderzocht hoe de gezondheidstoestand van de bomen in het meetnet verder evolueert.
Toestand in Europa
Figuur 2: evolutie van het percentage beschadigde bosbomen in Vlaanderen (oranje) en in Europa (blauw)
In 2025 werd het 40-jarig bestaan van het internationaal bosvitaliteitsprogramma ICP Forests gevierd (Ferretti e.a. (2025)). Het ICP Forests rapporteert jaarlijks de toestand van de bossen in Europa. De cijfers van 2024 werden in het rapport ‘Forest Condition in Europe’ gepubliceerd (Michel e.a. (2025)). 27 Europese landen rapporteerden gegevens uit 5712 proefvlakken. In totaal werd de kroontoestand van 101.564 bomen beoordeeld. De resultaten van 2025 worden in de loop van 2026 verwacht.
Het aandeel beschadigde bomen bedroeg 31,9%. De gezondheidstoestand van de bossen in Europa vertoonde een lichte achteruitgang ten opzichte van de voorgaande inventaris. Het aandeel beschadigde bomen was het hoogst bij inlandse eik (zomereik + wintereik). Bij de naaldboomsoorten haalde fijnspar de hoogste score.
De langetermijntrends van het blad- of naaldverlies zijn in Europa toenemend. Dat betekent dat de gezondheidstoestand van de bossen verslechterde tussen 2005 en 2024. In het geval van Corsicaanse den is de toenemende trend niet statistisch significant. Bij andere boomsoorten zoals beuk, inlandse eik en grove den is dat wel het geval.
Het aandeel beschadigde bomen in Europa is al jaren hoger dan het Vlaamse cijfer (22,4% in 2024). In verschillende landen en regio’s zijn er proefvlakken met een hoog blad- of naaldverlies. Dat is het geval in Zuid- en Oost-Europa maar ook in andere delen van Europa (bv. Frankrijk).
Het vergelijken van cijfers tussen regio’s en landen onderling moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren. De boomsoortensamenstelling verschilt meestal en er zijn ook verschillen qua bodemeigenschappen, hoogteligging… Omdat bovendien niet overal exact dezelfde beoordelingsmethode gebruikt wordt, is de globale evolutie van de gezondheidstoestand relevanter.
Publicatiedatum: 28/04/2026
In plaats van een trendmodel is gekozen voor een gam model die een smoother door de punten trekt, en enkel het gemiddeld aantal beschadigde bosbomen per jaar is gebruikt voor de berekening van de index, in plaats van alle waarden van de 75 gemonitorde plots, met elk enkele tot vele bomen. De brondata is dus een percentage per jaar, die verondersteld worden getrokken te zijn uit een normale verdeling, eens gecorrigeerd voor de smoother over de jaren met een k-waarde van 5.
Grote wijzigingen in het aantal beschadigde bosbomen die over meerdere jaren gespreid zijn maken het moeilijk een uniforme trend te berekenen.
Broncode indicator: beschadigde_bosbomen.Rmd
Broncode metadata: metadata_beschadigde_bosbomen.Rmd
| Beschrijving | Gegevens | Metadata |
|---|---|---|
| Brondata Vlaanderen | beschadigde_bosbomen.csv | beschadigde_bosbomen.yml |
| Brondata Europa | vlaanderen_europa.csv | vlaanderen_europa.yml |