In het schooljaar 2024-2025 was 79,8% van de ingeschreven 5-jarigen voldoende aanwezig om rechtstreeks toegelaten te worden tot het gewoon lager onderwijs. 96% was voldoende aanwezig om recht te hebben op een schooltoeslag. In beide gevallen geldt een aanwezigheid van 290 halve dagen. Voor het recht op schooltoeslag tellen de aanwezigheden en de door de directie als aanvaardbaar beschouwde afwezigheden mee. Voor de rechtstreekse toegang tot het gewoon lager onderwijs komen alleen de daadwerkelijke aanwezigheden in aanmerking.
Onder een door de directie als aanvaardbaar beschouwde afwezigheid valt onder andere een afwezigheid van een 5-jarige kleuter wegens ziekte. 5-jarigen die onvoldoende aanwezig waren voor een rechtstreekse toegang tot het gewoon lager onderwijs kunnen wel nog door de klassenraad toegelaten worden.
Sinds 2020-2021 ligt het aandeel dat voldoende aanwezig is voor de rechtstreekse doorstroom tot het lager onderwijs lager dan de jaren voordien. De daling was het gevolg van de verhoging naar 290 halve dagen aanwezigheid en van het feit dat door de directie gewettigde afwezigheden niet meer meetellen. Hoewel de afwezigheden van de kleuters tijdens de Covid-19-crisis steeds meegeteld werden als aanwezigheden om geen afbreuk te doen aan de rechten van de leerlingen, was er in 2020-2021 en 2021-2022 toch een daling.
Het minimumaantal verwachte halve dagen aanwezigheid nam de afgelopen jaren toe: tot en met schooljaar 2016-2017 lag het minimum op 220 halve dagen, in 2017-2018 steeg het naar 250 en in 2020-2021 naar 290 halve dagen. In 2020-2021 waren 5-jarige kleuters ook voor het eerst leerplichtig.
Het gaat in deze cijfers over leerlingen in Nederlandstalige scholen in zowel het Vlaamse als in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.