Starters hoger onderwijs naar opleidingsniveau moeder
Aandeel starters hoger onderwijs hangt sterk samen met opleidingsniveau moeder
Van alle leerlingen die op het einde van het schooljaar 2023-2024 uitstroomden uit het secundair onderwijs startte 69% in 2024-2025 in het hoger onderwijs. Dat aandeel hangt sterk samen met het opleidingsniveau van de moeder. Bij de leerlingen met een lag dat aandeel op 47%, bij de leerlingen met een op 64% en bij de leerlingen met een op 84%.
In de uitstroomjaren 2020-2021 tot en met 2023-2024 daalde het aantal starters. Voor het laatste uitstroomjaar is dat grotendeels te verklaren doordat dan alleen cijfers beschikbaar zijn over jongeren die zich in het daaropvolgende jaar inschrijven in het hoger onderwijs. De jongeren die zich later inschrijven komen dan nog niet in beeld. Voor de meest recente uitstroomjaren gaat het dan ook om voorlopige cijfers.
Voor de leerlingen die in 2018-2019 uit het secundair uitstroomden was er een vrij plotselinge stijging van het aandeel starters in het hoger onderwijs, vooral bij diegenen met een laagopgeleide moeder. Dat is het gevolg van de overheveling van de praktijkgerichte HBO5-opleidingen van het volwassenenonderwijs naar de graduaatsopleidingen van het hoger onderwijs vanaf 2019-2020. De HBO5-opleidingen van het volwassenenonderwijs werden niet geregistreerd in de databank van het hoger onderwijs, waardoor cursisten in het volwassenenonderwijs voordien niet tot de starters hoger onderwijs werden gerekend. De HBO5-opleidingen (nu graduaatopleidingen) zijn populairder bij studenten met een laagopgeleide moeder. Ook in 2019-2020 was er een stijging. Dat hangt mogelijk ten dele samen met de coronacrisis. De coronaperiode was immers geen gunstige periode om werk te zoeken, wat de doorstroom naar hoger onderwijs kan versterkt hebben.
In uitstroomjaar 2023-2024 steeg aandeel directe doorstroom naar hoger onderwijs
Om de vergelijkbaarheid over de jaren zuiver te maken, kunnen ook alleen de cijfers gegeven worden van de jongeren die hoger onderwijs zijn gestart in het jaar direct volgend op het uitstroomjaar. De daling van de participatiegraad voor leerlingen die uit het secundair onderwijs uitstroomden in 2021-2022 wordt door deze cijfers bevestigd. Voor de uitstromers van 2022-2023 en 2023-2024 daarentegen stegen de cijfers opnieuw licht.
Meisjes stromen vaker door naar hoger onderwijs dan jongens, ongeacht opleidingsniveau moeder
Meisjes stromen vaker door naar het hoger onderwijs dan jongens. In het uitstroomjaar 2023-2024 ging het bij meisjes om 76% van de uitstromers uit het secundair onderwijs, bij jongens om 61%. Dat verschil tussen jongens en meisjes doet zich voor ongeacht het opleidingsniveau van de moeder, maar is wel kleiner bij uitstromers met een hoogopgeleide moeder dan bij uitstromers met een laag- of middenopgeleide moeder.
Bronnen
- Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: