Gedaan met laden. U bevindt zich op: Officiële ontwikkelingshulp (ODA) Ontwikkelingssamenwerking

Officiële ontwikkelingshulp (ODA)

Gepubliceerd op 31 maart 2026 • Volgende update: maart 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Vlaamse officiële ontwikkelingshulp bedraagt 43 miljoen euro

In 2025 bedroeg de van de Vlaamse overheid 43,0 miljoen euro. Dat is 28% minder dan in 2024. Het gaat telkens om bedragen in .

De Vlaamse officiële ontwikkelingshulp steeg van iets meer dan 32 miljoen euro in 2006 tot bijna 56 miljoen euro in 2013. In 2014 was er een terugval. Tussen 2015 en 2018 schommelde de ODA beperkt. In 2019 en 2020 nam de hulp weer toe, gevolgd door een kleine daling in 2021. In 2022 toonde de Vlaamse ODA-bestedingen een nieuwe groeispurt tot 119 miljoen. Sinds 2022 neemt de ODA weer af.

In 2022 en 2023 kwam de Vlaamse ODA uit 3 financieringsbronnen: de uitgaven voor het beleid rond ontwikkelingssamenwerking, de overige ODA en de uitgaven voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne. Die laatste categorie bevat extrabudgettaire middelen die zijn ingezet tijdens de opvang van Oekraïense vluchtelingen.

Ongeveer 41% van de ODA bestond uit geografisch niet op te delen bijdragen. Ruim 13 miljoen euro (of 30%) van de officiële ontwikkelingshulp van de Vlaamse overheid vloeide in 2025 naar Zuidelijk Afrika. De officiële partnerlanden van de Vlaamse overheid in Afrika waren in 2025 Mozambique, Malawi en Marokko.

Het grootste deel van de Vlaamse officiële ontwikkelingshulp gaat naar een beperkt aantal sectoren. In 2025 was gezondheid, bevolking en reproductieve gezondheid met 40% de belangrijkste sector binnen de Vlaamse officiële ontwikkelingshulp. Onderwijs was met 15% de 2de belangrijkste sector binnen de Vlaamse officiële ontwikkelingshulp. Nagenoeg 11% van de Vlaamse officiële ontwikkelingshulp was gericht op landbouw, visserij en voedselhulp.

Aandeel Vlaamse overheid in totale Belgische ODA 1,8%

De officiële ontwikkelingshulp van de Vlaamse overheid bedroeg in 2025 bijna 43 miljoen euro. Dat kwam overeen met 1,8% van de totale Belgische ODA in dat jaar. Dat percentage schommelt sinds 2006 tussen 2,0% en 4,7%. In 2025 lag aandeel dat voor het eerst lager dan 2%