Gedaan met laden. U bevindt zich op: Uitgaven lokale overheden Overheidsfinanciën

Uitgaven lokale overheden

Gepubliceerd op 23 december 2025 • Volgende update: november 2026
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Uitgaven gemeentebesturen en OCMW’s gestegen met 8%

De uitgaven van alle gemeentebesturen (inclusief districten) en openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s) van het Vlaamse Gewest kwamen in 2024 in totaal uit op 19,7 miljard euro. Dat komt overeen met 2.890 euro per inwoner.

De uitgaven van de gemeentebesturen en OCMW’s stegen tussen 2023 en 2024 met 8%.

Autonome gemeentebedrijven boekten na gemeentebesturen en OCMW’s hoogste uitgaven

Binnen de lokale overheden hadden autonome gemeentebedrijven (AGB’s), na de gemeentebesturen en OCMW’s, de hoogste uitgaven. De uitgaven van de AGB’s bedroegen in 2024 1,52 miljard euro of gemiddeld 223 euro per inwoner.

Na de gemeentebesturen en OCMW’s en de AGB’s komen de welzijnsverenigingen (OCMW-verenigingen), de provinciebesturen en de autonome provinciebedrijven. Hun uitgaven bedroegen respectievelijk 1,48 miljard, 1,27 miljard en 193 miljoen euro.

De uitgaven groeiden tussen 2023 en 2024 het sterkst bij de autonome provinciebedrijven (+7%), de provinciebesturen (+5%) en de welzijnsverenigingen (+3%). Bij de AGB’s was er een daling met 4%.

Investeringsuitgaven vormen 19% van provincie-uitgaven en 18% van gemeente-uitgaven

De uitgaven van de lokale overheden vallen uiteen in 3 groepen:

  • exploitatie-uitgaven: lopende uitgaven voor personeel, pensioenen en andere werkingskosten
  • investeringsuitgaven
  • financieringsuitgaven, hoofdzakelijk terugbetaling van leningen.

Financieringsuitgaven worden niet meegerekend in de van de Vlaamse overheid.

Bij de lokale overheden waren de exploitatie-uitgaven of lopende uitgaven de belangrijkste uitgavenpost. Hun aandeel in de totale uitgaven was in 2024 het grootst bij de autonome provinciebedrijven (91%). Dan volgen de welzijnsverenigingen (90%), de provinciebesturen (78%) en de gemeentebesturen/OCMW’s (77%). De autonome gemeentebedrijven kenden het laagste aandeel (76%).

Binnen de exploitatie-uitgaven wogen de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen het zwaarst door. Alleen bij de autonome gemeentebedrijven waren uitgaven voor goederen en diensten hoger.

Investeringsuitgaven hadden het grootste gewicht bij de provinciebesturen (19%) en de gemeentebesturen inclusief OCMW’s (18%). De AGB’s komen op de derde plaats met 16%.

Algemeen overheidsbestuur en sociale bescherming grootste uitgavenposten van gemeentebesturen en OCMW’s

Volgens de COFOG-classificatie woog de uitgavenpost algemeen overheidsbestuur het zwaarst door bij alle types besturen behalve welzijnsverenigingen en autonome provinciebedrijven. Bij de welzijnsverengigingen waren de uitgaven aan gezonheid dominant, bij de autonomie prinviciebedrijven deze aan onderwijs. Sociale bescherming komt op de 2de plaats bij de gemeentebesturen (inclusief OCMW’s) en op de 3de plaats bij de welzijnsverenigingen.
Recreatie, cultuur en godsdienst komt op de 3de plaats bij de gemeentebesturen (inclusief OCMW’s) en ook bij de autonome provinciebedrijven. Bij de AGB’s komt deze functie op de 2de plaats.

Hoogste gemeente-uitgaven per inwoner in grotere steden en kuststreek

In 2024 varieerde het uitgavenniveau van de gemeentebesturen en OCMW’s tussen 1.380 euro en 5.780 euro per inwoner. In de grotere steden en in de kuststreek lagen de uitgaven per inwoner meestal hoger. In de meer landelijke gebieden is het uitgavenpeil gewoonlijk lager.