Gedaan met laden. U bevindt zich op: Metadata: Digitale overheid Digitale overheid

Metadata: Digitale overheid

Verantwoordelijke entiteit

Vlaamse Statistische Autoriteit (VSA)

Metadatafiche laatste update

10-02-2026

Databron

Databron

De enquête over ICT- en internetgebruik bij huishoudens en individuen (ICT-enquête bij huishoudens en individuen) is een jaarlijks door Eurostat gecoördineerde bevraging in de lidstaten van de Europese Unie. Voor de organisatie van de bevraging en voor de verwerking van de Belgische cijfers is het Belgische statistiekbureau Statbel (Statistics Belgium) verantwoordelijk.

Dataverzameling

De steekproef van de ICT-enquête bij huishoudens en individuen is in België een deelsteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK). Het steekproefkader van de EAK-huishoudens wordt samengesteld op basis van het Rijksregister (een databank met bevolkingsgegevens van elke inwoner van België, ongeacht de nationaliteit). Dit register bevat voor elke Belgische inwoner ook kenmerken van het huishouden, evenals geografische informatie (het gewest, de provincie, het arrondissement, de gemeente, het adres), maar ook gegevens over het geslacht, de geboortedatum, enzovoort. De tijd tussen de update van het Rijksregister, de steekproeftrekking en de eigenlijke enquête is beperkt tot één tot drie maanden. Het kader omvat geen collectieve huishoudens.

Er wordt gebruik gemaakt van een probabilistische steekproefmethode, met twee steekproefstappen en een expliciete stratificatie in de eerste stap (strata = regio’s, NUTS 2). De steekproefmethode in de eerste stap is een eenvoudige aselecte steekproef. De uiteindelijke steekproefeenheid is het huishouden of het individu.

In elk huishouden worden één of twee personen geïnterviewd. Voor 2024 werd één persoon van 16 tot 74 jaar geïnterviewd. Sinds 2024 is de steekproef uitgebreid met de 75- tot 89-jarigen. In gezinnen met zowel iemand in de leeftijdsklasse van 16 tot 74 jaar als in de leeftijdsklasse van 75 tot 89 jaar worden twee personen geselecteerd om aan enquête deel te nemen, willekeurig 1 uit de 2 leeftijdsklassen.

Het leeftijdsbereik bij de EAK is ook 15 tot 89 jaar. Na het afnemen van de enquête naar de arbeidskrachten wordt op een toevallige wijze (de laatst verjaarde persoon uit de leeftijdscategorie) een persoon gevraagd om zelfstandig de ICT-enquête in te vullen. De enquêteur overhandigt een papieren formulier met retouromslag en een document met instructies en toegangscodes voor de webapplicatie. Twee à drie weken na het bezoek van de enquêteur ontvangen huishoudens die nog niet geantwoord hebben een herinneringsbrief.

Sinds 2009 worden er 2 methodes van dataverzameling gebruikt: via een webapplicatie (CAWI, Computer Assisted Web Interviewing) en via een papieren formulier (SAPQ, Self Administered Paper Questionnaire). Voor 2009 bevroeg de enquêteur de huishoudens mondeling aansluitend op de EAK-enquête.

Vóór de hervorming van de EAK in 2017 volstond het tweede kwartaal om voldoende huishoudens te hebben en liep het veldwerk van april tot eind augustus. Van 2017 tot 2020 betreft het de huishoudens die voor het eerste of tweede trimester deelnamen aan de doorlopende enquête naar de arbeidskrachten. Het veldwerk liep van januari tot eind augustus. Sinds 2021 werd besloten om een extra kwartaal van de arbeidskrachtenenquête op te nemen om de lagere respons op te vangen. Zo kregen de huishoudens die deelnamen aan de arbeidskrachtenenquête in het vierde kwartaal van het voorafgaande jaar (2024) en in het eerste en tweede kwartaal van het betreffende jaar (2025) een uitnodiging om deel te nemen aan de ICT-enquête 2025.

  • 2023. Na validatie bleven bij de editie van 2023 6.298 huishoudens over. Dat is 50,9% van de huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten 2023 deelgenomen hebben en op basis van het vermelde leeftijdscriterium in aanmerking kwamen voor de ICT-enquête bij huishoudens en individuen, en 32,6% van de initiële brutosteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten 2023 met uitsluiting van de huishoudens waarbij niet voldaan is aan bovenstaand leeftijdscriterium. De 6.298 huishoudens, die de nettosteekproef vormen, zijn als volgt over de 3 gewesten verdeeld: 770 uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 3.362 uit het Vlaamse Gewest en 2.166 uit het Waalse Gewest.
  • 2024. Na validatie bleven bij de editie van 2024 7.023 individuen uit 6.852 huishoudens over. Dat is 54,2% van de huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten 2024 deelgenomen hebben, en 35,0% van de initiële brutosteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten 2024. De 7.023 individuen, die de nettosteekproef vormen, zijn als volgt over de 3 gewesten verdeeld: 805 uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 3.859 uit het Vlaamse Gewest en 2.359 uit het Waalse Gewest.
  • 2025. Na validatie bleven bij de editie van 2025 6.674 individuen uit 6.487 huishoudens over. Dat is 54,1% van de huishoudens die aan de enquête naar de arbeidskrachten 2025 deelgenomen hebben, en 33,2% van de initiële brutosteekproef van de enquête naar de arbeidskrachten 2025. De 6.674 individuen, die de nettosteekproef vormen, zijn als volgt over de 3 gewesten verdeeld: 900 uit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 3.055 uit het Vlaamse Gewest en 2.532 uit het Waalse Gewest.

Frequentie van dataverzameling

De data worden jaarlijks verzameld, maar sommige vragen worden slechts om de twee of drie jaar gesteld. Hierdoor kunnen tijdreeksen onderbroken zijn, korter uitvallen en er kunnen geen gegevens beschikbaar zijn voor bepaalde jaren.

Statistische populatie

Statistische populatie

De verplichte onderzoekspopulatie vanuit de Europese verordening bestaat uit huishoudens met minstens één gezinslid in de leeftijdsrange van 16 tot en met 74 jaar. In de enquête over ICT-gebruik is de doelpopulatie voor de verschillende statistische eenheden als volgt:

  • individuen: alle personen van 16 tot en met 74 jaar;
  • huishoudens: alle (privé)huishoudens met minstens één lid van 16 tot en met 74 jaar.

In België zijn de huishoudens die voor de ICT-enquête in aanmerking komen, sinds de enquête van 2024 de privéhuishoudens met ten minste één persoon in de leeftijdsrange van 16 tot en met 89 jaar. Tot en met de enquête van 2023 betrof het de leeftijdsrange van 16 tot en met 74 jaar.

Het betreft privéhuishoudens, dus met uitsluiting van collectieve huishoudens zoals bijvoorbeeld bejaardentehuizen, gevangenissen, kazernes, kloostergemeenschappen, studentenhomes, weeshuizen, en zo verder.

Referentiegebied

Statbel bevraagt de burgers en de huishoudens in België en zijn gewesten. Sinds meer dan 10 jaar wordt de enquête niet uitgevoerd bij de Duitstalige Gemeenschap.

Voor de Vlaamse openbare statistieken selecteren we hieruit de burgers en de huishoudens uit het Vlaamse Gewest.

Referentieperiode

Er wordt niet in elke vraag gerefereerd naar dezelfde periode. Soms wordt de toestand op het moment van de bevraging bevraagd, soms het gedrag of de ervaringen in de voorbije 3 of 12 maanden of langer.

Digitale overheid – online contact met de overheid in het voorbije jaar

Variabelen

Variabelen en meeteenheid

In de enquête over het ICT-gebruik in huishoudens en door individuen worden, afhankelijk van de variabele, de huishoudens of de burgers als statistische eenheid gebruikt.

VOS 280 Digitale overheid – meeteenheid burgers

In de vragenlijst wordt de overheid als volgt gedefinieerd: het betreft zowel de diensten van de gemeenten (de burgemeester, de lokale politie, de openbare bibliotheek, de dienst Bevolking, …), de provincies, de gewesten (bijvoorbeeld de VDAB), de gemeenschappen en de federale overheid van België (bijvoorbeeld de Federale Overheidsdienst Financiën), als de Europese overheid. Ook openbare ziekenhuizen en instellingen die sociale uitkeringen beheren (zoals het RIZIV en de RVA) behoren tot de overheid.

Contact met de overheid via manueel getypte e-mails worden niet gezien als een digitaal contact met de overheid.

Er zijn verscheidene statistieken mogelijk. Wij gebruiken de statistiek zoals deze gedefinieerd is in de DESI (I_IGOVANYS). Deze houdt in dat in de voorbije 12 maanden er minstens 1 vorm van contact is geweest. De betreffende items van de vragenlijst waaruit deze statistiek wordt samengesteld, zijn de volgende:

“Hebt u één van volgende activiteiten uitgevoerd via een website of app van de overheid of openbare diensten tijdens de laatste 12 maanden?

  • IGOVIP=1 Opzoeken van informatie over uzelf (bv. informatie i.v.m. pensioen, gezondheid, werk …)
  • IGOVIDB=1 Opzoeken van informatie in openbare databanken (bv. informatie over beschikbaarheid van boeken in openbare bibliotheken, kadastrale registers, ondernemingsregisters…)
  • IGOV12IF=1 Verwerven van algemene informatie (bv. over diensten, uitkeringen, rechten, wetten, openingstijden)

IGOV12FM=1 Hebt u officiële documenten van een website of app van de overheid of openbare diensten gedownload of geprint voor privéredenen tijdens de laatste 12 maanden?

IGOVAPR=1 Hebt u een afspraak of reservatie gemaakt via een website of app van de overheid of openbare diensten voor privéredenen tijdens de laatste 12 maanden? (bv. reservering van een boek in een openbare bibliotheek, afspraak met een overheidsfunctionaris of een overheidsdienst voor gezondheidszorg)?

IGOVPOST=1 Hebt u officiële documenten of berichten ontvangen van de overheid of openbare diensten via uw account op een website of app van de overheid (bv. e-box) voor privéredenen tijdens de laatste 12 maanden? (bv. kennisgeving van boetes, facturen, gerechtelijke dagvaardingen of stukken, uitnodiging tot vaccinatie)? Berichten via e-mail of SMS vallen hier niet onder.

IGOVTAX2=1 Heeft u de afgelopen laatste 12 maanden uw persoonlijke belastingaangifte ingediend vervolledigd, gewijzigd, geraadpleegd of goedgekeurd via een website of app (Tax-on-web)?

Hebt u één van volgende activiteiten uitgevoerd via een website of app van de overheid of openbare diensten voor privéredenen tijdens de laatste 12 maanden? U mag meerdere antwoorden omcirkelen.

  • IGOVODC=1 Aanvragen van officiële documenten of getuigschriften (bv. voor onderwijs, geboorte, huwelijk, scheiding, overlijden, bewijs van woonst, bewijs van goed gedrag, strafblad)
  • IGOVBE=1 Aanvragen van uitkeringen of toelagen (bv. voor pensioen, werkloosheid, kinderbijslag, Inschrijving in school of universiteit)
  • IGOVRCC=1 Indienen van andere aanvragen, vorderingen of klachten (aangifte diefstal, juridische klacht, rechtsbijstand, burgerlijke vordering)”

Classificatiesysteem

De definities van de sociaal-economische kerninformatie zijn gemeenschappelijk voor alle domeinen onder de IESS-kaderverordening. Ze omvatten verschillende soorten individuele en huishoudelijke informatie, zoals het geslacht van een persoon, leeftijd, type huishouden, hoofdactiviteitsstatus, enzovoort. De variabelen en categorieën voor gegevensoverdracht aan de Commissie worden beschreven in de bijlage bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2181 van de Commissie.

Om ervoor te zorgen dat deze variabelen uniform worden geïnterpreteerd en toegepast binnen de verschillende domeinen, worden definities, categorieën en uitvoeringsrichtlijnen nader gespecificeerd in de Uitvoeringsrichtlijnen voor gestandaardiseerde sociale kernvariabelen.

Het onderwijsniveau is gebaseerd op de internationaal erkende ISCED-indeling (International Standard Classification of Education). Laaggeschoolden zijn diegenen die ofwel geen diploma hebben ofwel ten hoogste een diploma van lager secundair onderwijs (eerste graad) (ISCED 0-2). Middengeschoolden hebben als hoogste diploma een diploma van hoger secundair of “postsecundair” (niet hoger) onderwijs (ISCED 3-4). Hooggeschoolden hebben een diploma hoger onderwijs (ISCED 5-8).

Het equivalent inkomen is een maatstaf voor het inkomen van een huishouden die rekening houdt met de verschillen in de grootte en samenstelling van een huishouden, en wordt dus gelijkgesteld of gelijkwaardig gemaakt voor alle groottes en samenstellingen van huishoudens. Het equivalent inkomen wordt berekend door het totale inkomen van het huishouden uit alle bronnen te delen door de equivalente grootte, berekend met behulp van de gewijzigde OESO-equivalentieschaal. Deze schaal kent een gewicht toe aan alle leden van het huishouden:

  • 1,0 voor de eerste volwassene;
  • 0,5 voor de tweede en elke volgende persoon van 14 jaar en ouder;
  • 0,3 voor elk kind jonger dan 14 jaar.

De equivalente grootte is de som van de gewichten van alle leden van een bepaald huishouden.

Op basis van het equivalent inkomen kunnen de huishoudens gerangschikt worden van laag naar hoog en opgedeeld worden in 5 kwintielen of groepen. De inkomensklassen die hier gebruikt werden om de 5 kwintielen af te bakenen zijn berekend door Statbel en gebaseerd op de EU-SILC-enquête.

Het geboorteland van een persoon wordt gedefinieerd als het land waar de moeder van de persoon op het moment van de geboorte gewoonlijk woonde (volgens de huidige landsgrenzen). Informatie over het geboorteland wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen in het land geboren inwoners (geboren in het rapporterende land) en in het buitenland geboren inwoners (geboren in een ander land dan het rapporterende land). Alleen als informatie over de plaats van ‘gebruikelijke verblijf’ van de moeder op het moment van de geboorte niet beschikbaar is, moet de plaats waar de geboorte heeft plaatsgevonden worden gerapporteerd.

Bewerkingen

Jaarlijks is er een nota van Eurostat met de bewerkingen. De bewerkingen voor het afleiden van nieuwe variabelen en het berekenen van aggregaten en complexe statistieken kan men vinden in de European businesses statistics compilers’ manual for ICT in households and by individuals, 2025 survey.

Gewichten

De weegprocedure houdt in dat er voor elke respondent een gewicht wordt berekend, zodat de steekproef zo nauwkeurig mogelijk overeenkomt met de hele Belgische bevolking. Dit gebeurt via calibratie met marges: een statistische techniek waarbij de steekproef wordt aangepast aan gekende verdelingen in de populatie. Hiervoor wordt de software CALMAR gebruikt, en men werkt op individueel niveau.

De ICT-enquête is gekoppeld aan de EAK-enquête (Enquête naar de Arbeidskrachten). Het berekenen van de definitieve wegingsfactoren verloopt via verschillende cruciale stappen:

  • Startgewicht (EAK): De ICT-steekproef bestaat uit EAK-respondenten, waarbij hun gewichten al zijn afgestemd op de Belgische bevolking.
  • Huishoudmultiplicator: In de ICT-enquête beantwoordt één persoon de vragen namens het hele huishouden. Het gewicht van deze respondent wordt vermenigvuldigd met het aantal in aanmerking komende personen binnen het huishouden. Deze methodologische keuze is gebaseerd op het principe dat internetgebruik binnen eenzelfde huishouden sterk gecorreleerd is. De respondent fungeert dus als beste vertegenwoordiger voor de andere leden van het huishouden. Het gewicht wordt in deze fase begrensd, zodat het niet boven de 5.000 uitkomt.
  • Marges afstemmen: Er wordt een margecalibratie toegepast om zowel niet-respondenten te compenseren als te voldoen aan diverse marges in de populatie:

- Seks (man, vrouw) * Gewest (Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

- Leeftijdscategorie (verdeeld in zes groepen: jonger dan 24, 25-34, 35-44, 45-54, 55-64 en ouder dan 64 jaar)* Gewest

- Nationaliteit (Belg/Geen Belg) * Gewest

- Huishoudgrootte (aantal personen in het huishouden, maximaal 5)* Gewest

- Fiscaal inkomenskwintiel op landniveau (opgedeeld in vijf inkomensgroepen)

- Hoogst behaalde diploma op landniveau

Buitenlandse populaties, of mensen met een onbekend inkomen of diploma, hebben doorgaans een lager antwoordpercentage. Hierdoor stijgt hun individuele gewicht in deze fase. Om vertekening van de gewichten te beperken, worden grenzen (0,4; 2,5) toegepast.

Al deze kenmerken samen zorgen ervoor dat de steekproef gecorrigeerd wordt zodat ze de bevolkingsstructuur zo goed mogelijk weerspiegelt. Door deze aanpak worden de resultaten representatiever, omdat onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde groepen in de uiteindelijke statistieken wordt gecorrigeerd.

Non-respons en imputatie

De vragenlijst is niet verplicht in België. Statbel probeert de non-respons te beperken via het versturen van herinneringsbrieven.

Voor respons zie bij de dataverzameling hierboven.

Gebruikte methodes in het kader van de unit non-respons: aanpassing door weging met oorspronkelijke steekproefstrata als gewichtsklassen.

Item non-response is zeer beperkt. Er wordt ‘hot deck’-imputatie toegepast bij de uitgaven aan e-commerce.

Vertrouwelijkheid

We maken voor deze statistieken gebruik van de data van Statbel. Statbel en Statistiek Vlaanderen moeten de vertrouwelijkheid van confidentiële data waarborgen volgens de regulation Nr. 223/2009 betreffende de Europese statistieken (Artikel 20).

Gegevens die gebruikt worden voor het opstellen van statistieken worden als vertrouwelijk beschouwd wanneer statistische eenheden direct of indirect kunnen worden geïdentificeerd, en wanneer hierdoor informatie over personen kan worden onthuld.

  • Directe identificatie betekent dat de respondent (statistische eenheid) kan worden geïdentificeerd aan de hand van formele identificatoren (zoals naam, adres, identificatienummer).
  • Indirecte identificatie betekent dat de identiteit van een respondent kan worden afgeleid via een combinatie van variabelen of kenmerken (zoals leeftijd, geslacht, opleiding, enzovoort).

Statistische onthullingscontrole (SDC) kan worden gegarandeerd door fysieke bescherming en statistische onthullingscontrole.

De gegevens die aan de VSA worden verstrekt in het kader van de ICT-statistieken voor huishoudens en individuen zijn niet statistisch vertrouwelijk in de zin dat ze geen individuele records bevatten die kunnen leiden tot indirecte identificatie van de respondenten. Toch worden de nodige voorzorgsmaatregelen genomen om ook de vertrouwelijkheid van deze data te beschermen, zoals de verwerking van op een beveiligde server en door het uitsluitend verspreiden van statistieken met een voldoende aggregatieniveau.

Accuraatheid

/

Vergelijkbaarheid

Geografische vergelijkbaarheid

Er is zowel een handleiding voor de uitvoering van het onderzoek als een modelvragenlijst vanuit Eurostat. Deze moeten de vergelijkbaarheid over de deelnemende landen verhogen. Er kunnen in de praktijk echter wel verschillen zijn tussen de landen door (kleine) verschillen in de vertaling, in referentieperiodes, in het gebruikte onderzoeksinstrument, in de behandeling van non-respons of door een andere routing in de nationale vragenlijsten. Eurostat geeft een noot bij de statistieken die voor bepaalde landen een gereduceerde vergelijkbaarheid hebben. Statistiek Vlaanderen publiceert de cijfers niet als er op de website van Eurostat sprake is van een lage betrouwbaarheid.

Statbel neemt deze vragenlijst af in heel België. Zo wordt ook de vergelijkbaarheid over de gewesten verhoogd. In principe kunnen er ook verschillen zijn door de vertalingen tussen de Nederlandstalige en de Franstalige vragenlijsten voor België, ook al verwachten we dat deze beperkt zijn.

Vergelijkbaarheid over de tijd

Voor de meeste indicatoren wordt een zeer goede vergelijkbaarheid over de tijd bereikt. Voor sommige variabelen is de vergelijkbaarheid over de tijd echter beperkt, als gevolg van noodzakelijke wijzigingen in definities en/of vragen om de ontwikkeling van ICT (zoals mobiel internet en vaardigheden) te kunnen meten. Wij publiceren in dat geval alleen de cijfers na de wijziging of we geven duidelijk aan wat de wijziging inhoudt.

In de Eurostat-review van de ICT-statistieken, besproken in het ESSC van mei 2025, kwam dit topic aan bod. Hierbij werd duidelijk gekozen voor de nodige flexibiliteit zodat de statistieken zo goed als mogelijk de statistiekbehoeften blijven dekken (recommendation 1).

Domeinoverschrijdende coherentie

Binnen het Vlaamse Gewest is er sinds 2009 een tweede enquête over het ICT-gebruik bij huishoudens en burgers: Digimeter van Imec. Digimeter omschrijft trends rond bezit en gebruik van media en technologie in Vlaanderen. Als hoogtechnologisch onderzoekscentrum beweegt imec zich wereldwijd in de voorhoede van innovatie. Met voldoende oog en openheid voor nieuwe evoluties legt deze studie veranderingen qua bezit, gebruik en attitude ten opzichte van technologie in de samenleving bloot. Sinds enkele jaren is de steekproef gedeeltelijk gebaseerd op het Rijksregister. Het Rijksregister trok een willekeurige steekproef van 12.000 Vlamingen. Deze Vlamingen kregen een uitnodigingsbrief met een link om deel te nemen aan de online vragenlijst. Een kortere papieren versie van de vragenlijst kon door iedereen telefonisch worden aangevraagd. Na twee weken werd een herinneringsbrief gestuurd, vergezeld van een papieren vragenlijst bij de 65+’ers. Spijtig genoeg wordt deze aselecte steekproef aangevuld met andere bronnen, waardoor de kwaliteit van de steekproeftrekking minder duidelijk is. In Digimeter 2024 lezen we hieromtrent: “Van de 2.845 respondenten in onze steekproef werd 52% via het Rijksregister gerekruteerd, 8% via partnerrekrutering met de VDAB en eigen imec kanalen en de overige 40% van de steekproef via Bpact.” Voor een volledige kwaliteitsbeoordeling ontbreken op de publieke overzichtspagina in het rapport cruciale technische details.

Referenties

European Commission: Eurostat (2025). European business statistics compiler’s manual for ICT in households and by individuals, 2025 survey – 2025 edition, Publications Office of the European Union

Eurostat (z.d.). Digital economy and society. Methodology. Geraadpleegd op 19 februari 2026, https://ec.europa.eu/eurostat/web/digital-economy-and-society/methodology

Eurostat (z.d.). Reference metadata ICT usage in households and by individuals. Geraadpleegd op 19 februari 2026, https://ec.europa.eu/eurostat/cache/metadata/en/isoc_i_esms.htm

Eurostat: ICT-gebruik in huishoudens

Statbel (16/02/2022). Metadata enquête ICT-gebruik in huishoudens. Geraadpleegd op 19 februari 2026, van https://statbel.fgov.be/sites/default/files/files/metadata/T8.STAT_DTST_663.CTAC_ORG_1.DIFF_LVL_1.NL.pdf

Statbel: ICT-gebruik in huishoudens

Naar de statistiek