Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

Ongeveer helft van de bevolking heeft vaak contact met familie en buren

Ongeveer de helft van de inwoners van het Vlaamse Gewest van 18 jaar en ouder gaf in het voorjaar van 2022 aan minstens wekelijks contact te hebben met buren (53%) en niet-inwonende familie (47%). 38% had minstens wekelijks contact met vrienden of kennissen. Daartegenover staat dat in diezelfde periode 20% van de bevolking minder dan maandelijks contact had met buren, 21% met niet-inwonende familie en 24% minder dan maandelijks contact had met vrienden of kennissen.

In vergelijking met het voorjaar van 2021 nam het aandeel met minstens wekelijks contact met buren sterk toe (van 39% naar 53%). Ook het aandeel met minstens wekelijks contact met vrienden of kennissen steeg, zij het in beperktere mate (van 33% naar 38%). De frequentie van contacten met niet-inwonende familie bleef min of meer gelijk. De lagere aandelen in 2021 in vergelijking met 2022 zijn niet verwonderlijk gezien de wettelijke beperkingen op het aantal sociale contacten in het kader van de strijd tegen de COVID-19-pandemie in 2021.

Vergelijkbare cijfers over de frequentie van sociale contacten voor de periode vóór 2021 zijn niet beschikbaar.

Ouderen hebben vaker contact met buren, jongeren vaker met vrienden

Mannen hadden in het voorjaar van 2022 iets vaker frequent contact met buren dan vrouwen. Bij de contacten met familie en vrienden of kennissen blijven de verschillen naar geslacht beperkt.

Naar leeftijd is het zo dat jongeren vaker contact hebben met vrienden of kennissen dan ouderen. Daartegenover staat dat ouderen vaker contact hebben met buren.

Personen die samenwonen met een partner en kind(eren) hebben van alle huishoudgroepen het vaakst contact met familie. Bij de contacten met buren zijn dat de personen die samenwonen met een partner maar zonder kinderen. Bij de contacten met vrienden of kennissen zijn het de personen die niet met een partner maar wel met kind(eren) samenwonen die de hoogste percentages optekenen, naast de huishoudgroep ‘andere’.

Hooggeschoolden hebben vaker dan laag- en middengeschoolden frequent contact met familie en met vrienden of kennissen. Laaggeschoolden hebben dan weer vaker dan de andere groepen frequent contact met buren.

Limburgers hebben vaakst contact met familie, West-Vlamingen met buren

De inwoners van Limburgers hebben van alle provincies het vaakst contact met familie, inwoners van West-Vlaanderen met buren. Op vlak van contacten met vrienden of kennissen zijn er geen duidelijke verschillen naar provincie.

Personen die wonen in de gemeenten van het platteland, het overgangsgebied en de kleinere steden hebben vaker contact met familie dan de personen uit andere gemeenten. Bij de contacten met vrienden of kennissen en buren zijn de verschillen naar woonplaats minder groot.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: