Deze pagina bundelt veelgestelde vragen van lokale besturen over verschillende onderwerpen tezamen. Via de zijnavigatie kunt u vlot het thema van de veelgestelde vragen opzoeken.
Financiering
Op deze pagina vindt u het volledig beleidskader rond financiering aan lokale besturen.
Veelgestelde vragen over dit beleidskader vindt u hieronder.
Categorie 1: private en publieke slaapplekken
Publieke slaapplekken zijn plekken die door het lokaal bestuur zelf of op vraag van het lokaal bestuur werden ingericht. In het laatste geval is een overeenkomst aangewezen om de modaliteiten van het gebruik en de onderlinge financiering te regelen.
Private slaapplekken zijn slaapplekken in een woning die geregistreerd is als hoofdverblijfplaats van een private persoon of in een tweede of bijkomende verblijfswoning van een private persoon of in een gebouw of mobiele woonunit die een andere actor dan het lokaal bestuur op eigen initiatief beheert en ter beschikking stelt.
Als lokaal bestuur zult u zelf kunnen aanduiden in de Huisvestingstool of de locatie door het lokaal bestuur zelf of op vraag van het lokaal bestuur werd ingericht Hiervoor wordt een extra luik ‘financiering’ toegevoegd.
De subsidie voor publieke slaapplekken staat los van de bezetting.
Vanaf augustus kan een publieke slaapplek in aanmerking komen voor een forfaitaire subsidie van 55€/180€ per maand indien de slaapplek op het einde van de maand (augustus, september, oktober, november, december) minimaal 60 dagen beschikbaar was.
Daarnaast is er een eenmalige forfaitaire subsidie van 1000 euro per publieke slaapplek zonder opknapwerken. Voor slaapplekken met opknapwerken bedraagt de eenmalige forfaitaire subsidie 400 euro per slaapplek en kunnen voor de reële kosten facturen worden ingediend voor een maximaal bedrag van 2500 euro per slaapkamer en 2500 euro per opvangplaats voor het geheel aan gemeenschappelijke delen.
Wanneer er een tijdelijke onbeschikbaarheid ingegeven wordt, kan dit een effect hebben op de subsidie.
Voor het bekomen van de subsidies dient de slaapplek namelijk steeds een minimale periode beschikbaar te zijn.
De onbeschikbaarheid onderbreekt deze periode. Na de onbeschikbaarheid starten de tellers opnieuw vanaf 0.
Categorie 2: specifieke slaapplekken
Als lokaal bestuur schiet u deze dagvergoeding voor tot aan de uitbetalingsmomenten. Van zodra de plaats bezet wordt, zal de dagvergoeding verminderen. U kan dan de huurprijs innen ten laste van het leefloon.
Lees voor de zekerheid de informatie op deze webpagina bij categorie 2.
Opknapwerken/renovatie
Enkel facturen voor opknapwerken met een factuurdatum van 14 maart 2022 of later komen in aanmerking voor vergoeding van de kosten.
De lokale besturen moeten de facturen voor opknapwerken indienen via de module Subsidiebeheer van het Loket voor lokale besturen(opent in nieuw venster) bij het Agentschap Binnenlands Bestuur. De ingediende facturen worden inhoudelijk nagekeken door het Facilitair Bedrijf.
Indien een lokaal bestuur de werken met een eigen klusjesdienst uitvoert, komen de loonkosten alsook de kosten voor het gebruikte materiaal in aanmerking. Ze dienen in dit geval een verklaring op eer in te dienen over de loonkosten alsook de materiaalkosten.
Enkel de gemaakte kosten voor opknapwerken die noodzakelijk zijn om aan de minimale kwaliteitseisen te voldoen komen in aanmerking. Alle andere inrichtingskosten vallen onder het forfaitaire subsidiebedrag.
Ook werken uitgevoerd door eigen diensten en de daaraan gekoppelde loonkosten komen in aanmerking. De kosten moeten wel verantwoord kunnen worden aan de hand van bewijsstukken (in te dienen via de module Subsidiebeheer van het Loket voor lokale besturen(opent in nieuw venster) bij het Agentschap Binnenlands Bestuur).
Een niet-limitatieve lijst van opknapwerken die in aanmerking komen voor subsidies(Excel bestand opent in nieuw venster) vindt u hier.
Dat klopt, indien er opknapwerken nodig zijn voor publieke slaapplekken. Er wordt standaard 400 euro voor iedere slaapplek toegekend, zonder verder te bewijzen onkosten (los van eventuele bijkomende kosten per slaapkamer, cf. onderstaande). Er wordt bijkomend maximaal 2.500 euro per slaapkamer en 2.500 euro voor het geheel aan gemeenschappelijke delen toegekend – maar dit wel op basis van reëel voor te leggen kosten.
Er wordt maximaal 2.500 euro voorzien per opvangplaats voor het geheel aan gemeenschappelijke delen (bv. keuken + badkamer + toiletten,…).
Een opvangplaats is een gebouw of een geheel van één of meer mobiele woonunits waarin naast één of meer slaapplekken ook minimaal één of meer toiletten, baden of douches en een kookgelegenheid aanwezig zijn of waarbij die faciliteiten aanwezig zijn in de gemeenschappelijke voorzieningen aansluitend aan het gebouw.
Indien u bv. meerdere appartementen ter beschikking stelt waarin u per appartement steeds een toilet, bad/douche en een kookgelegenheid ter beschikking stelt, mag u deze beschouwen als afzonderlijke opvangplaatsen.
U dient dit ook zo in te geven in de Vlaamse huisvestingstool.
Nee, dit valt niet onder subsidieerbare opknapwerken.
Per opvangplaats dient men in de Huisvestingstool aan te geven of men kiest voor de subsidie zonder opknapwerken (1.000 euro subsidie) of met opknapwerken (400 euro subsidie + maximaal 2.500 euro per slaapkamer en maximaal 2.500 euro voor de gemeenschappelijke delen).
Wanneer u dan een keuze maakt tussen één van beide categorieën (met of zonder opknapwerken) is uw keuze definitief en kan die nadien niet meer aangepast worden.
Voor opvangplaatsen waarvoor u aangeeft dat er geen opknapwerken nodig zijn, zult u dus ook geen facturen kunnen indienen.
Er is momenteel nog een tijdelijke overgangsperiode tot 23 september. Tot dan kan u nog wijzigingen doorvoeren.
De ingediende werken worden meegenomen in de uitbetaling op 31 december 2022 als ze zijn ingediend tegen 31 augustus 2022 en indien ze zijn aanvaard worden door Het Facilitair Bedrijf.
Werken die na 31 augustus worden ingediend en vóór 1 januari 2023 worden ten laatste uitbetaald op 31 maart 2023.
Belastingen/verzekeringen
Voor meer informatie over de fiscale impact van opvang kunt u terecht op de website van de FOD Financiën(opent in nieuw venster).
Subsidie op basis van het Rijksregister
Er worden 3 “foto’s” gemaakt:
- Wanneer de ontheemde zich eind juni in gemeente A bevindt, ontvangt gemeente A 180 euro (400 x 0,45).
- Wanneer de ontheemde daarna verhuist en zich eind september in gemeente B bevindt, ontvangt gemeente B 180 euro (400 x 0,45).
- Wanneer de ontheemde daarna niet meer verhuist en zich eind december nog steeds in gemeente B bevindt, ontvangt gemeente B bijkomend 120 euro (400 euro x 0,3).
Voor de berekening van de subsidie wordt uitgegaan van de optelsom van het aantal meerderjarige tijdelijk ontheemden uit Oekraïne en het aantal minderjarige Oekraïners, op basis van de informatie uit het Rijksregister waarover het Agentschap Binnenlands Bestuur beschikt op 30 juni, 30 september en 31 december.
Voor de berekening van de subsidie voor de begeleiding van de ontheemden wordt er dus niet gekeken naar het aantal slaapplekken dat doorgegeven wordt in de Vlaamse Huisvestingstool.
Het blijft echter van groot belang dat de private slaapplekken worden geregistreerd, gevalideerd en toegewezen in de Vlaamse Huisvestingstool.
De Vlaamse huisvestingstool is, en blijft, belangrijk voor de uitbetaling van subsidies en als beleidsinstrument voor de huisvesting van ontheemden in Vlaanderen. Ze wordt gebruikt om een zicht te hebben, en te houden, op een billijke spreiding van duurzame huisvestingsplaatsen in Vlaanderen, waarvoor de gegevens correct en volledig bijgehouden moeten worden.
Als een ontheemde sinds maart werd opgevangen in een gemeente en eind juni niet meer geregistreerd staat in het Rijksregister op het grondgebied van die gemeente, ontvangt die gemeente geen subsidie voor die ontheemde.
Indien een ontheemde eind juni geregistreerd staat in het Rijksregister, op het grondgebied van de gemeente, ontvangt die gemeente daarvoor 180 euro (400 euro x 0,45). Als diezelfde ontheemde eind september en eind december nog steeds geregistreerd staat in het Rijksregister, op het grondgebied van de gemeente, ontvangt die gemeente daar nogmaals respectievelijk 180 euro (400 euro x 0,45) en 120 euro (400 euro x 0,30) voor.
Deze subsidie heeft dezelfde uitbetalingsmomenten als de andere subsidievormen: uiterlijk eind december 2022 en eind maart 2023 worden de subsidies uitbetaald.
Nuttige links en documentatie
Huisvesting
Voor het beleidskader en algemene informatie rond huisvesting kunt u de volgende webpagina raadplegen.
Veelgestelde vragen vindt u hieronder.
Algemeen
De bedragen hier zoals gepubliceerd zijn enkel richtinggevend, niet afdwingbaar. Het moet wel steeds een redelijke huurprijs zijn die wordt afgesloten.
Fedasil kan niet autonoom duurzame opvangplaatsen toewijzen. Ze nemen hiervoor contact op met de gemeentelijk coördinator die de eindbeslissing neemt en de toewijzing doet in de Huisvestingstool.
Op basis van een gesprek met de mensen op de vlucht uit Oekraïne bepalen zij samen de huisvestingsnood.
Voor herhuisvesting van deze mensen zoekt u binnen de eigen gemeente naar een oplossing of bevraagt u omliggende gemeentes.
Wanneer u geen huurprijs vraagt, maar u wel een woning ter beschikking stelt van mensen op de vlucht uit Oekraïne, wordt er geen huurovereenkomst gesloten, maar een opvangovereenkomst.
De houder van het zakelijk recht (eigendom, vruchtgebruik, recht van opstal, rechts van erfpacht) en de verhuurder/ter beschikkingsteller is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de aangeboden huisvesting.
Bij twijfel kunt u aan het lokale bestuur vragen om een woningcontroleur op basis van de aangepaste technische verslagen een conformiteitsonderzoek te laten uitvoeren. Er worden geen systematische controles gepland.
Particuliere opvang (gastgezinnen)
Het onderscheid tussen zelfstandige woningen en kamers wordt bij de woningkwaliteitsbewaking niet gemaakt op basis van de vergunde, maar op basis van de feitelijke toestand. Wij verwijzen hiervoor naar de omzendbrief RWO2011/1 van 23/12/2011 en naar het handboek woningkwaliteitsbewaking voor lokale besturen(opent in nieuw venster).
Concreet betekent dit:
Een woning waar één alleenstaande of één gezin tijdelijk verblijft, wordt beschouwd als een zelfstandige woning.
Een woning waarin verschillende gezinnen of verschillende alleenstaanden samen verblijven, wordt beschouwd als een kamerwoning.
Voorbeeld:
Het gedeelte van de woning beschikt over een eigen toilet, keuken en badkamer: in dat geval moeten de Oekraïense vluchtelingen geen voorzieningen delen met het inwonende gezin. We beschouwen dit gedeelte van de woning dan als een zelfstandige woning (bv. appartement / studio).
Het gedeelte van de woning beschikt niet over een eigen toilet, keuken of badkamer: in dat geval delen de Oekraïense vluchtelingen een of meerdere voorzieningen met het inwonende gezin of met elkaar (als ze samen geen gezin vormen). We beschouwen dit gedeelte van de woning als een kamerwoning.
U kunt zelf een controle (laten) uitvoeren met betrekking tot de tijdelijke afwijkingen op de woningkwaliteitsnormen vastgesteld om de zoektocht naar tijdelijke huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen te faciliteren.
De omzendbrief van 18 maart 2022 betreffende de controle van de kandidaat-huisvesters van personen die vluchten voor het gewapend conflict in Oekraïne, voorziet niet expliciet in de verificatie van het uittreksel uit het strafregister van personen die personen op de vlucht opvangen zonder tussenkomst van de overheid. Echter, wanneer gemeenten op de hoogte worden gebracht van het bestaan van huisvesting in een informeel circuit, kunnen zij ook in dit verband de huisvesters verzoeken om diens uittreksel uit het strafregister over te leggen. Bij weigering of in geval van een veroordeling voor minstens één van de feiten zoals bedoeld in punt 1.3. van deze omzendbrief, kan de gemeente de personen die Oekraïne ontvlucht zijn ervan op de hoogte brengen dat hun huisvesters niet voldoen aan de voorwaarden die wenselijk zijn voor hun huisvesting, en hen alternatieve huisvesting aanbieden.
De bovenvermelde omzendbrief van 18 maart 2022 bepaalt eveneens dat de politiediensten de controles en onderzoeken kunnen uitvoeren die vallen binnen de reikwijdte van hun wettelijk toegekende bevoegdheden, op basis van de hen ter kennis gebrachte gegevens of op basis van vastgestelde feiten die wijzen op een risico voor de veiligheid van personen op de vlucht (punt 1.1. van de omzendbrief van 18 maart 2022).
Verder is in elk geval eenieder die door een bevoegde autoriteit belast wordt met de opdracht om tussen te komen in de procedure voor opvang en de begeleiding van personen op de vlucht in het kader van deze procedure verplicht bij de politie aangifte te doen van elk feit dat wijst op een risico voor de fysieke integriteit van de personen op de vlucht (punt 2.3. van de omzendbrief van 18 maart 2022).
Bij het afsluiten van een opvangovereenkomst kan er een bescheiden vaste vergoeding gevraagd worden. Er kunnen ook andere afspraken gemaakt worden.
Bij huurders van een sociale woning is enkel een opvangovereenkomst mogelijk want zij mogen niet onderverhuren. Dan is er geen huurwaarborg.
Wanneer u geen huurprijs vraagt, maar u wel een woning ter beschikking stelt van tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, wordt er geen huurovereenkomst gesloten, maar een opvangovereenkomst.
Van belang is dat u dan ook effectief geen huurprijs vraagt (een huurprijs is een vergoeding voor het gebruik van de woning door de huurder). Een vergoeding voor de kosten van verbruik kan wel, maar een dergelijke vergoeding moet afgestemd zijn op de effectieve kost van het verbruik en mag geen verdoken huurprijs zijn.
Wanneer u wel een huurprijs vraagt, is een huurovereenkomst noodzakelijk. U vindt hiervan modelovereenkomsten op de webpagina ‘Huisvesting’ en op de website van Wonen Vlaanderen.
Neen, dit heeft momenteel geen impact op de huurprijs. Van zodra de tijdelijke bijwoonst evolueert naar duurzame huisvesting, dan moet u rekening houden met de bijwoonst voor de huurprijsberekening.
De gewone, algemene regelgeving geldt voor wat verzekeringen betreft.
Een lokaal bestuur kan er ook voor opteren om bijvoorbeeld gastgezinnen een vrijwilligersovereenkomst te laten ondertekenen en voor hen een verzekering sluiten voor burgerlijke aansprakelijkheid. Dit is evenwel geen verplichting.
Eens de persoon het tijdelijk beschermingsstatuut heeft, kan deze zich inschrijven bij de verplichte ziekteverzekering et cetera.
Wanneer u in uw eigen woning tijdelijk ontheemden uit Oekraïne vluchtelingen wil opvangen, kunt u dit doen op twee manieren:
- ofwel splitst u uw woning en stelt u een afgesplitst deel van uw woning ter beschikking
- ofwel worden de tijdelijk ontheemden uit Oekraïne een deel van uw gezin.
Modelcontracten en richtprijzen
Wanneer u geen huurprijs vraagt, maar u wel een woning ter beschikking stelt van tijdelijk ontheemden uit Oekraïne, wordt er geen huurovereenkomst gesloten, maar een opvangovereenkomst.
Men zal in dit geval het leefloon van een samenwonende krijgen en het leefloon van een persoon met gezinslast. Dus de huurprijs van een samenwonende (292 euro) kan dan ook gecombineerd worden met de huurprijs van de persoon met gezinslast (591 euro)
Meer richtlijnen voor het bepalen van de huurprijs voor opvang van vluchtelingen uit Oekraïne vindt u op deze pagina. U kan gemakkelijk een maandelijkse vergoeding voor de opvang voor tijdelijk ontheemden bepalen door in deze tool(Excel bestand opent in nieuw venster) enkele vragen te beantwoorden.
Ze kunnen de modelhoofdhuurovereenkomsten en onderhuurovereenkomsten gebruiken die de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) ter beschikking stelt.
Er is niets bepaald dat het niet zou mogen als het via particuliere eigenaar is. Het moet gaan over huisvesting en woningen.
Wanneer een natuurlijk persoon zijn tweede verblijf (woonhuis, appartement, studio) aan vluchtelingen ter beschikking stelt via de modelhuurovereenkomst voor vluchtelingen uit Oekraïne of via een bezetting ter bede en de vluchtelingen het onroerend goed noch geheel, noch gedeeltelijk gebruiken voor het uitoefenen van hun beroepswerkzaamheid, dan zijn de inkomsten voor dat onroerend goed als onroerende inkomsten belastbaar tegen het progressief tarief. Het onroerend inkomen wordt dan vastgesteld op basis van het geïndexeerde kadastraal inkomen, verhoogd met 40%.
Wanneer het de verhuring van een gemeubileerde woning betreft, moeten de ontvangen huurinkomsten worden opgesplitst in:
onroerende inkomsten (voor het gedeelte dat overeenkomt met de verhuur van het gebouw): deze inkomsten zijn belastbaar tegen het progressief tarief.
en roerende inkomsten (voor het gedeelte dat overeenkomt met de verhuur van het meubilair): deze inkomsten zijn na aftrek van een forfaitaire kost van 50% belastbaar tegen 30% (tenzij de globalisatie voordeliger is).
Wanneer een onroerend goed (of een gedeelte daarvan) gemeubileerd wordt verhuurd en ingeval de huurovereenkomst geen afzonderlijke huurprijs bepaalt voor het gebouw en voor het meubilair, wordt de huurprijs van het onroerend goed geacht 60% van de totale huurprijs te bedragen. Het overschot van 40% wordt geacht de opbrengst te zijn van de verhuring van de meubels.
Op de site van de FOD Financiën vindt u meer informatie over de fiscale impact voor Belgen die vluchtelingen in huis opvangen(opent in nieuw venster).
Opvang via sociale woonactoren (SHM/SVK/VMW)
Neen, het is niet de bedoeling om de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen te regelen via het reguliere sociale huurstelsel. In het sociale huurstelsel gelden er namelijk strikte inschrijvingsvoorwaarden en gelden de toewijsregels uit het toewijssysteem. De huisvesting van de Oekraïense vluchtelingen binnen de sociale huisvesting kan wel op drie manieren.
De aparte opknap- en beheerspremie voor het opknappen en verhuren van leegstaande sociale huurwoningen geldt enkel voor een sociale huisvestingsmaatschappij (SHM), woonmaatschappij of het Vlaams Woningfonds. Voor woningen die door andere actoren op vraag van het lokaal bestuur ter beschikking worden gesteld, geldt het subsidiekader voor private of publieke slaapplekken.
Indien het gaat om een publieke slaapplek die door het lokaal bestuur zelf of op vraag van het lokaal bestuur wordt ingericht, is voorzien in een subsidie van opknapwerken in functie van de minimale woningkwaliteit voor maximaal 2.500 euro per kamer en maximaal 2.500 euro per opvangplaats voor het geheel aan gemeenschappelijke delen.
Slaapplekken vanuit de sociale huisvestingssector kunnen zowel private als publieke slaapplekken zijn.
Wanneer het publieke slaapplekken zijn kunnen het zowel publieke slaapplekken zijn met of zonder opknapwerken.
Voor de opknapwerken zijn er twee subsidiekanalen. Een subsidiekanaal vanuit Wonen-Vlaanderen (BVR 18/3/2022) en een subsidiekanaal vanuit het Agentschap Binnenlands Bestuur (8/4/2022).
Als de men in de VHT aangeeft dat het een publieke plek is zonder opknapwerken kan het lokaal bestuur via het Loket voor lokale besturen van ABB geen subsidies aanvragen voor opknapwerken. Dit sluit niet uit dat de actor uit de sociale huisvestingsmaatschappij subsidies aanvraagt voor opknapwerken bij Wonen-Vlaanderen (BVR 18/3/2022).
Als men in de Vlaamse Huisvestingstool aangeeft dat het een publieke slaapplek is met opknapwerken kan het lokaal bestuur via het Loket voor lokale besturen van ABB (op basis van het BVR van 8/4/2022) een subsidie aanvragen voor opknapwerken. Een combinatie van subsidies voor opknapwerken vanuit Wonen-Vlaanderen en vanuit ABB is uitgesloten.
Versoepeling van de woningkwaliteitsvereisten
Vanwege de hoge nood aan snelle huisvestingsoplossingen voor de Oekraïense vluchtelingen voorziet de Vlaamse Regering een aantal tijdelijke afwijkingen op de woningkwaliteitsnormen. Er zijn dan ook aangepaste technische verslagen opgemaakt voor conformiteitsonderzoeken in woningen voor Oekraïense vluchtelingen.
De gebreken die gelden voor deze tijdelijke huisvesting zijn in de modellen van technische verslagen geel gemarkeerd. De niet-gemarkeerde gebreken zijn niet van toepassing en kunt u dus buiten beschouwing laten.
Nee, het afwijkend kader is enkel voorzien voor de Oekraïense vluchtelingen die het bijzonder statuut krijgen van ‘Tijdelijk Ontheemde‘, met toepassing van artikel 57/29 tot en met 57/36 van de Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Opvang in woonzorgcentra
Een woonzorgcentrum dat Oekraïense vluchtelingen wenst op te vangen, moet minimaal vijf woongelegenheden vrijstellen voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen die niet zorgbehoevend zijn. Verder stelt de regelgeving dat er maximaal 10% van het totale aantal woongelegenheden van het woonzorgcentrum kan gebruikt worden voor personen jonger dan 65 jaar.
Niet-gebruikte woongelegenheden die minstens drie maanden beschikbaar zijn voor de opvang van Oekraïense niet-zorgbehoevende vluchtelingen, worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid beschouwd als de-facto niet-erkende capaciteit, en worden niet meegeteld in de toepassing van de 10%-regel, op voorwaarde dat:
het gaat om een organisatorisch af te bakenen geheel (een verdieping, vleugel, gebouw ,…), dus geen capaciteit verspreid of zwevend over de voorziening;
de infrastructuur minstens drie maanden beschikbaar is;
dit door het woonzorgcentrum aan het Agentschap Zorg en Gezondheid wordt gemeld via ouderenzorg@vlaanderen.be met een korte omschrijving van de infrastructuur, het aantal woongelegenheden en de beschikbare periode.
Omdat deze woongelegenheden als niet-erkend beschouwd worden, kan er voor de personen die in deze tijdelijke niet-erkende woongelegenheden verblijven, geen basistegemoetkoming zorg gevraagd worden. Hun aanwezigheid moet dus niet in de webtoepassing RaaS gemeld worden.
De Vlaamse Regering heeft op 25 maart 2022 een kader afgesproken over de maandelijkse huurprijs die kan aangerekend worden aan Oekraïense ontheemden van zodra zij een inkomen (equivalent leefloon of arbeidsinkomen) verwerven. Dit kader is ook van toepassing op de erkende woonzorgvoorzieningen met betrekking tot de capaciteit die zij inzetten voor de huisvesting van ontheemden.
De achterliggende redenering luidt als volgt:
van zodra Oekraïense ontheemden een equivalent leefloon (of minder) ontvangen of een inkomen uit arbeid verwerven, hebben zij financiële middelen om een billijke huurprijs te betalen. Vanuit het gelijkberechtigingsprincipe is het ook logisch dat zij een huurprijs betalen, net zoals andere burgers die leven van een leefloon;
om te vermijden dat er een te hoge huurprijs wordt aangerekend aan de ontheemde, wordt uitgegaan van de woonquote. Maximaal 30% (excl. huurlasten) of 40% (incl. huurlasten) van het inkomen kan besteed worden aan huisvesting. Deze huurlasten omvatten het individueel verbruik van elektriciteit, water en gas, maar ook de aanwezigheid van een internetverbinding.
Voor de toepassing van deze woonquote houden we rekening met de persoonlijke situatie van de ontheemde én met het type woning. Voor de huisvesting in woonzorgvoorzieningen gaat het enerzijds over zelfstandige woningen en anderzijds over kamers, als volgt gedefinieerd:
zelfstandige woning: een woning die beschikt over een toilet, een bad of douche en een kookgelegenheid;
kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.
Concreet toepassingskader
1.1 Maandelijkse huurprijs, inclusief huurlasten, bedraagt 40% van het inkomen
Als er wordt geopteerd om te werken met het systeem inclusief huurlasten, geldt volgende tabel:
| Situatie | Basisinkomen in € | Woonquote | Huurprijs in € |
| Alleenstaande persoon | 1.093,40 | 40% | 438 |
| Persoon met gezinslast | 1.478,22 | 40% | 591 |
| Samenwonende persoon | 729,00 | 40% | 292 |
Voor een zelfstandige woning is 40% van het basisinkomen de te betalen huurprijs. Voor een kamer halveren we de bedragen die voorzien zijn voor een zelfstandige woning:
| Huurprijs in € | Aleenstaande persoon | Persoon met gezinslast | Samenwonende persoon |
| Zelfstandige woning | 438 | 591 | 292 |
| Kamer | 219 | 296 | 146 |
1.2 Maandelijkse huurprijs, exclusief huurlasten, bedraagt 30% van het inkomen
Als er wordt geopteerd om te werken met het systeem exclusief huurlasten geldt de volgende tabel:
| Situatie | Basisinkomen in € | Woonquote | Huurprijs in € |
| Alleenstaande persoon | 1.093,80 | 30% | 4328 |
| Persoon met gezinslast | 1.478,22 | 30% | 443 |
| Samenwonende persoon | 729,00 | 30% | 219 |
Voor een zelfstandige woning is 30% van het basisinkomen de te betalen huurprijs. Voor een kamer halveren we de bedragen die voorzien zijn in de berekening voor een zelfstandige woning:
| Huurprijs in € | Aleenstaande persoon | Persoon met gezinslast | Samenwonende persoon |
| Zelfstandige woning | 328 | 443 | 219 |
| Kamer | 164 | 222 | 109 |
- Afspraken maken met het lokaal bestuur over de aanrekening van de maandelijkse huurprijs
De Vlaamse Regering voorziet in een subsidie per lokaal bestuur voor de slaapplaatsen die worden voorzien op hun grondgebied, dus ook voor de huisvesting in woonzorgvoorzieningen.
Omdat het OCMW een equivalent van het leefloon kan toekennen, is het belangrijk om de nodige afspraken te maken met het lokaal bestuur over de aanrekening van de huurprijs aan vluchtelingen uit Oekraïne. De ontheemde kan als huurder de huurprijs rechtstreeks aan de verhuurder betalen. Maar het kan ook dat er met het lokaal bestuur afgesproken wordt dat zij de verhuurder vergoeden en dit bij de uitbetaling van het leefloon aan de ontheemde verrekenen.
Voor Oekraïense ontheemden waar het inkomen hoger of lager ligt dan in bovenstaande tabel, wordt de huurprijs afgeleid op dezelfde wijze (op basis van woonquote, persoonlijke situatie en woningtype).
Nuttige links en documentatie
Onderwijs
Op deze pagina vindt u meer informatie in verband met onderwijs.
Veelgestelde vragen over dit beleidskader vindt u hieronder.
Het Departement Onderwijs en Vorming bundelde alle informatie over onderwijs aan Oekraïense vluchtelingen op één website(opent in nieuw venster).
Lokale besturen kunnen een beroep doen op het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AGODI) voor:
ondersteuning bij het maken van een afsprakenkader (opvang, aanbod en toeleiding van deze kinderen naar het onderwijs)
toelichting over (nieuwe) regelgeving over de organisatie van het onderwijs.
contactinfo van lokale partners en partners op Vlaams niveau.
Een lokaal bestuur dat ondersteuning wenst, kan contact opnemen via oekraiensevluchtelingen.agodi@vlaanderen.be(opent in uw e-mail applicatie).
Inschrijven van vluchtelingen uit Oekraïne in een onderwijsinstelling is noodzakelijk om te voldoen aan de leerplicht.
Ieder kind heeft recht op onderwijs. Voor kinderen tussen 2,5 en 5 jaar is dat onderwijs niet verplicht, wel sterk aanbevolen. Van 5 tot 18 jaar is elk kind leerplichtig: vanaf de 60ste dag na inschrijving als inwoner van een Belgische gemeente.
De facto zijn er 3 sporen:
opvang in de klas (basisonderwijs en buitengewoon). Daar streven deze leerlingen samen met andere leerlingen de leerdoelen na.
opvang in aparte (OK)AN-klassen (basis en secundair), waar vooral wordt ingezet op taalverwerving Nederlands en OKAN-leerdoelen.
opvang buiten scholen in aparte klassen (bv. in collectieve opvanginitiatieven). Daar beogen ze de Oekraïense leerdoelen onder begeleiding van Oekraïense leraren, ondersteund door een online-platform (dit is een externe link)van het Oekraïense ministerie van Onderwijs.
Nuttige links en documentatie
Website van het beleidsdomein Onderwijs(opent in nieuw venster)
Digitaal leerplatform Ministerie van Onderwijs Oekraïne: Onderwijsaanbod(opent in nieuw venster)
Een lokaal bestuur dat ondersteuning wenst kan contact opnemen met Oekraine.onderwijs@vlaanderen.be(opent in uw e-mail applicatie).
Verblijfsmogelijkheden en rechtspositie
Om het statuut van tijdelijke bescherming te krijgen, moeten zij zich aanmelden bij het registratiecentrum Eurostation. Dienst Vreemdelingenzaken zal dan nagaan of ze aan de voorwaarden voldoen. Op dat moment gebeurt tevens de identificatie en controle van de voorwaarden.
Als zij aan de voorwaarden voldoen, krijgen zij een attest van tijdelijke bescherming. Hiermee kunnen ze zich bij de gemeente aanmelden om een verblijfskaart A te krijgen. Het is niet mogelijk om het statuut tijdelijke bescherming rechtstreeks bij de gemeente aan te vragen.
Meer informatie vindt u op deze pagina van het Agentschap Integratie & Inburgering(opent in nieuw venster).
Indien de betrokkene een attest tijdelijke bescherming heeft ontvangen én zich bij de gemeente van zijn verblijfplaats heeft gemeld, kan hij aanspraak maken op het recht op maatschappelijke dienstverlening wanneer hij of zij voldoet aan alle voorwaarden voor de opening van dit recht.
Het gaat dus specifiek over het recht op maatschappelijke dienstverlening zoals bepaald in de organieke wet van 8 juli 1976 en niet over het recht op maatschappelijke integratie (leefloon) zoals bepaald in de RMI-wet van 26 mei 2002. Het zal dan ook aan het OCMW zijn om autonoom geval per geval te bepalen via het sociaal onderzoek of de betrokkene bij vertrek naar het buitenland, om welke reden dan ook, nog voldoet aan de voorwaarden.
Indien het gaat om een definitief verblijf in een ander land, zij het Oekraïne of niet, zal het OCMW moeten oordelen dat er niet langer voldaan is aan de voorwaarden voor de toekenning van het recht op maatschappelijke dienstverlening en zal het recht op maatschappelijke dienstverlening worden stopgezet. De betrokkene verblijft in dit geval immers niet langer op het Belgisch grondgebied en het recht op maatschappelijke dienstverlening is niet-exporteerbaar naar het buitenland.
Indien het gaat om een tijdelijk verblijf in een ander land zal het OCMW opnieuw autonoom moeten oordelen aan de hand van het sociaal onderzoek of er nog voldaan is aan de toekenningsvoorwaarden. Het is dan ook aan de betrokkene om in het kader van de medewerkingsplicht aan het sociaal onderzoek aan te geven indien er nieuwe elementen zijn of er een gewijzigde situatie is die van invloed kan zijn op het recht op steun. Er zal moeten gekeken worden of de betrokkene nog steeds op het Belgisch grondgebied verblijft en of de betrokkene in dit geval nog kan voldoen aan de werkbereidheidsvoorwaarde.
Hoewel er in art. 23, §5 van de RMI-wet wordt voorzien in een sanctie van schorsing indien een persoon in de loop van het jaar meer dan vier weken in het buitenland verbleef, wordt niet voorzien in diezelfde sanctie van schorsing in de organieke wet.
Het behoort niet tot de taak van het OCMW om te bepalen of het gastgezin bij vertrek naar het buitenland verder zal voorzien in de opvangnood. Dit is aan het gastgezin zelf om te bepalen.
Een persoon met tijdelijke bescherming kan zich aansluiten bij de publieke ziekteverzekering als gerechtigde resident. De hoedanigheid van resident kan bewezen worden met het attest tijdelijke bescherming of met het bewijs van registratie van Dienst Vreemdelingenzaken. De inschrijving geldt met terugwerkende kracht vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin het attest van tijdelijke bescherming of het attest van registratie werd afgeleverd.
Zorg & Gezondheid
Dringende medische hulp wordt toegekend aan personen die Oekraïne verlaten hebben omwille van de oorlog en die aan het OCMW verklaren dat zij aanspraak maken op het statuut van tijdelijke bescherming.
Het gaat om:
zij die nog geen stappen hebben ondernomen, maar verklaren dat zij de aanvraag willen indienen;
zij die in het bezit zijn van een aankomstverklaring (bijlage 3) en wachten om zich te gaan registreren;
zij die verklaren dat zij naar het registratiecentrum zijn geweest om zich te laten registreren, maar het attest niet hebben ontvangen;
zij die een attest van tijdelijke bescherming hebben ontvangen, maar die zich niet bij de gemeente van hun verblijfplaats hebben gemeld voor de afgifte van een bijlage 15 en vervolgens van de A-kaart.
Nuttige links en documentatie
Groeipakket (kinderbijslag):
Mobiliteit en vervoer
Personen op de vlucht uit Oekraïne die met de wagen naar België komen, moeten aan verschillende voorwaarden voldoen om in België te mogen rijden.
Het voertuig moet verzekerd zijn:
De eigenaar van het voertuig is in het bezit van een “groene kaart” (internationale verzekering) en de letter B (van België) is niet doorstreept.
De eigenaar van het voertuig is in het bezit van een grensverzekering (waar ook de B niet doorstreept is) die nog geldig is (30 dagen na afgifte). Let op: dit is een zeer tijdelijke oplossing.
Heeft de eigenaar geen groene kaart of is de B op de kaart doorstreept? Dan is het voertuig niet verzekerd. Dit kan opgelost worden door:
een grensverzekering te onderschrijven;
de huidige verzekering te laten aanpassen door de Oekraïense verzekeraar;
het voertuig in te schrijven bij het DIV van zodra de persoon op de vlucht ingeschreven is in een bevolkingsregister. Zodra het voertuig zich op de openbare weg bevindt, is de inschrijvingsplicht van toepassing en moet het voertuig technisch gekeurd worden.185 dagen na de inschrijving in België, te rekenen vanaf de dag van de inschrijving in het bevolkingsregister, in het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente, hun Oekraïense rijbewijs inwisselen naar een Belgisch.
De Belgische overheden werken intussen hard aan een manier om deze stappen te vereenvoudigen. Is er niet voldaan aan deze vereisten? Dan mag de wagen niet op de openbare weg.
De voertuigen van Oekraïnse vluchtelingen die in ons land verblijven moeten ingeschreven worden bij DIV. Na akkoord van Minister de heer Gilkinet, werd echter de procedure opgestart om bij hoogdringendheid voornoemd besluit aan te passen in die zin dat voertuigen die werden meegebracht door personen die de tijdelijke bescherming hebben verkregen, niet dienen ingeschreven te worden voor de duur van de tijdelijke bescherming. Dit ontwerp van besluit kan echter pas in voege gaan, na een positief advies van de gewesten en van de Raad van State.
Meer informatie vind u op deze website van VVSG(opent in nieuw venster).
Sociaal onderzoek & integratie
- Er moet enkel rekening gehouden worden met bestaansmiddelen waar de ontheemden hier in België toegang toe hebben.
- POD MI richtlijnen: Het OCMW voert naar beste vermogen onderzoek uit. Na de eerste toekenning van OCMW-hulp volgt het OCMW de situatie verder op. Bij gebrek aan officiële informatie over inkomsten uit Oekraïne (uitkeringen, loon,…) volstaat voor de POD MI een verklaring op eer van betrokken persoon. Hier vindt u een modelovereenkomst van de POD MI.(opent in nieuw venster)
- In Oekraïne werkt men momenteel aan een E-governance-portaal om de uitwisseling van data te faciliteren, maar voorlopig is dit portaal nog niet beschikbaar in het Engels.
- De fiscus stelt dat de richtbedragen voor huur die gehanteerd worden in Vlaanderen vrijgesteld zijn.
- Het is aangewezen dat alle gemeenten deze richtbedragen toepassen om te vermijden dat ontheemden verhuizen naar een andere gemeente om die specifieke reden.
- Het OCMW kan de opvangvergoeding of de huur rechtstreeks aan het gastgezin of de verhuurder betalen op voorwaarde dat de tijdelijk beschermde daar toestemming voor geeft. Hier vindt u de modelovereenkomst(opent in nieuw venster) voor toestemming voor het afhouden van de opvangvergoeding of huur van equivalent leefloon door het lokaal bestuur.
- Als je geen gezinslast hebt en niet ‘samenwonende’ bent, ben je per definitie ‘alleenstaande’, maar er is interpretatiemarge bij OCMW’s mogelijk. Meer info hierover leest u in de FAQ op deze pagina(opent in nieuw venster).
- Specifiek voor Oekraïners bij gastgezinnen is code ‘log 06’ in RR gecreëerd om tussen de 2 eenheden (Oekraïense ontheemde enerzijds en gastgezin anderzijds) geen interferentie te creëren: het gastgezin blijft in zijn eigen situatie en de Oekraïense ontheemden worden als apart beschouwd.
Het opvangen van een Oekraïens gezin heeft geen impact op het leefloon. Indien het gastgezin familie is, dan zijn er uiteraard andere bepalingen van toepassing.
- Als de leefloonbedragen geïndexeerd worden, worden de richtbedragen van huurprijzen niet automatisch aangepast. Het OCMW is hiervoor autonoom bevoegd.
- Wat betreft energie, is zowel voor het gastgezin als voor de ontheemden het sociaal tarief(opent in nieuw venster) van kracht. Dit kan dus niet doorslaggevend zijn.
- Het gastgezin en de ontheemden moeten duidelijke afspraken maken over de grootteorde van de vergoeding wanneer de ontheemde aan het werk is en loon ontvangt.
Het is niet mogelijk om hiervoor 1 richtlijn te ontwikkelen. Het OCMW moet dossier per dossier bestuderen of het haalbaar en realistisch is om hierin mee te gaan.
Extra info is terug te vinden bij VVSG via OCMW dienstverlening(opent in nieuw venster) alsook bij POD MI via onder meer bij de FAQ(opent in nieuw venster).