De verplichte bijdragen voor "pluimvee en eieren"

Erkende slachthuizen betalen een jaarlijkse bijdrage in functie van het aantal stuks geslacht pluimvee per jaar, namelijk :
minder dan 100 000 stuks: 75 euro;
meer dan 2 000 000 stuks: 2500 euro;
van 100 000 tot en met 2 000 000 stuks: 12,5 cent per begonnen schijf van 100 stuks.
De uit een andere lidstaat van de Europese Unie levend ingevoerde dieren worden niet in rekening genomen voor de betaling van deze bijdragen.

Erkende broeierijen betalen een jaarlijkse bijdrage in functie van hun broedcapaciteit, namelijk :
minder dan 500 000 eieren : 140 euro;
van 500 000 tot en met 999 999 eieren : 240 euro;
van 1 000 000 tot en met 2 499 999 eieren : 380 euro;

2 500 000 of meer eieren: 540 euro.

Erkende vermeerderingsbedrijven betalen een jaarlijkse bijdrage in functie van hun bedrijfsgrootte, namelijk :
minder dan 5 000 dieren : 30 euro;
van 5 000 tot en met 9 999 dieren : 45 euro;
van 10 000 tot en met 14 999 dieren : 60 euro;
van 15.000 tot en met 19.999 dieren: 84 euro;
van 20.000 tot en met 24.999 dieren: 108 euro;
van 25.000 tot en met 29.999 dieren: 132 euro;
van 30.000 tot en met 39.999 dieren: 168 euro;
van 40.000 tot en met 49.999 dieren: 216 euro;
van 50.000 tot en met 74.999 dieren: 300 euro;
van 75.000 tot en met 99.999 dieren: 420 euro;
100.000 of meer dieren: 480 euro.

Invoerders en houders van een erkenning voor het fabriceren van mengvoeders betalen een jaarlijkse bijdrage van 50 euro.

Houders van kippen voor de productie van consumptie-eieren, al of niet op ouderdom van de leg en reforme dieren inbegrepen, betalen een jaarlijkse bijdrage in functie van hun bedrijfsgrootte, namelijk:
van 5 000 tot en met 14 999 dieren: 40 euro;
van 15 000 tot en met 19 999 dieren: 50 euro;
van 20 000 tot en met 24 999 dieren: 60 euro;
van 25 000 tot en met 29 999 dieren: 75 euro;
van 30 000 tot en met 49 999 dieren: 125 euro;
50 000 of meer dieren: 225 euro.

Houders van braadkippen, uitgezonderd eendagskuikens, betalen een jaarlijkse bijdrage in functie van hun bedrijfsgrootte, namelijk :
van 5000 tot en met 19.999 dieren: 50 euro;
van 20.000 tot en met 29.999 dieren: 67 euro;
van 30.000 tot en met 39.999 dieren: 95 euro;
van 40.000 tot en met 49.999 dieren: 121 euro;
van 50.000 tot en met 74.999 dieren: 169 euro;
van 75.000 tot en met 99.999 dieren: 236 euro;
van 100.000 tot en met 149.999 dieren: 337 euro;
van 150.000 tot en met 199.999 dieren: 472 euro;
van 200.000 tot en met 249.999 dieren: 608 euro;
van 250.000 tot en met 299.999 dieren: 743 euro;
300.000 of meer dieren: 810 euro.

Deze bijdragen worden vastgesteld op basis van de gegevens over het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor de bijdrage verschuldigd is.

Uitsnijderijen voor intracommunautair handelsverkeer erkend door het Ministerie van Volksgezondheid, betalen een jaarlijkse bijdrage op basis van hun bedrijfsgrootte, namelijk:
1 tot en met 9 werknemers: 91 euro;
10 tot en met 49 werknemers: 302 euro;
50 of meer werknemers: 478 euro.
Uitsnijderijen die met een slachthuis een technische eenheid vormen, zijn vrijgesteld van die bijdrage.

De uit een andere lidstaat van de Europese Unie levend ingevoerde dieren worden niet in rekening genomen voor de betaling van deze bijdragen.

 Elk jaar worden de bedragen geïndexeerd. Die indexatie gebeurt op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de hiernavolgende formule :

het nieuwe bedrag = basisbedrag x nieuw indexcijfer/aanvangsindexcijfer

a) het basisbedrag is het bedrag dat geldig is voor jaar x;
b) het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2007;
c) het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand oktober van het jaar x.

De bedragen worden afgerond op de euro, respectievelijk cent, waarbij bedragen van 0,50 euro respectievelijk cent of hoger worden afgerond naar de hogere euro respectievelijk cent; beneden de 0,50 euro respectievelijk cent naar de lagere cent.

De aldus geïndexeerde bijdragen worden van kracht op 1 januari van het jaar x+1.

 De verplichte bijdragen voor "konijnen"

A. 1° Wie konijnen slacht of laat slachten in een slachthuis betaalt een bijdrage van 0,0170 euro per geslacht konijn, geschikt voor menselijke consumptie. Aan de leverancier van de konijnen wordt daarvan 0,0025 euro per kilogram levend gewicht doorgerekend, met uitzondering van de uit de EU-lidstaten levend ingevoerde dieren.
Aan de koper van de geslachte konijnen en van konijnenproducten wordt daarvan 0,0124 euro per kilogram konijnenvlees doorgerekend.
2° De slachthuizen betalen gestelde bijdragen aan VLAM en rekenen voor de inning geen kosten aan.

B. Wie levende konijnen uitvoert, betaalt een bijdrage van 0,0025 euro per kg levend gewicht aan uitgevoerde konijnen. Die bijdrage wordt doorgerekend aan de leverancier van de konijnen.

C. Wie geslachte konijnen uit derde landen invoert, betaalt een bijdrage van 0,0250 euro per kilogram ingevoerd konijnenvlees, met een maximum van 8000 euro per jaar. Om de te betalen bijdrage te bepalen, kan VLAM, de bijdrageplichtigen vragen aangifte te doen van het aantal kg uit derde landen ingevoerd konijnenvlees. Wie meer dan 320.000 kg konijnenvlees in een bepaald jaar heeft ingevoerd, is vrijgesteld van aangifte voor dat jaar en wordt ambtshalve voor de maximumbijdrage gefactureerd.

Elk jaar worden de bedragen geïndexeerd. Die indexatie gebeurt op basis van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen volgens de hiernavolgende formule :


het nieuwe bedrag = basisbedrag x nieuw indexcijfer/aanvangsindexcijfer

a) het basisbedrag is het bedrag dat geldig is voor jaar x;
b) het aanvangsindexcijfer is het indexcijfer van de maand oktober van het jaar 2007;
c) het nieuwe indexcijfer is het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand oktober van het jaar x.

De bedragen voor pluimvee worden afgerond op de euro, respectievelijk cent, waarbij bedragen van 0,50 euro respectievelijk cent of hoger worden afgerond naar de hogere euro respectievelijk cent; beneden de 0,50 euro respectievelijk cent naar de lagere cent.

De bedragen voor konijn, met uitzondering van het bedrag van 8000 euro, worden afgerond op het vierde cijfer na de komma, waarbij een vijfde cijfer van 5 of hoger wordt afgerond naar het hogere vierde cijfer; beneden 5 naar het lagere vierde cijfer.

De aldus geïndexeerde bijdragen worden van kracht op 1 januari van het jaar x+1.

Begrippen

"Pluimvee": kippen, kalkoenen, parelhoenders, eenden, ganzen, kwartels, duiven, fazanten, patrijzen en loopvogels (ratites), die in gevangenschap worden opgefokt of gehouden voor de fokkerij, voor de productie van vlees of van consumptie-eieren, als sierpluimvee of om in het wild te worden uitgezet
"Eendagskuikens": pluimvee dat nog geen 72 uur oud is en dat nog niet is gevoerd; muskuseenden of kruisingen daarvan (cairina moschata) mogen evenwel gevoerd zijn
"Konijn": elk tam konijn ongeacht leeftijd of geslacht
"Eieren": eieren van pluimvee, in de schaal en geschikt voor consumptie in ongewijzigde staat of voor gebruik door de levensmiddelenindustrie
"Vlees": alle karkassen en delen van pluimvee, geschikt voor menselijke consumptie
"Konijnenvlees": alle vers, gekoeld, bevroren of diepgevroren vlees, afkomstig van een konijn
"Eiproducten": consumptie-eieren ontdaan van de schaal, eigeel en ovoalbumine
"Slachthuis": elke inrichting waar pluimvee en/of konijnen worden geslacht overeenkomstig de bepalingen van de wet 15 april 1965 betreffende de keuring van de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, en eventueel in de plaats tredende wettelijke bepalingen
"Broeierij": bedrijf dat zich toelegt op het inleggen en uitbroeden van broedeieren en het opleveren van eendagskuikens
"Vermeerderingsbedrijf": bedrijf waarvan de activiteit bestaat in de productie van broedeieren bestemd voor de productie van gebruikspluimvee

Deze tekst is informatief en vervangt geenszins de officiële besluiten van de Vlaamse Regering.