Voorwaarden

Het knooppunt moet voldoen aan deze voorwaarden (de kwaliteitseisen uit artikels 4 t/m 6 van het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) over de Hoppinpunten ((opent in nieuw venster))):

  • het is goed toegankelijk voor alle gebruikers, met of zonder beperking, ongeacht leeftijd en omstandigheden;
  • het is uitgerust met:
    • parkeerplaatsen voor personen met een beperking als er parkeerplaatsen nodig zijn
    • een fietsenstalling met ruimte voor buitenmaatse fietsen
    • informatiedragers die bruikbaar zijn voor alle gebruikers, met of zonder visuele beperking
    • infrastructuur om data-uitwisseling mogelijk te maken.

Informatiedragers en infrastructuur om data-uitwisseling mogelijk te maken, kunnen worden geïntegreerd in de zuil of paal die het Hoppinpunt aangeeft en worden niet beschouwd als straatmeubilair.

De merkarchitectuur over basisbereikbaarheid is een kwaliteitslabel en mag alleen worden gebruikt als aan bovenstaande kwaliteitseisen voldaan is.

Aanleg van een mobipunt of Hoppinpunt

In het decreet Basisbereikbaarheid is vastgelegd dat de wegbeheerder instaat voor de aanleg en het onderhoud van een mobipunt (art. 42, eerste lid):

De Vlaamse Regering kan de aanleg van mobipunten langs gewestwegen ook toewijzen aan De Werkvennootschap of Lantis. Ook de Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn kan mobipunten langs gewestwegen aanleggen.

Hoppinpunten worden ingedeeld in categorieën, die gedefinieerd zijn in artikel 2 van het BVR Hoppinpunten ((opent in nieuw venster)):

  • Interregionale Hoppinpunten op basis van netwerklogica
  • Regionale Hoppinpunten op basis van netwerklogica
  • Lokale Hoppinpunten op basis van netwerklogica
  • Buurt-Hoppinpunten die de gemeente aanwijst, op basis van netwerklogica.

De categorie heeft geen invloed op wie moet instaan voor de aanleg en het onderhoud ervan. Voor die zaken is de wegbeheerder verantwoordelijk.

Het Departement Mobiliteit en Openbare Werken heeft een stappenplan voor de aanleg van een Hoppinpunt ontwikkeld.

Het stappenplan:

  • is bedoeld voor alle actoren die betrokken zijn bij de aanleg van een Hoppinpunt
  • legt uit wat een Hoppinpunt is, waaraan het moet voldoen en hoe de Hoppinhuisstijl moet worden toegepast.

Het Agentschap Wegen en Verkeer heeft een eerste versie van de Ontwerpwijzer Hoppinpunten ((opent in nieuw venster)) gepubliceerd. Die Ontwerpwijzer helpt u bij de inrichting van een Hoppinpunt. Zodra de locatie en het inschalingsniveau zijn bepaald, levert de Ontwerpwijzer handvaten voor de concrete uitwerking ervan.

    Subsidieaanvraag voor de aanleg of herinrichting van een Hoppinpunt

    De Vlaamse Regering heeft op vrijdag 11 februari 2022 het Besluit Hoppinpunten definitief goedgekeurd. Dat besluit werd op 5 april in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd en vindt u terug in de Vlaamse codex ((opent in nieuw venster)).

    Met het Besluit kunt u als lokaal bestuur een subsidie aanvragen voor de aanleg van één of meerdere Hoppinpunten langs gemeentewegen. Om voor deze subsidie in aanmerking te komen, moet het aangelegde Hoppinpunt aan de volgende voorwaarden voldoen:

    • het Hoppinpunt is geïntegreerd in het regionale mobiliteitsplan als het gaat om interregionale, regionale, lokale en buurt-Hoppinpunten volgens netwerklogica. Beperkte verschuivingen van de locatie van het Hoppinpunt zijn mogelijk in samenspraak met de vervoerregioraad en leiden niet tot een herziening van het regionale mobiliteitsplan.
    • de merkarchitectuur wordt toegepast.
    • het Hoppinpunt voldoet aan de kwaliteitseisen rond toegankelijkheid en uitrusting.
    • het uitrustingsniveau wordt meegedeeld aan de Mobiliteitscentrale.
    • de gemeente is beheerder van de infrastructuur.

    Bedragen

    Voor elke Hoppinpuntcategorie bepaalt het BVR Hoppinpunten een subsidiepercentage en een maximum (plafond)bedrag:

    Interregionaal Hoppinpunt o.b.v. netwerklogica
    • 50% van de kostprijs
    • Maximum 500.000 euro
    Regionaal Hoppinpunt o.b.v. netwerklogica
    • 50% van de kostprijs
    • Maximum 250.000 euro
    Lokaal Hoppinpunt o.b.v. netwerklogica
    • 100% van de kostprijs
    • Maximum 50.000 euro
    Buurt-Hoppinpunt o.b.v. netwerklogica
    • 100% van de kostprijs
    • Maximum 25.000 euro

    Met dit bedrag kunnen de volgende subsidiabele kosten verrekend worden:

    • de kosten voor studie en ontwerp
    • de kosten voor de werken volgens de inschrijvingsprijs van de aannemer, in voorkomend geval te vermeerderen met de prijsherzieningen, verrekeningen, meer- of bijwerken
    • als de gemeente de werken in eigen beheer uitvoert: de kosten van de gebruikte materialen, te staven met de facturen van de aankoop ervan
    • de kosten voor de aankoop en plaatsing van fietsenstallingen, van informatiedragers en van de infrastructuur om data-uitwisseling mogelijk te maken
    • de kosten voor de aankoop en plaatsing van fietskluizen en -lockers
    • de kosten verbonden aan specifieke uitrustingen die de toegankelijkheid van het Hoppinpunt verbeteren voor alle gebruikers
    • de kosten voor de levering en aanplanting van groenvoorzieningen.

    De subsidieregeling Hoppinpunten betreft een wijziging van het besluit betreffende het mobiliteitsbeleid van 25 januari 2013 en moet dus samen gelezen worden met de andere bepalingen in dit besluit, in het bijzonder artikel 41, § 2 stelt dat volgende kosten daarom niet subsidiabel zijn:

    • de levering en plaatsing van nieuwe voetpaden en het onderhoud ervan
      • Opgelet: als de levering en plaatsing van een nieuw voetpad noodzakelijk is in het kader van toegankelijkheid, dan is dit een specifieke uitrusting en wél subsidiabel.
    • de levering en plaatsing van straatmeubilair en het onderhoud ervan
    • de kosten die verbonden zijn aan de aanleg of aanpassing van nutsleidingen, met inbegrip van de aanleg of aanpassing van de riolering
      • Opgelet: het besluit Hoppinpunten heeft hier een wijziging op toegepast. De aanleg van infrastructuur voor data-uitwisseling op Hoppinpunten is wél subsidiabel.
    • de kosten die verbonden zijn aan de levering en plaatsing van schuilhuisjes voor het geregeld vervoer
    • de kosten die verbonden zijn aan de noodzakelijke grondverwerving.

    Dubbele subsidiëring

    Als er voor de (her)aanleg van een Hoppinpunt al een subsidie op basis van een andere grondslag is toegekend (i.h.k.v. klimaatprojecten, EFRO …), en afhankelijk van de totale kost van het punt, wordt het subsidiebedrag beperkt tot het verschil tussen de subsidie die is toegekend op basis van de andere grondslag, en de subsidie die wordt toegekend op basis van het Besluit (zie met name art. 36 van het besluit betreffende het mobiliteitsbeleid).

    Voorbeeld 1: aanleg van een buurt-Hoppinpunt voor een totaalbedrag van 25.000 euro

    Als een gemeente al 20.000 euro subsidie heeft gekregen op basis van een andere grondslag, kan ze voor dit buurt-Hoppinpunt nog 5.000 euro ontvangen op basis van het BVR Hoppinpunten.

    Voorbeeld 2: aanleg van een buurt-Hoppinpunt voor een totaalbedrag van 45.000 euro

    Als een gemeente al 20.000 subsidie heeft gekregen op basis van een andere grondslag, kan ze voor dit buurt-Hoppinpunt nog 25.000 euro ontvangen op basis van het BVR Hoppinpunten.

    Schuilhuisjes aan haltes kunnen bijvoorbeeld niet via het BVR Hoppinpunten gesubsidieerd worden. Als gemeenten hiervoor via een andere weg subsidie ontvangen, wordt dat niet van het subsidiebedrag afgetrokken. De gemeente kan dan nog steeds 25.000 euro ontvangen voor de aanleg van een buurt-Hoppinpunt.

    Als de Vlaamse overheid instaat voor de werken langs een gewestweg, wordt zoiets beschouwd als een investering. De kosten worden in dat geval volledig door het Gewest betaald, met uitzondering van de zaken die traditioneel door gemeenten worden betaald (voetpaden, DWA (droogweerafvoer), straatmeubilair, schuilhuisjes, vuilbakken, … zoals dit nu ook het geval is voor de aanleg van de haltes van De Lijn).

    Procedure

    U kunt de subsidie voor een Hoppinpunt alleen via een digitaal formulier aanvragen bij het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

    Vraag uw subsidie aan. ((opent in nieuw venster))

    Een subsidie bestaat uit één enkele schijf en kan aangevraagd worden bij voorlopige oplevering van de werken. Normaal beschikt elke gemachtigde gemeenteambtenaar over toegang tot de subsidieomgeving. Als een gemachtigd gemeenteambtenaar toch geen toegang zou hebben, kan de lokale beheerder hem of haar toegang geven.

    Aan het eind van het aanvraagproces wordt gevraagd een verklaring op eer toe te voegen rond dubbele subsidiëring en de herkenbaarheid/toegankelijkheid van een Hoppinpunt dat is aangelegd of heringericht door een lokaal bestuur. Gebruik daarvoor dit document. (PDF bestand opent in nieuw venster)

    Een subsidieaanvraag bevat de elementen zoals vermeld in artikel 9 van het BVR Hoppinpunten ((opent in nieuw venster)). §2 van dit artikel bepaalt dat u mits akkoord van de projectstuurgroep verschillende subsidieaanvragen per Hoppinpunt kunt indienen met het oog op de (her)aanleg ervan. Over de volledige looptijd van een lokale bestuursperiode mag de som van de subsidiebedragen van die verschillende aanvragen het maximumbedrag voor het Hoppinpunt niet overschrijden.

    Doorloop de volgende stappen voor uw subsidieaanvraag

    • Stap 1

      Controle van uw aanvraag

      De dossierbehandelaar controleert of uw aanvraag volledig is en vraagt indien nodig aanvullende documenten op bij de contactpersoon die u hebt opgegeven.

    • Stap 2

      Controle van de voorwaarden

      De dossierbehandelaar gaat na of de gemeente of stad en het beschreven project aan de minimale subsidievoorwaarden voldoen.

    • Stap 3

      Beslissing

      Binnen een ordetermijn van 180 kalenderdagen nadat het Departement Mobiliteit en Openbare Werken alle gegevens heeft ontvangen, wordt u via mail op de hoogte gebracht van de beslissing van de minister of haar gedelegeerde.

      Bij een gunstige beslissing wordt het subsidiebedrag overgeschreven op het rekeningnummer dat u hebt opgegeven.

    Vragen over uw subsidieaanvraag

    De subsidieaanvragen die vóór de datum van inwerkingtreding van het BVR Hoppinpunten werden ingediend, worden nog afgehandeld volgens de bepalingen van het Besluit van 11 september 2020 betreffende de mobipunten.