Wanneer toepassen?

Deze basisregel is van toepassing op waar de isolatielagen van de samenkomende rechtstreeks op elkaar kunnen aansluiten, zoals de aansluiting van twee muren of van een hellend dak op een buitenmuur.

Thermisch is het voor deze bouwknopen de beste oplossing om de isolatielagen maximaal op elkaar aan te sluiten. Praktisch is dat niet altijd haalbaar. Daarom voorziet basisregel 1 de mogelijkheid om tot een bepaald niveau af te wijken van de thermisch ideale situatie.

Voor basisregel 1 is het belangrijk te weten wat de isolatielaag is van een scheidingsconstructie.

Definitie

Basisregel 1 stelt dat de minimale contactlengte afhankelijk is van de dikte van de isolatielagen die samenkomen: de contactlengte mag nooit kleiner worden dan de helft van het kleinste van de 2 isolatiediktes. Hoe dikker de isolatielagen dus, hoe groter de contactlengte moet zijn.

In formulevorm geeft dit:

dcontact ≥ ½ * min ( d1 , d2 )
met
dcontact = de contactlengte van de isolatielagen gemeten tussen koude en warme zijde
d1 en d2 = de diktes van de isolatielagen van de 2 samenkomende scheidingsconstructies.

Toepassing bij raam- of deurprofielen

Profielen zonder thermische onderbreking

Bij raam- of deurprofielen zonder thermische onderbreking blijft de formulering van basisregel 1 gelden, maar moet de dikte van het raam- of deurprofiel gebruikt worden als d1, gemeten in een richting loodrecht op het glasoppervlak.

Profielen met thermische onderbreking

Bij raam- of deurprofielen met thermische onderbreking wordt niet gewerkt met de algemene formulering van basisregel 1, maar geldt enkel dat de isolatielaag rechtstreeks in contact moet staan met de thermische onderbreking en dit over de volledige breedte van de thermische onderbreking.