Wanneer van de ene isolatielaag een ononderbroken lijn kan getekend worden doorheen de isolerende delen naar de andere isolatielaag, dan is het steeds mogelijk een thermische snedelijn te tekenen. Om gekromde en schuine lijnen zoveel mogelijk te vermijden, wordt er opgelegd dat een thermische snedelijn zoveel mogelijk parallel moet lopen aan de begrenzingen van isolatielagen en isolerende delen waar ze doorheen loopt.

De plaats van een thermische snedelijn is niet belangrijk, zolang ze maar voldoet aan bovenstaande definitie. Dit impliceert dat, vanaf het moment dat er 1 thermische snedelijn kan getekend worden, er oneindig veel parallelle thermische snedelijnen kunnen getekend worden. De R-waarde is dezelfde voor elke parallelle thermische snedelijn.

Bij raam- en deurprofielen met thermische onderbreking loopt de thermische snedelijn altijd doorheen de thermische onderbreking.