Minder dan 1% van leerlingen lager onderwijs heeft meer dan 1 jaar achterstand
In het lager onderwijs had in het schooljaar 2025-2026 ruim 13% van de leerlingen schoolse vertraging. Bijna 13% had 1 jaar achterstand. Minder dan 1% had een grotere achterstand.
In het schooljaar 2025-2026 zat 85% van de leerlingen op leeftijd. Ruim 1% van de leerlingen had schoolse voorsprong. Het aandeel leerlingen met een schoolse vertraging lag iets lager bij meisjes dan bij jongens.
Grotere achterstand in bso, tso en kso dan in aso
In de 1ste graad van het secundair onderwijs had 17% van de leerlingen in schooljaar 2025-2026 schoolse achterstand. Na de 1ste graad was dat aandeel het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (aso) (8%) en het grootst in het beroepssecundair onderwijs (bso) (54%).
In het 2de leerjaar van de 3de graad ging het om 9% voor aso en 50% voor bso.
De meerderheid van de leerlingen met schoolse achterstand had 1 jaar achterstand. Dat is het geval in alle onderwijsvormen. 2 of meer jaar schoolse achterstand kwam het vaakst voor in het bso.
Jongens hebben in het secundair onderwijs vaker schoolse achterstand dan meisjes. Voor alle leerjaren samen lagen in 2025-2026 de aandelen met achterstand op 26% bij jongens en op 21% bij meisjes. In het 2de leerjaar van de 3de graad ging het om 30% bij jongens en 23% bij meisjes.
In de cijfers zijn ook de leerlingen opgenomen ingeschreven in duaal leren in de Centra voor Deeltijds Onderwijs (CDO) en Syntra-campussen.
Bronnen
- Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming:
- Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: