Gedaan met laden. U bevindt zich op: Schoolse vorderingen Onderwijs en vorming

Schoolse vorderingen

Gepubliceerd op 26 augustus 2026 • Volgende update: augustus 2027
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

13% van de leerlingen in het lager onderwijs had in het schooljaar 2025-2026 minstens 1 jaar . Het gaat om het totale aandeel leerlingen met schoolse achterstand voor alle leerjaren samen. Sinds het schooljaar 2021-2022 is dat aandeel licht toegenomen.

Voor de leerlingen in het lager onderwijs die ingeschreven zijn in het methodeonderwijs werd tot het schooljaar 2024-2025 geen schoolse vordering berekend. Deze leerlingen waren dan ook niet opgenomen in de cijfers over schoolse vorderingen. Vanaf 2025-2026 is dat wel zo.

In het voltijds gewoon secundair onderwijs had in het schooljaar 2025-2026 23% van de leerlingen minstens 1 jaar schoolse achterstand. In het 2de leerjaar van de 3de graad liep de schoolse achterstand op tot 27%. In het secundair onderwijs is, na een jarenlange daling, de laatste schooljaren sprake van een stabilisatie van het aandeel leerlingen met schoolse achterstand.

Sinds 2016-2017 wordt er via het duaal leren ook voltijds gewoon secundair onderwijs aangeboden in de Centra voor Deeltijds Onderwijs (CDO) en Syntra-campussen. Die leerlingen zijn ook opgenomen in deze cijfers.

Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap of door ziekte.

Minder dan 1% van leerlingen lager onderwijs heeft meer dan 1 jaar achterstand

In het lager onderwijs had in het schooljaar 2025-2026 ruim 13% van de leerlingen schoolse vertraging. Bijna 13% had 1 jaar achterstand. Minder dan 1% had een grotere achterstand.

In het schooljaar 2025-2026 zat 85% van de leerlingen op leeftijd. Ruim 1% van de leerlingen had schoolse voorsprong. Het aandeel leerlingen met een schoolse vertraging lag iets lager bij meisjes dan bij jongens.

Grotere achterstand in bso, tso en kso dan in aso

In de 1ste graad van het secundair onderwijs had 17% van de leerlingen in schooljaar 2025-2026 schoolse achterstand. Na de 1ste graad was dat aandeel het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (aso) (8%) en het grootst in het beroepssecundair onderwijs (bso) (54%).

In het 2de leerjaar van de 3de graad ging het om 9% voor aso en 50% voor bso.

De meerderheid van de leerlingen met schoolse achterstand had 1 jaar achterstand. Dat is het geval in alle onderwijsvormen. 2 of meer jaar schoolse achterstand kwam het vaakst voor in het bso.

Jongens hebben in het secundair onderwijs vaker schoolse achterstand dan meisjes. Voor alle leerjaren samen lagen in 2025-2026 de aandelen met achterstand op 26% bij jongens en op 21% bij meisjes. In het 2de leerjaar van de 3de graad ging het om 30% bij jongens en 23% bij meisjes.

In de cijfers zijn ook de leerlingen opgenomen ingeschreven in duaal leren in de Centra voor Deeltijds Onderwijs (CDO) en Syntra-campussen.