Welke koepels?

De berekeningswijze die hieronder wordt toegelicht is enkel van toepassing op kunststofkoepels en lichtstraten. Voor glazen koepels en lichtstraten volgt u de methode voor vensters.

Warmtedoorgangscoëfficiënt U van een kunststofkoepel of lichtstraat

Voor de berekening van de warmtedoorgangscoëfficiënt van een kunststoflichtkoepel (Url), baseert u zich op de warmtedoorgangscoëfficiënt van de lichtkoepel bepaald volgens de norm NBN EN 1873 (Ur voor een koepel zonder opstand, Urc voor een koepel met opstand). Dit is een productgegeven, dat de fabrikant u kan bezorgen.

De EPB-software vermenigvuldigt deze U-waarde met de verhouding tussen:

  • de oppervlakte van de koepel, bepaald volgens de norm NBN EN 1873 (Ar voor een koepel zonder opstand, Arc voor een koepel met opstand);
  • en de geprojecteerde oppervlakte Ap.

Eisen voor een kunststof koepel of lichtstraat

De U-waarde van de koepel moet voldoen aan de geldende Umax-eis.

Zonnewinsten door een koepel of lichtstraat

Ook door een koepel zijn er zonnewinsten. Daarom moet u ook de beschaduwing en de g-waarde invullen. Wanneer de g-waarde onbekend is, gebruikt u de waarde 0,85. Dit is de g-waarde bij ontstentenis voor enkele beglazing.

De zonnewinsten worden enkel ingerekend als er een E-peil berekend wordt.

Invoer in de software

  • Stap 1

    Ga naar de knoop ‘Scheidingsconstructies’ van de energiesector en druk op het blauwe plusteken onder de tabel om een nieuwe scheidingsconstructie aan te maken.

  • Stap 2

    Er verschijnt een pop-up venster. Kies als ‘type scheidingsconstructie’ voor ‘Lichtkoepel / lichtstraat (kunststof)’ en geef het constructiedeel een naam.

  • Stap 3

    Vul vervolgens alle nodige gegevens van de koepel in.