Vaststelling

Het maakt een vaststelling dat de EPB-aangifte na de indieningstermijn ontbreekt. Dat kan o.a. door:

  • een vaststelling ter plaatse
  • een vaststelling van ingebruikname als domicilie in VKBP (Vlaamse Kruispuntbank voor Personen)
  • een vaststelling van ingebruikname als maatschappelijke zetel in het Belgisch Staatsblad of VKBO (Vlaamse Kruispuntbank voor Ondernemingen)
  • een vaststelling op basis van melding einde der werken aan de gemeente
  • een vaststelling dat het verlenen van de vergunning 5 jaar verstreken is

Aanmaning

Het verstuurt een aanmaning naar de en geeft daarbij een nieuwe termijn (meestal 8 weken) waarin de EPB-aangifte moet worden ingediend.

Uitstel mogelijk?

De aanmaningstermijn van 8 weken is maximaal. Het VEKA heeft geen appreciatiebevoegdheid en kan op die 8 weken dus geen extra uitstel geven. Bij dossiers waarvoor een aanmaning wordt verstuurd, zijn de EPB-aangiften immers al (ruim) te laat.

Het VEKA kan dus niet ingaan op vragen tot uitstel via telefoon, mail of brief, bijvoorbeeld omdat de werken nog niet af zijn, omdat het gebouw nog niet in gebruik is genomen, omdat er nog stavingstukken ontbreken, bij (bouw)verlofperiodes … Het VEKA moet integer verschillende dossiers op een gelijke manier behandelen en mag in dergelijke gevallen niet toegeeflijker zijn dan in andere dossiers.

Te ondernemen actie na aanmaning

De aangifteplichtige stelt best zo snel mogelijk zijn op de hoogte (of stelt er één aan als dat nog niet gebeurde) en laat die de EPB-aangifte binnen de vastgestelde termijn indienen. Hij bezorgt de verslaggever de nodige stavingsstukken van de werkelijk uitgevoerde toestand. Meld als aangifteplichtige daarbij uitdrukkelijk aan de verslaggever dat u een aanmaning ontving en dat de afhandeling dus dringend is.

Ook als nog niet alle werken zijn afgerond, moet de aangifteplichtige een EPB-aangifte laten opmaken.

Termijn verstrijkt zonder ingediende EPB-aangifte

Als het VEKA bij het verstrijken van de termijn vaststelt dat er geen EPB-aangifte in de aanwezig is, zal het VEKA de aangifteplichtige een schriftelijke hoorzitting versturen met daarin de intentie tot het opleggen van de boete. Daarbij krijgt de aangifteplichtige, voor het nemen van de beslissing, nog de kans om argumenten voor te leggen.

Te ondernemen actie na boete

Het betalen van de boete stelt de aangifteplichtige niet vrij van de verplichting om een EPB-aangifte in te dienen. Zonder de EPB-aangifte kunnen de eisen immers niet worden afgetoetst. In de boetebrief wordt daarom een nieuwe deadline opgelegd van 60 dagen. Na die deadline begint er een dwangsom voor het niet-indienen van de EPB-aangifte te lopen.