Publicatiedatum: 13/02/2026
Anno 2025 bereiken 15 van de 27 soorten de vooropgestelde gewestelijke instandhoudingsdoelen. Sommige soorten overschrijden die zelfs fors. Iets minder dan de helft van de soorten haalt de doelen echter (ruim) niet, waaronder nogal wat kustbroedvogels als strandplevier, dwergstern en grote stern. In vergelijking met de vorige rapportageperiode is de distance to target stabiel voor twee soorten, voor 18 soorten is de trend positief en voor 7 soorten negatief.
Figuur 1: procentuele afstand tot de gewestelijke populatiedoelen van de broedvogelsoorten met jaarlijkse populatieaantallen (periode 2019-2024)
De indicator in figuur 1 toont voor de periode 2019-2024 het gemiddelde percentage in de afstand van de broedpopulatie (aantal broedparen of territoria) tot de gestelde gewestelijke doelpopulatie binnen de instandhoudingsdoelstellingen van de soort (“distance to target”).
De populatiedoelen werden bereikt voor vijftien vogelsoorten: middelste bonte specht, slechtvalk, boomleeuwerik, kleine mantelmeeuw, zwartkopmeeuw, steltkluut, blauwborst, wespendief, zwarte specht, ooievaar, nachtzwaluw, bruine kiekendief, lepelaar, grauwe klauwier en kleine zilverreiger. Vijf soorten kenden een omslag van negatief naar positief, waarvan ooievaar en grauwe klauwier procentueel de grootste vooruitgang maakten. Voor 12 soorten blijft de afstand tot de doelen vrij groot tot groot. Bij dwergstern, porseleinhoen, kwak, strandplevier, kwartelkoning en grauwe kiekendief wordt slechts de helft of minder van het vooropgestelde doel gehaald. Middelste bonte specht, slechtvalk en steltkluut blijven toenemen sinds 2013. Voor de soorten waarvan de populatie nog ver van het doel verwijderd is, zijn zeer drastische maatregelen nodig om tot een herstel te komen. Naast het behoud van hun habitats kunnen grootschalige natuurontwikkelings- en restauratiewerken helpen, maar zeker voor soorten met een groot leefgebied is een algemene verbetering van de wijdere omgeving rond hun broedgebied noodzakelijk. Het verhogen van de algemene kwaliteit van (kleinschalige) landbouwlandschappen is hierbij belangrijk.
Publicatiedatum: 13/02/2026
Het technisch achtergrondrapport (Onkelinx, Vermeersch, en Devos 2025) bevat een beknopte beschrijving.
Het BBV-project volgt sinds 1994 de jaarlijkse aantalsontwikkeling van zeldzame (< 250 broedparen), kolonievormende en vanuit gevangenschap verwilderde (de zogenaamde ‘exoten’) broedvogelsoorten, in totaal een 90-tal. Die soorten worden in principe gebiedsdekkend geteld volgens de methode van de uitgebreide territoriumkartering (in detail beschreven in o.a. Vergeer e.a. (2016)). Door het intensieve terreinwerk voor de nieuwe vogelatlas beschikken we in de periode 2020-2024 over erg goede, gebiedsdekkende cijfers van alle BBV-soorten.
Eerst wordt het gemiddelde van het jaarlijks aantal broedparen van 6 jaren (2019 t/m 2024) berekend. Vervolgens wordt berekend hoeveel % dit gemiddelde bedraagt van het populatiedoel zoals vastgelegd in de Gewestelijke Instandhoudingsdoelstellingen (Paelinckx (2009)). Stel dat dit 90% is, dan is de afstand tot het doel -10%. Omgekeerd kan het doel ook overschreden worden, wat resulteert in positieve percentages.
De kwaliteit van de data is voor veel zeldzame en schaarse soorten erg goed. Ook voor algemene broedvogels beschikken we sinds de start van het ABV-project (opgestart in Vlaanderen in 2007) over statistisch sterk onderbouwde (korte termijn-) trends. Dankzij de data van het project ‘Vogelatlas Vlaanderen’ (periode 2020-2024, zie www.vogelatlas.be) is de detailgraad en volledigheid van de data voor Vlaanderen flink toegenomen in de huidige rapportageperiode.
Broncode indicator: europese_broedvogels.Rmd
Broncode metadata: metadata_europese_broedvogels.Rmd
| Beschrijving | Gegevens | Metadata |
|---|---|---|
| Brondata Europese broedvogels | europese_broedvogels_data.csv | europese_broedvogels_data.yml |