Natuur in Vlaanderen, over spectaculaire comebacks én het belang van een goede basisnatuurkwaliteit
Succesverhalen
Het goede nieuws is dat investeren in natuur loont. Ook in Vlaanderen beginnen de positieve effecten zichtbaar te worden. Dankzij grootschalige projecten zoals het Sigmaplan, waarbij waterveiligheid en natuurontwikkeling hand in hand gaan, herstellen onze riviernatuur en estuaria. Dit leidt tot de terugkeer van soorten die lange tijd verdwenen waren: de fint (een vissoort) zwemt weer in onze rivieren en de otter begint voorzichtig aan een herkolonisatie. Ook moerasvogels zoals de lepelaar en de roerdomp doen het steeds beter.
Een ander succesverhaal is dat van de boomkikker. Dankzij het langdurig en grootschalig herstel van poelen en het aanplanten van hagen in Limburg en de kuststreek, heeft deze soort een gunstige staat van instandhouding bereikt en is ze niet langer bedreigd. De populatie wordt momenteel geraamd op 24.000 exemplaren.
Ook het Vlaamse bosbeleid van de voorbije decennia werpt zijn vruchten af: door bossen ouder te laten worden en meer dood hout te laten liggen, zien we een opmars van verschillende bosvogels, vleermuizen en soorten als boommarter. Deze positieve trends zijn het resultaat van beleidskeuzes uit het verleden en illustreren dat natuurherstel vaak tijd vergt, maar wel degelijk rendeert.
De rapportage toont tenslotte ook aan dat soorten die genieten van een strikte Europese beschermingsstatus - zoals wolf en bever - positieve trends vertonen, wat het belang aantoont van een sterk en consequent toegepast Europees natuurbeleid.
Versterken van de basisnatuurkwaliteit in het buitengebied
Tegenover deze successen in beschermde gebieden staat de uitdaging om de basiskwaliteit in het omringende landschap te verhogen, met name in het agrarisch gebied dat meer dan de helft van Vlaanderen beslaat. Door historische intensivering, urbanisatie en de versnippering van kleinschalige landschapselementen zoals houtkanten en soortenrijke graslanden, vinden veel dieren minder voedsel of schuilplaatsen. Veel van deze gebieden bevatten wel nog waardevolle natuurrestanten, maar die zijn te klein en te versnipperd om soorten duurzaam in stand te houden. Ook in onze steden en tuinen kunnen we een steentje bijdragen. Hoewel het niet gaat om Europese topnatuur, kunnen we er wel een verschil maken voor algemenere soorten zoals wilde bestuivers en onze tuinvogels.
De gevolgen van de versnippering zijn merkbaar voor soorten van het open landschap. Vogels zoals de kwartelkoning en het paapje blijven onder hun populatiedoelen, en ook de bunzing vertoont een dalende trend, onder meer door ecologische versnippering. Soorten als tapuit en kuifleeuwerik zijn nagenoeg verdwenen uit Vlaanderen.
Zonder een verbetering van de basisnatuurkwaliteit en een verbinding tussen natuurgebieden, dreigt het Vlaamse platteland niet alleen soorten zoals de veldleeuwerik en andere typische akker- en weidevogels te verliezen, maar ook essentiële ecosysteemdiensten. Het gaat daarbij om diensten die cruciaal zijn voor onze voedselproductie, waterkwaliteit en een klimaatbestendig landschap. Daarnaast vormen invasieve uitheemse soorten een toenemende bedreiging voor inheemse fauna, vooral voor aquatische soorten en amfibieën, en bemoeilijken ze de effectiviteit van lopende herstelmaatregelen. Om dit tij te keren, zet Vlaanderen via verschillende instrumenten zoals de beheerovereenkomsten van de VLM, en beleidsplannen zoals de Blue Deal, in op de verdere uitbouw van een groenblauw netwerk en een betere verbinding tussen natuurgebieden. Dit is cruciaal voor het behoud van biodiversiteit en essentiële ecosysteemdiensten die de basis vormen voor onze voedselproductie en waterkwaliteit.
Goed waterbeleid en veerkrachtige waterhuishouding als sleutel
Een overkoepelend knelpunt dat als een rode draad door de rapportering loopt, is onze waterhuishouding. Door de historische focus op waterafvoer, gecombineerd met een overmatig watergebruik, en recent nog versterkt door klimaatverandering, vallen natte gebieden steeds vaker droog of krijgen ze net te kampen met overtollig water dat bovendien vaak vervuild is. Dit is bijzonder schadelijk voor kwetsbare natuur zoals veengebieden, vochtige heide en soortenrijke valleigraslanden.
Soorten die afhankelijk zijn van natte omstandigheden, zoals de heikikker en de zeldzame groenknolorchis, verkeren hierdoor in de gevarenzone. Klimaatverandering werkt daarbij zelden op zichzelf, maar versterkt bestaande milieudrukken zoals verdroging en nutriëntenbelasting. Ook voor habitats vormt verdroging, samen met stikstofdruk, één van de belangrijkste oorzaken van de aanhoudend ongunstige staat van instandhouding.
De beleidsmatige respons hierop is de Blue Deal, waarmee Vlaanderen inzet op het herstel van de natuurlijke sponswerking van het landschap. Door waterafvoer te vertragen en water lokaal vast te houden, wil Vlaanderen soorten zoals de heikikker en de zeldzame groenknolorchis de nodige bescherming en garanties op een duurzaam voortbestaan bieden.
Beoordelingsmethode
De Natura 2000-rapportage hanteert een strenge beoordelingsmethode waarbij één zwak scorend criterium volstaat om een habitat als ongunstig te beoordelen. Hierdoor wordt verbetering in oppervlakte of areaal vaak pas laat zichtbaar in de globale beoordeling. Dat betekent niet dat de inspanningen op het terrein geen effect hebben, maar wel dat duurzaam herstel tijd vergt en een consistent, gebiedsgericht beleid vereist.
Conclusie: Herstel werkt, maar schaalvergroting is nodig
De rapporten bewijzen dat we het tij kunnen keren: daar waar we ruimte maken voor water en natuur, herstelt het ecosysteem zich zichtbaar en robuust. Om de achteruitgang op het platteland te stoppen, volstaan lokale projecten echter niet.
Via de beleidsmatige versnelling van de Blue Deal en een versterkte groenblauwe dooradering werkt Vlaanderen aan een structurele verlaging van de milieudruk. Alleen door water beter vast te houden en de milieudrukken (zoals stikstof en pesticiden) structureel en gebiedsdekkend te verlagen, kan Vlaanderen zijn natuur versterken en weerbaar maken voor de toekomst. Een samenhangend netwerk van voldoende grote en goed verbonden natuurgebieden is daarbij essentieel om zowel biodiversiteit als ecosysteemdiensten die daaruit voortvloeien duurzaam veilig te stellen. Dit is een maatschappelijke investering die niet alleen onze biodiversiteit ten goede komt, maar ook zorgt voor een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving met baten op lange termijn.