Publicatiedatum: 05/03/2026
De visindex score varieert al naargelang de saliniteitzone. De ecologische kwaliteit in het zoetwatergetijdegebied (Temse-Merelbeke) scoort in 2025 opnieuw beter en haalt na de ‘slechte kwaliteit’ in 2023 en 2024 opnieuw een ’matige kwaliteit’. De stroomafwaarts gelegen zwak brakke zone scoort iets lager dan in 2024 maar scoort anno 2025 nog steeds een ‘matige kwaliteit’. De brakke zone scoort beter dan de laatste 6 jaren en valt eveneens in de klasse van de ‘matige kwaliteit’.
Figuur 1: evolutie van de visindex in de drie saliniteitzones van de Zeeschelde. De blauwe stippellijnen begrenzen de EQR klassen (of Ecological Quality Ratio): score <0,25 = slecht, van 0,25 tot <0,50 = ontoereikend, van 0,50 tot <0,75 = matig, van 0,75 tot <1 = goed ecologisch potentieel, 1= maximaal ecologisch potentieel.
Voor de evaluatie van het visbestand in de Zeeschelde werd een zone-specifieke visindex ontwikkeld. De visindex betreft een geïntegreerde score van de ecologische kwaliteit van het visbestand weer ten opzichte van een referentiesituatie. De indexwaarde wordt omgerekend naar een score (EQR of Ecological Quality Ratio) die kan variëren tussen 0 (slecht) en 1 (Maximaal Ecologisch Potentieel).
Vanaf 2010 stellen we voor de zoetwaterzone een sterke stijging vast van de EQR tot in 2020. We noteren dan vooral in de zoetwaterzone een kwaliteitstoename wat resulteerde in het behalen van het ‘goed ecologisch potentieel’ (GEP) vanaf 2012, m.u.v. de matige kwaliteit in 2016, 2017 en 2021. Vanaf 2022 wordt hier opnieuw slechts een ‘ontoereikende kwaliteit’ behaald. In 2024 zelfs ‘een slechte kwaliteit’. In 2025 wordt opnieuw een verbetering naar de ‘matige kwaliteit’ vastgesteld.
In 2025 vingen we 14 referentiesoorten in de zoetwaterzone. Het aantal gevangen individuen per fuikdag scoort minder goed dan in 2024 (29/fuikdag versus 113/fuikdag). Het relatief percentage diadrome vissen, gespecialiseerde paaiers, piscivoren en benthische soorten scoren anno 2025 heel wat hoger dan in 2024 zodat, ondanks de lagere vangsten, in deze zone de kwaliteit is gestegen van een ‘slechte kwaliteit’ naar de ‘matige kwaliteit’.
In de zwak brakke zone vingen we in 2025 20 referentiesoorten. Het aantal gevangen individuen is net als in 2024 hoog (425/fuikdag), deze metriek scoort dan ook heel goed. De metriek intolerante species scoort anno 2025 het laagst ten opzichte van de andere metrieken, maar haalt dezelfde score als in 2024. De overige metrieken zijn vergelijkbaar met de vorige campagne. Net als in 2024 scoort de EQR hier de ‘matige kwaliteit’.
In de brakke zone vingen we in 2025 19 referentiesoorten. De metrieken diadrome soorten en intolerante species scoren ten opzichte van 2024 beter. De totale EQR score is dan ook hoger. De kwaliteitsklasse stijgt van een ‘ontoereikende kwaliteit’ naar de ’matige kwaliteit.
Diadrome soorten (= vissen die tussen zoet en zout water migreren om naar hun paaiplaats te gaan) zijn algemeen aanwezig in de Zeeschelde. Diadrome soorten zoals fint en spiering gebruiken het zoetwatergebied van het estuarium als paaihabitat terwijl paling het estuarium als opgroeigebied gebruikt en de Zeeschelde verlaat om te paaien in de Sargasso zee.
Publicatiedatum: 05/03/2026
De visindex wordt berekend op basis van een aantal meetgegevens of metrieken die verband houden met 1) soortensamenstelling en -rijkdom, 2) trofische samenstelling, 3) hoeveelheid vis en conditie van het visbestand. Zo zal bij een verstoring van het aquatische milieu het aantal soorten in de visgemeenschap afnemen, de gevoelige soorten verdwijnen, terwijl het aantal individuen van tolerante soorten toeneemt. Iedere metriek wordt beoordeeld en gescoord ten opzichte van een referentie. In elke saliniteitszone gelden andere metrieken en grenswaarden die geselecteerd zijn op basis van modellering, correlatieanalyses en ecologische relevantie (Breine et al., 2010).
De som van de metriekscores geeft de waarde van de index voor biotosche integriteit of IBI. De waarde van de index kan variëren afhankelijk van het aantal metrieken. Om de IBI (0-6) om te zetten naar een EQR (score tussen 0 en 1) wordt volgende formule gebruikt:
EQR= OGT + (IBI-OGNT)/(BGNT-OGNT)*0,25
Met OGT= getransformeerde ondergrens van de IBI, OGNT = niet getransformeerde ondergrens en BGNT = niet getransformeerde bovengrens. De grenzen zijn als volgt vastgelegd:
| OGT | OGNT | BGNT |
|---|---|---|
| 0 | 0 | <2,4 |
| 0,25 | 2,4 | <3,6 |
| 0,5 | 3,6 | <4,8 |
| 0,75 | 4,8 | <6 |
en de relatie tussen de EQR en de kwaliteitsbeoordeling in de Kaderrichtlijn Water is als volgt:
| EQR | Klassegrenzen | Kaderrichtlijn |
|---|---|---|
| 1 | [1] | MEP |
| ≥ 0,75 | [0,75-1[ | GEP |
| ≥ 0,50 | [0,5-0,75[ | matig |
| ≥ 0,25 | [0,25-0,5[ | ontoereikend |
| < 0,25 | [0-0,25[ | slecht |
Volgens Breine et al. (2010) worden er bij de validatie mits toelating van een kleine type I of II fout, 94% van de locaties correct beoordeeld.
Broncode indicator: visindex_zeeschelde.Rmd
Broncode metadata: metadata_visindex_zeeschelde.Rmd
| Beschrijving | Gegevens | Metadata |
|---|---|---|
| Basisdata | visindex_zeeschelde.csv | visindex_zeeschelde.yml |