Verstedelijking en klimaatopwarming: een dodelijke cocktail voor dagvlinders
Een studie naar de trends van 8.400 populaties van 145 soorten in 12 Europese landen toont aan dat de combinatie van klimaatverandering en verstedelijking een gevaarlijke cocktail vormt voor dagvlinders.
Klimaatopwarming en het vaker optreden van klimaatextremen (langdurige droogte, hevige regenval) versterkt andere drukken zoals habitatverlies en -versnippering en stikstofoverschot, en zorgt voor een afname van vlinderpopulaties in heel Europa. Die trend is echter beduidend negatiever in verstedelijkte gebieden zoals Vlaanderen en Nederland dan in een meer landelijke omgeving. Door een gebrek aan parken en natuurvriendelijke tuinen en de aanwezigheid van veel verharde ondergrond heerst er in steden een hitte-eilandeffect. Dagvlinders vinden daardoor geen koele plekjes meer en leggen er sneller het loodje.
Sommige vlindersoorten zijn hiervoor gevoeliger dan andere. Koudeminnende soorten, soorten met een korte vliegperiode of met maar 1 generatie per jaar en soorten gebonden aan één enkele waardplant nemen beduidend sneller af door de versterkende werking van urbanisatie op klimaatverandering. Om de achteruitgang van dagvlinders in het bijzonder en insecten in het algemeen te stoppen, volstaat het niet om alleen naar het klimaat te kijken. Ook de stedelijke landschappen moeten anders ingericht worden. Meer connectiviteit tussen natuurgebieden en het creëren van groene (thermische) buffers in de stad zijn essentieel voor het behoud van dagvlinders in een verstedelijkte omgeving.
Beeld boven: koevinkje , een koudeminnende graslandsoort die het graag lichtjes vochtig heeft.
Deze vlinder heeft zowel last van urbanisatie als van klimaatopwarming (foto: Valérie Goethals)