Terug naar overzicht

Aangewezen maar niet-aanwezige habitats in SBZ-H (EVINBO)

(Yves Adams - Vildaphoto)
(Yves Adams - Vildaphoto)

Details

De aanwijzingsbesluiten uit 2014 leggen per habitatrichtlijngebied (SBZ-H) vast voor welke habitattypes een SBZ-H wordt aangewezen. Deze habitattypes zijn voor die SBZ-H aangemeld bij de Europese Commissie (via de Standard Data Form; SDF) en er zijn doelen voor geformuleerd in de SBZ-H, de zogenaamde S-IHD (gebiedsspecifieke instandhoudingsdoelen). Dit alles gebeurde op basis van de beschikbare kennis tot 2014.
Ondertussen heeft verder onderzoek uitgewezen dat meerdere habitats niet (meer) in bepaalde SBZ-H voorkomen die nochtans voor dat habitattype zijn aangewezen. De EC-richtlijnen laten de schrapping (‘de-listing’) van een habitat uit de SDF/aanwijzingsbesluiten alleen toe om drie redenen:
(1) een bewezen genuine scientific error;
(2) natuurlijke ontwikkelingen buiten de controle van de lidstaat (bv. klimaatverandering);
(3) de correcte toepassing van habitatrichtlijn art. 6(4).
Het is voor gebruik van de eerste motivering (genuine scientific error) van belang om wetenschappelijk vast te stellen dat een habitat nooit in een SBZ-H heeft voorgekomen, dit in tegenstelling tot gevallen waar een habitat niet meer in een SBZ-H voorkomt (bv. verdwenen als gevolg van milieudrukken of gebrek aan beheer).
Voor minstens 24 gevallen bestaat er twijfel over het voorkomen (sinds 1994) van een aangewezen habitat in een SBZ-H, omdat de habitat in die SBZ-H nooit genoteerd is op de Natura 2000 habitatkaarten van het INBO (Paelinckx et al., 2021; analyse nog te updaten met Habitatkaart uitgave 2025). Voor deze gevallen moeten we nagaan of er sprake is van een genuine scientific error.
De historisch-ecologische analyse beperkt zich niet tot de periode sinds 1994. Kennis over het historische voorkomen (vóór 1994) levert bijkomende inzichten over de haalbaarheid van inrichting en herstel van deze habitats, en dus over de zinvolheid van het behoud van doelen voor die habitats in de SBZ-H. Een schrapping van een onrealistisch doelhabitat, zeker als het om een habitat met een lage kritische depositiewaarde (KDW) gaat, kan een verlichting betekenen van de noodzakelijke stikstofmaatregelen in en rond de SBZ-H. Anderzijds kan het, in functie van de door de EC vereiste ‘algehele samenhang van het netwerk’, soms wel noodzakelijk blijken zulke doelen (geheel of gedeeltelijk) naar elders te verschuiven.
Status In uitvoering
Effectieve start/einddatum 01/01/2026 - 31/12/2026

Teams

INBO Onderzoeksdomein(en)

  • Beschermde natuur

Tags

  • onderzoeksagenda
  • pas
  • habitatrichtlijn

Deelnemers

Jeroen Vanden Borre