Bos als stikstofbuffer (EVINBO)

(INBO)
Details
Het bosareaal van Vlaanderen bestaat overwegend uit bossen die enkele decennia geleden ontstaan zijn, en die functioneel en inzake biodiversiteit sterk afwijken van reeds lang bestaande bossen. Deze jonge bossen zijn vaak ontstaan op akkers of graslanden die in min of meerdere mate bemest werden, terwijl de bodem van reeds lang bestaande bossen (boshabitat) niet of nauwelijks bemest is. Door de hoge nutriëntenvoorraden en de hoge pH van de bodem van jonge bossen groeien bomen er vaak sneller en kunnen er, in de eerste decennia, ook snelgroeiende pionierboomsoorten worden aangeplant.Het is niet goed gekend in welke mate jonge loofbossen nutriënten zoals stikstof en fosfor kunnen vastleggen en zo een effectieve buffer kunnen zijn tegen verzuring en vermesting van aangrenzende beschermde natuur (Natura 2000-habitat) én zelf nog kunnen ontwikkelen tot boshabitat onder een hoge stikstofdepositie. Ook de verschillen in het vermogen van snelgroeiende loofboomsoorten en trager groeiende climaxsoorten om nutriënten vast te houden of te benutten, zijn nog niet voldoende gekend. Traaggroeiende climaxboomsoorten als eik zijn kenmerkend voor boshabitat en worden daarom vaak als doelsoort aangeplant, zeker in openbare bossen. Pionierboomsoorten zoals cultuurpopulier vertonen een erg snelle groei op nutriëntenrijke bodem en worden daarom vaak in privébossen aangeplant. Met dit project willen we de stocks van macronutriënten en hun verandering in tijd en ruimte in beeld brengen. We kijken naar de uitspoeling van nitraat omdat deze uitgaande flux een hypotheek legt op nabijgelegen beschermde natuur. Een beter begrip hiervan kan helpen om in te schatten of jonge bossen geschikt zijn als buffer van kwetsbare natuur, wat de beste strategie is om deze bufferende werking te optimaliseren en op welke wijze de biodiversiteit van boshabitat de beste kansen heeft om zich te vestigen in jonge bossen die als buffer functioneren voor kwetsbare beschermde natuur.
Eerder onderzoek focuste op de filterende werking van naaldbos versus loofbos op de depositie van stikstof. Uit dit onderzoek bleek dat naaldboomsoorten het afvangen van stikstof maximaliseren en een geringere stikstofbehoefte hebben dan loofboomsoorten, waardoor er sneller stikstofverzadiging en uitspoeling van nitraat kan optreden, met mogelijk negatieve effecten op aangrenzende habitats. Bovendien zorgen naaldbomen voor een snellere bodemverzuring en zijn naaldbossen minder geschikt om de biodiversiteit van boshabitat te ontwikkelen.
We richten ons in dit project op jonge loofbossen die ontstaan zijn op een bodem met verhoogde nutriëntenconcentraties. Recent onderzoek toont aan dat loofboomsoorten ook buiten het groeiseizoen stikstof kunnen immobiliseren, vergelijkbaar met wintergroene naaldboomsoorten. Bovendien kunnen jonge loofbossen niet enkel een bufferende werking hebben op kwetsbare natuur, door stikstofdepositie af te vangen en vast te leggen, maar mogelijk ook belangrijke co-benefits leveren zoals koolstofopslag en ontwikkeling van biodiversiteit van boshabitat. Voor veel soortgroepen is nog weinig kennis in jong bos, maar onderzoek wijst uit dat biodiversiteitsontwikkeling in jong bos meer kans heeft als het jonge bos grenst aan bestaand boshabitat, tenzij soorten worden geïntroduceerd.
| Status | In uitvoering |
|---|---|
| Effectieve start/einddatum | 01/01/2026 - 31/12/2029 |
Teams
INBO Onderzoeksdomein(en)
- Bos
Tags
- onderzoeksagenda
- pas
- onderzoeksagenda
- pas