Principe

De opwekkers kunnen in serie of in parallel geschakeld staan:

  • parallelschakeling: de in- en uitlaattemperaturen zijn dezelfde voor alle opwekkers
  • serieschakeling: de uitlaat van de eerste opwekker is verbonden met de inlaat van de volgende opwekker. De in- en uitlaattemperaturen zijn in dat geval verschillend voor elke opwekker.

Bij boosterwarmtepompen wordt vaak de uitlaat van de eerst geschakelde opwekker niet rechtstreeks verbonden met de inlaat van de warmtepomp (condensor), maar gebruikt als warmtebron voor de warmtepomp (verdamper). Deze configuratie valt niet onder een serieschakeling. In dit geval gebruikt u de pragmatische oplossing voor boosterwarmtepompen.

Voor de preferente opwekker wordt ‘de preferente fractie’ bepaald. Dat is het aandeel van de warmte- of koudevraag dat wordt geleverd door deze opwekker. Er is steeds maar één preferente opwekker. De resterende warmte-of koudevraag wordt toegekend aan de niet-preferente opwekker(s). Bij meerdere niet-preferente opwekkers wordt dit verdeeld op basis van hun nominale vermogen.

Bij een serieschakeling geeft u naast de preferente opwekker ook aan welke opwekker eerst geschakeld is. De inlaat van deze opwekker is gekoppeld met de uitlaat van het afgiftesysteem. De eerst geschakelde opwekker is niet noodzakelijk de preferente opwekker.

Impact op het resultaat

Elk van de opwekkers heeft een eigen opwekkingsrendement. Het eindenergieverbruik wordt bepaald door het aandeel van de totale bruto-energiebehoefte dat aan elke opwekker werd toegekend te delen door het opwekkingsrendement van die opwekker en vervolgens te sommeren over alle opwekkers.

  • Als een groot deel van de totale bruto-energiebehoefte werd toegekend aan een opwekker met een hoog opwekkingsrendement, zal dit een gunstig effect hebben op het eindresultaat.
  • Als een groot deel wordt toegekend aan een opwekker met een laag opwekkingsrendement, zal dit een negatief effect hebben.

Specifiek bij een serieschakeling voor ruimteverwarming wordt de uitlaattemperatuur van de eerst geschakelde opwekker bepaald. Dat gebeurt alleen voor de eerste opwekker. De andere tussentemperaturen worden niet bepaald. Bij een serieschakeling worden dus de volgende in- en uitlaattemperaturen gebruikt voor de opwekkers:

  • eerst geschakelde opwekker:
    • inlaattemperatuur = retourtemperatuur
    • afgiftesysteem en uitlaattemperatuur = temperatuur berekend op basis van een hulpvariabele
  • tweede en alle volgend geschakelde opwekkers:
    • inlaattemperatuur = berekende uitlaattemperatuur van de eerst geschakelde opwekker
    • uitlaattemperatuur = vertrektemperatuur naar het afgiftesysteem.

Dit heeft een invloed op het opwekkingsrendement voor ruimteverwarming.

Bijvoorbeeld: bij een serieschakeling van een warmtepomp en een ketel.

  • De uitlaattemperatuur van de warmtepomp is lager dan wanneer deze in parallel geschakeld zouden staan. Dat heeft een gunstig effect op het rendement.
  • De inlaattemperatuur van de ketel is hoger dan bij een parallelschakeling. Dat heeft mogelijk een negatief effect op het rendement.

Bepaling preferente opwekker

Welke opwekker geldt als de preferente opwekker hangt af van de functie die de opwekkers bedienen.

Ruimteverwarming en sanitair warm water:

  • Een geldt steeds als preferente opwekker.
  • Wanneer geen WKK wordt toegepast, mag u vrij de preferente opwekker kiezen.

Ruimtekoeling:

  • Als een van de opwekkers geocooling met open systeem is, geldt deze als preferente opwekker.
  • Als een van de opwekkers een thermisch aangedreven koelmachine is en er is geen opwekker van het type geocooling met open systeem, geldt deze als preferente opwekker.
  • In alle andere gevallen is de preferente opwekker de opwekker met het hoogste opwekkingsrendement.

Alle andere opwekkers geeft u in als niet-preferente opwekkers.

Preferente fractie

Voor ruimteverwarming en ruimtekoeling wordt de preferente fractie bepaald in functie van een hulpvariabele. De bepaling van deze hulpvariabele en de link met de preferente fractie hangt af van het type preferente opwekker. Voor sanitair warm water wordt geen hulpvariabele bepaald.

Type piekvermogenregeling

Wanneer een combinatie van een preferente en niet-preferente opwekker wordt ingevoerd voor ruimteverwarming, moet u aangeven wat het type piekvermogenregeling is. Dit geeft aan hoe de regeling tussen de preferente en niet-preferente opwekker werkt. U kunt de volgende opties selecteren:

  • Piekvermogenaanvulregeling: de nietpreferente opwekkers werken enkel aanvullend wanneer de vermogensvraag groter is dan wat de preferente opwekker kan leveren. Tijdens deze momenten blijft de preferente opwekker op maximaal vermogen werken.
  • Piekvermogenschakelregeling: in alle andere gevallen dan de situatie hierboven voert u deze optie in, dus ook als u niet weet welk type schakeling gebruikt wordt.

Een piekvermogenaanvulregeling leidt doorgaans tot een hogere preferente fractie dan een piekvermogenschakelregeling.

Moduleerbaarheid preferente opwekker

Bij projecten met EPW-eenheden heeft de moduleerbaarheid van de preferente opwekker een effect op de preferente fractie. Voor moet de moduleerbaarheid niet ingevoerd worden.

Een opwekker kan op twee manieren moduleerbaar zijn:

  • Het toestel is op zich modulerend. Dat wil zeggen dat het toestel zijn afgeleverde vermogen kan moduleren tot onder de 80% van het nominaal vermogen, ongeacht de andere componenten in de installatie (bijvoorbeeld: afgiftesysteem, opslagvaten);
  • Het toestel is aangesloten op een voldoende grote buffer. Door deze buffer kan het systeem in zijn geheel modulerend zijn, zelfs als de preferente opwekker op zich niet modulerend is.

Wanneer de preferente opwekker niet voldoet aan minstens één van de bovenstaande voorwaarden, geeft u aan dat het om een toestel met beperkte moduleerbaarheid gaat.

De buffer van het preferente toestel is voldoende groot om moduleerbaar te zijn als de opwekker aangesloten is op:

  • een systeem van oppervlakteverwarming (vloer, muur- of plafondverwarming)
  • een buffervat met een volume groter of gelijk aan Vmin zoals hieronder bepaald.

Daarbij is:

  • Pgen, heat, pref :het totale nominale vermogen van de preferente warmteopwekker, in kW
  • θpref :de temperatuur waarop de preferente opwekker warmte aflevert aan het buffervat, in °C
  • θreturn,design : de ontwerpretourtemperatuur van het warmteafgiftesysteem waaraan de preferente opwekker warmte levert, in °C

Type vraagprofiel

Bij projecten met heeft het vraagprofiel van de bediende functionele delen een effect op de preferente fractie. Het vraagprofiel hangt af van het functionele deel:

  • Functies met vlak vraagprofiel: kantoor, logeerfunctie, gezondheidszorg met verblijf, gezondheidszorg zonder verblijf, handel, sport sauna/zwembad, technische ruimten.
  • Functies met fluctuerend vraagprofiel: onderwijs, gezondheidszorg operatiezalen, bijeenkomst hoge bezetting, bijeenkomst lage bezetting, bijeenkomst cafetaria/refter, keuken, sport sporthal/sportzaal, sport fitness/dans, gemeenschappelijk, andere, onbekend.

U hoeft het vraagprofiel niet zelf na te gaan. Dit wordt bepaald door de software. Wanneer de preferente opwekker meerdere functionele delen bedient, bepaalt de software het vraagprofiel op basis van de oppervlakten van de verschillende functionele delen. De invloed van het vraagprofiel hangt af van het type preferente opwekker en de piekvermogenregeling.

Invoer in de software

In de EPB-software Vlaanderen verloopt de invoer van een combinatie van een preferente en niet-preferente opwekker via een extern rekenblad(opent in nieuw venster) (xls-bestand). Voor u dit rekenblad gebruikt, neemt u het best eerst de handleiding door (eerste tabblad rekenblad).

In de EPB-software 3G kunt u rechtstreeks meerdere opwekkers ingeven en aangeven welke opwekker preferent is. Als u de opwekkers koppelt aan het verdeelsysteem, kunt u aangeven of de opwekkers in serie geschakeld taan. Vult u hier ‘Neen’ in, dan wordt een parallelschakeling verondersteld.