Bij de opmaak van een EPC komt heel wat werk kijken. Het inspectieprotocol legt de werkwijze vast die energiedeskundigen type A hiervoor moeten gebruiken. Deze werkwijze wordt samengevat in onderstaand stappenplan.
Stappenplan opmaak EPC
Bij de opmaak van een EPC moeten de richtlijnen van het inspectieprotocol gevolgd worden.
Vind hier extra uitleg bij de verschillende onderdelen van het inspectieprotocol.
- Stap 1
Eerst moet worden nagegaan of de gebouwen en gebouweenheden onder het EPC-toepassingsgebied vallen. Raadpleeg hiervoor het EPC toepassingsgebied.
Meestal is duidelijk of een gebouw of gebouweenheid onder het EPC-toepassingsgebied valt.
Bij twijfel kan een vooronderzoek uitwijzen of een EPC al dan niet nodig is.
- Maak hierover duidelijke afspraken met de opdrachtgever.
- Geef ook voldoende toelichting, want een mogelijke conclusie van het vooronderzoek kan zijn dat er geen EPC nodig is.
- Hou altijd een projectdossier bij van het vooronderzoek met de motivatie van uw conclusies.
- Stap 2
Het gebouwenpark waarvoor EPC’s moeten opgemaakt worden, bestaat uit diverse gebouwen.
In deze gebouwen zijn telkens 1 of meerdere gebouweenheden ondergebracht.
Deze eenheden kunnen verschillende bestemmingen hebben. De hoofdbestemming bepaalt welk EPC nodig is.Hoe identificeert u de gebouwen en gebouweenheden en bepaalt u hun (hoofd)bestemming? Raadpleeg het stappenplan Welk EPC moet opgemaakt worden?
- Stap 3
- Kijk na in de Energieprestatiedatabank of de adresgegevens van de gebouweenheid of het gebouw correct en volledig zijn en of de afbakening van de eenheid of het appartementsgebouw klopt.
- EPC Gemeenschappelijke Delen? Controleer of de gebouwafbakening klopt en of de huisnummers en busnummers die aan het gemeenschappelijke deel gekoppeld zijn correct zijn.
- EPC van een appartement? Controleer of de gebouweenheid met het bijhorende huis- of busnummer aanwezig is aanwezig is.
- Indien deze gegevens niet correct of onvolledig zijn, dien dan een melding in bij het VEKA, met de nodige schetsen en foto’s. Hoe u een correcte en volledige melding doet, leest u op ‘Melding indienen over het Gebouwenregister’.
- Kijk na in de Energieprestatiedatabank of de adresgegevens van de gebouweenheid of het gebouw correct en volledig zijn en of de afbakening van de eenheid of het appartementsgebouw klopt.
- Stap 4
- Stap 1
- Bezorg de eigenaar of opdrachtgever een kopie van de aanstiplijst en leg het belang van bewijsstukken uit. Leg tijdig aan de eigenaar uit waar het bouwjaar te vinden is en welke documenten gebruikt kunnen worden als bewijsstuk.
- Kijk na waar u het referentiejaar bouw kunt opzoeken.
- Maakt u een EPC Gemeenschappelijke Delen? Informeer de syndicus of VME over het doel van het EPC GD. Benadruk het belang van de bewijsstukken voor de opmaak van een correct EPC GD en dat deze bij alle mede-eigenaars opgevraagd moeten worden.
- Maakt u een EPC voor een appartement? Controleer in de energieprestatiedatabank of er al een EPC Gemeenschappelijke Delen opgemaakt is en vraag aan de eigenaar of deze dit al ontvangen en nagekeken heeft.
- Geen bewijsstukken ontvangen? Informeer de eigenaar over de mogelijkheid om een destructief onderzoek uit te voeren, als er een vermoeden van isolatie is.
- Nieuwbouw of grondige verbouwing van na 2006? Vraag de eigenaar naar de EPB-aangifte. Als deze hier niet over geschikt, kan er een duplicaat opgevraagd worden bij het VEKA.
- Stap 2
- Bezorg de eigenaar tijdig een exemplaar van de aanstiplijst(PDF bestand opent in nieuw venster) (of aanstiplijst(Word bestand opent in nieuw venster)) met het overzicht van de mogelijke bewijsstukken. De pdf-versie kan digitaal ondertekend worden.
- Informeer de eigenaar over het belang van de bewijsstukken bij de opmaak van een EPC.
- Overloop de ontvangen documenten met de eigenaar en duid deze aan op de aanstiplijst.
- Bespreek de voorwaarden voor bewijsstukken en vermijd zo discussies achteraf.
- Onderteken samen met de eigenaar de aanstiplijst.
- Informeer de eigenaar over de mogelijkheid om verbruiksgegevens op het EPC te vermelden. De toestemming hiervoor wordt eveneens op de aanstiplijst aangeduid.
- Stap 3
- Doorloop voor elke ruimte het stappenplan om zo het beschermde volume te bepalen.
- Noteer ook of er een afgifte-element of een decentrale opwekker voor warmte of koude aanwezig is in de ruimte om de ruimteclusters te bepalen.
- Bepaal de verblijfs- en natte ruimtes en hun ventilatievoorzieningen en noteer of er een permanent draaiend ventilatietoestel aanwezig is.
- Meet het beschermde volume op en duid de verschillende opbouwen en begrenzingen van de gebouwschil aan op de schets. Deze schets kan later verwerkt worden tot een 3D-model van het gebouw.
- Bepaal het volume van de verschillende ruimteclusters en duid deze ook aan op de schetsen.
- U kunt hiervoor gebruik maken van de checklist(Word bestand opent in nieuw venster) (opnameformulier).
- Stap 4
Neem detail- én overzichtsfoto’s van de visuele vaststellingen (inclusief destructief onderzoek). De overzichtsfoto van de plaats van de visuele vaststelling linkt samen met de detailfoto de vaststelling ontegensprekelijk aan de betreffende eenheid of het appartementsgebouw. Als het ter plaatse niet mogelijk of veilig is om een detailfoto van de vaststelling te nemen, wordt minstens een overzichtsfoto genomen.
Van minstens volgende visuele vaststellingen moeten foto’s gemaakt worden:- Overzichtsfoto van alle (veilig bereikbare) gevels waarvan de meest typerende (meestal de voorgevel) wordt opgeladen op de eerste pagina van het EPC.
- Eigenschappen van de gebouwschil:
- Aanwezige isolerende laag: per type schildeel en per verschillende invoer van isolatie. Uit de foto’s moeten de vaststellingen, zoals isolatiedikte en type isolatiemateriaal, zo duidelijk mogelijk af te leiden zijn
- Per verschillend hoofdtype van gevels, daken, plafonds, vloeren, deuren en panelen
- Per verschillend hoofdtype van beglazing en profielen. Uit de foto’s van de beglazing moet het aantal glasbladen af te leiden zijn
- Invoer bij aannamen van de aanwezigheid van een dampscherm, na-isolatie van een spouwmuur…
- Eigenschappen van de installaties:
- Ruimteverwarming: aanwezigheid en kenmerken van opwekkingstoestellen, afgiftesystemen en regelsystemen voor de binnentemperatuur, aanwezigheid van een buitenvoeler
- Sanitair warm water: aanwezigheid en kenmerken per type installatie
- Koelinstallatie: aanwezigheid en kenmerken van koudeopwekkers, afgiftesystemen
- Verlichting: aanwezigheid en kenmerken van verlichtingsinstallaties en regelsystemen
- Ventilatie: aanwezigheid (zowel van mechanisch als natuurlijk ventilatiesysteem) en kenmerken van een mechanisch ventilatiesysteem
- Zonneboiler en fotovoltaïsche panelen: aanwezigheid.
Van de overige vaststellingen, zoals producteigenschappen (zoals glas-ID, HR-vermelding, U-waarde) in de afstandshouder tussen de glasbladen, de aanwezigheid van een low-e-coating, een kenplaat, labels… worden foto’s genomen of wordt de informatie genoteerd.
- Stap 5
- Bepaal de eigenschappen van de gebouwschil en de technische installaties op basis van
- aanvaarde bewijsstukken
- visuele vaststellingen
- destructief onderzoek (mits toelating van de eigenaar)
- aannames vastgelegd in het inspectieprotocol
- bronnen voor producteigenschappen.
- Gekende gegevens moet verplicht overgenomen worden.
- Ook op te zoeken gegevens worden beschouwd als gekende gegevens.
- Bepaal de eigenschappen van de gebouwschil en de technische installaties op basis van
- Stap 5
- Energieprestatiecertificaten kunnen enkel opgesteld worden met de certificatiesoftware in de Energieprestatiedatabank.
- Het EPC moet binnen de 6 maanden na het plaatsbezoek ingediend worden.
- Stap 6
Een EPC is enkel rechtsgeldig als het ondertekend is door de energiedeskundige.
- Bezorgt u het EPC digitaal? U kunt een digitale handtekening plaatsen met uw eID.
- Nadien toch een afgedrukt exemplaar bezorgen? Dan moet u het EPC alsnog met de hand ondertekenen.
- Bezorgt u een afgedrukte versie van het EPC aan de eigenaar? Dan moet u het EPC in kleur afdrukken en met de hand ondertekenen.
Digitale handtekeningen zijn niet geldig als het document afgedrukt wordt, omdat de geldigheid van de handtekening niet meer geverifieerd kan worden.
Meer weten?
- Bezorgt u het EPC digitaal? U kunt een digitale handtekening plaatsen met uw eID.
- Stap 7
Bezorg het ondertekende EPC integraal aan de eigenaar en overloop de resultaten.
- Stap 8
De energiedeskundige houdt een projectdossier gedurende 10 jaar bij, te rekenen vanaf de datum van het EPC en ongeacht de geldigheid van dat EPC.
Dit dossier bestaat uit:
- bewijsstukken
- ondertekende aanstiplijst
- foto’s van de visuele vaststellingen
- grafisch dossier.
Overdracht van de invoergegevens van het EPC GD
Maakt u een EPC op van een appartement of kleine niet-residentiële eenheid in een gebouw waarvoor er een EPC Gemeenschappelijke Delen is? De invoergegevens van het gebouw worden dan rechtstreeks overgedragen naar het EPC van de eenheid. U kan deze overgedragen gegevens niet wijzigen maar wel beperkt aanvullen.
Voor de opmaak van het EPC van een eenheid is het belangrijk dat het EPC Gemeenschappelijke Delen correcte en volledige gegevens bevat. Hoe u omgaat met foutieve of ontbrekende informatie in het EPC GD leest u hieronder. Een belangrijk onderscheid hierin is fouten gemaakt door de energiedeskundige en ontbrekende gegevens op basis van nieuwe bewijsstukken.
Werkwijze bij fouten in het EPC Gemeenschappelijke Delen
- Stelt u ontbrekende schildelen of installaties of andere gemaakte fouten vast in het EPC GD? Contacteer dan de energiedeskundige van het EPC GD en bezorg voldoende bewijsstukken voor de correcte invoer. De gegevens van de energiedeskundige die het EPC GD heeft opgemaakt, vindt u in de software en op het certificaat van de eenheid.
- Dien het EPC van de eenheid pas in als de fouten in het EPC GD werden rechtgezet.
- Weigert de energiedeskundige om de fouten in het EPC GD aan te passen binnen een aanvaardbare termijn? Contacteer dan het VEKA.
- Het VEKA kan een controle opstarten. Het EPC GD wordt tijdelijk ingetrokken tot de aanpassing uitgevoerd is.
- In tussentijd kunt u het EPC van een eenheid opstellen zonder daarbij gebruik te maken van het EPC GD.
Werkwijze bij nieuwe informatie voor het EPC gemeenschappelijke delen
- Krijgt u bij de opmaak van een EPC van een eenheid nieuwe bewijsstukken die de energiedeskundige van het EPC GD niet ontvangen heeft? Dan moet de opdrachtgever (eigenaar of VME) een nieuwe opdracht geven om het EPC GD te laten aanpassen. Enkel zo kan een correct EPC GD en daaruit volgend een correct EPC van de eenheid opgemaakt worden.
- De eigenaar of VME is verantwoordelijk voor de aanwezigheid van het EPC GD en moet bij de opmaak ervan alle beschikbare bewijsstukken verzamelen en bezorgen aan de energiedeskundige.
- Bijvoorbeeld: Een eigenaar beschikt over de EPB-aangifte van zijn appartement. Dit bewijsstuk werd niet overhandigd bij de opmaak van het EPC GD. De eigenaar/VME zal eerst het EPC GD moeten laten aanpassen om deze info ook te kunnen gebruiken in het EPC van zijn appartement.