De impact van hitte op fauna en flora
We hebben de voorbij weken uitzonderlijk hoge temperaturen gekend. Wat doet die hitte met de natuur? We legden het voor aan een aantal INBO-onderzoekers die, elk voor hun onderzoeksdomein, in hun pen kropen.
Hitte kan vlinders fataal worden – Dirk Maes (team Soortenbehoud)
Kan het te warm worden voor dagvlinders? Zeker weten. De ideale lichaamstemperatuur van dagvlinders ligt rond de 32°C en die temperatuur moeten ze halen uit zonnewarmte. Maar, als de buitentemperatuur boven de 32-33°C uitstijgt, moeten dagvlinders kunnen afkoelen omdat ze anders oververhitten en letterlijk uit de lucht kunnen vallen.
Afkoelen doen ze enerzijds door te vliegen en anderzijds door schaduw op te zoeken. Daarom is het belangrijk om niet alleen open natuur te hebben (graslanden, heide), maar ook bomen en bossen in de buurt zodat dagvlinders (zoals de heivlinder) verkoeling kunnen zoeken. Vlinders zijn dus precies als mensen bij deze hitte: trop is ook voor hen te veel!
>> Bekijk deze video om te ontdekken hoe we de heivlinder helpen.
(lees verder onder de foto)

Heivlinder – Jeroen Mentens (Vildaphoto)
Vleermuizen zoeken koelte – Daan Dekeukeleire (team Soortenbehoud)
Vleermuizen zoeken voor hun zomerverblijfplaatsen warme plekjes op. De jongen (die in juni geboren worden) kunnen hun eigen lichaamstemperatuur nog niet op peil houden en daarom moet de verblijfplaats knus en warm zijn, zodat de jongen warm blijven wanneer de moeders ‘s nachts gaan jagen. De warme plekjes die ze graag opzoeken zijn bijvoorbeeld zolders, vaak onder zwarte leien of dakbedekking, de spouwmuren op het zuiden, of boomholtes.
Maar er is ook zo iets als… te warm! De huidige temperaturen zijn veel te hoog, en daarom moeten ook vleermuizen koelere plekken opzoeken. Soms zoeken ze verkoeling in een verblijfplaats (zoals een kelderverdieping of een spouwmuur op het noorden), soms zoeken ze een koele plek in een boomholte in een bos of in een gebouw. Dat gedrag verklaart waarom je tijdens deze hitteperiode vleermuizen kan tegenkomen op de meest bijzondere plekken.
En is het echt te warm en oordeelt de moeder dat haar kroost in de gevarenzone komt? Dan kunnen vleermuizen hun pasgeboren jongen verhuizen. Het jong zuigt zich vast aan de tepel, en vliegt samen met de moeder naar een nieuwe - hopelijk koelere - locatie.
>> Bekijk deze video over ons onderzoek naar rosse vleermuizen.
(lees verder onder de foto)

Meervleermuis – Yves Adams (Vildaphoto)
(Stads)bomen zetten vroeger hun eindspurt in – An Vanden Broeck (Team Genenbronnen bos)
Heel wat boomsoorten groeien door tot augustus en maken dan hun zogenaamde ‘eindknop’ aan, maar bij extreme hitte wordt de eindknop van de groeischeut vroeger aangemaakt en stoppen sommige bomen met groeien. Neemt de hitte later af, dan zal bij een aantal bomen de groei terug op gang komen, maar bij een aantal andere boomsoorten is de groeistop definitief. Daarnaast laten bomen soms ook vroegtijdig hun bladeren vallen. Dat doen ze om uitdroging te voorkomen. De bladeren kunnen trouwens ook verbranden; ze worden dan bruin terwijl ze nog aan de boom hangen.
Gebeuren die zaken aan het einde van de zomer, dan is dat niet zo'n probleem. De bomen hebben dan al reserves opgedaan, voedingsstoffen opgeslagen, nieuwe knoppen aangelegd en zaden en vruchten geproduceerd. Ze zullen er tegen het volgende groeiseizoen weer gezond bijstaan. Maar wanneer de bladeren afvallen of bruin worden bij het begin van de zomer, zoals nu het geval is, dan is dat een ander verhaal. De algemene gezondheidstoestand van de boom is aangetast en de boom wordt gevoeliger voor ziektes. Er wordt minder weerstand opgebouwd (bvb. met reservestoffen) dan bij normale omstandigheden.
Opvallend is dat vooral stadsbomen het zwaar te verduren krijgen. Ze staan in de volle zon en krijgen ook nog eens de hitte van het asfalt erbij. In bossen is er een ander microklimaat en is het veel koeler. Hierdoor hebben bosbomen iets meer respijt.
>> Bekijk de video waarin we onze droogteproeven uit de doeken doen.
>> Bekijk de video over assisted migration van bomen in tijden van klimaatverandering.
(lees verder onder de foto)

Kolmontbos in Tongeren - Borgloon – Rollin Verlinde (Vildaphoto)
Koeien draaien hun dag- en nachtritme om – Kurt Sannen (Team Natuur & Maatschappij)
Een opvallend effect van de huidige hitte is te zien bij runderen. Veel mensen denken dat koeien vooral last hebben van regen of kou, maar in werkelijkheid zijn runderen daar doorgaans goed tegen bestand. Hitte vormt voor hen een veel grotere uitdaging. Tijdens extreem warme periodes zoals nu passen runderen hun gedrag dan ook sterk aan. Waar ze normaal vooral overdag grazen, herkauwen en sociaal actief zijn, trekken de dieren zich nu overdag terug om te rusten. Ze zoeken daarvoor verkoeling op. Pas tijdens de koelere avond- en nachturen worden ze weer actief.
In grote natuurgebieden - waar runderen worden ingezet voor begrazing - is goed te zien hoe de dieren hun dag- en nachtritme omdraaien. Zulke gebieden bevatten vaak een afwisseling van open graslanden, struiken, bomen, houtkanten, poelen en grachten. Die bieden voldoende schaduw en koelere plekken om de warmste uren van de dag door te brengen. Tegen de avond trekken de runderen dan opnieuw de open terreinen in om te grazen.
Het gedrag van koeien illustreert hoe belangrijk variatie in het landschap kan zijn tijdens periodes van extreme hitte. Bomen, struiken, hagen, houtkanten en kleine waterelementen bieden niet alleen voordelen voor planten en dieren, maar kunnen ook het welzijn van grazende runderen verbeteren door schaduw en verkoeling. Naarmate hete zomerdagen vaker voorkomen, bieden zulke landschapselementen kansen om landbouwgebieden beter bestand te maken tegen hitte. Wat goed is voor de koe, blijkt daarbij ook vaak goed voor de biodiversiteit en voor een robuuster landbouwlandschap. Dat sluit ook aan bij één van de ambities van de nieuwe Europese natuurherstelwet: meer ruimte creëren voor bomen, hagen, houtkanten, poelen en andere landschapselementen in het landbouwgebied. De huidige hittegolf laat alvast goed zien dat investeringen in een gevarieerd en veerkrachtig landschap voordelen kunnen opleveren voor zowel landbouw als natuur.
>>Bekijk deze video over de effecten van grote grazers op de biodiversiteit.
(lees verder onder de foto)

Hooglanders zoeken verkoeling – Lars Soerink (Vildaphoto)
Vogels hebben het zwaar – Eric Stienen (Team Vogels)
Zeker tijdens warme zomerdagen kunnen vogels behoorlijk last hebben van de hitte. Omdat ze geen zweetklieren hebben, raken vogels hun overtollige warmte vooral kwijt door te hijgen. Daarom zie je in de zomer vaak vogels met een opengesperde bek en een snelle beweging van de keelzak puffen in de zon.
Voor vogels die op open plekken broeden, kunnen extreme temperaturen een echte uitdaging vormen. Vooral sternen en meeuwen, die vaak nestelen in open, zandige gebieden waar een warm microklimaat kan ontstaan, hebben het soms zwaar te verduren. Tijdens het broeden moeten ze urenlang op hun eieren of bij hun jongen blijven, in de verzengende hitte wachtend tot hun partner terugkeert met voedsel. Visdieven verlaten daarom bij hoge temperaturen soms heel even hun nest en vliegen naar het water om daar hun buikveren nat te maken en af te koelen. Vervolgens keren ze terug en gaan ze met de vochtige veren op de eieren zitten, wat helpt om oververhitting te voorkomen.
Ook de watervoorziening van de kuikens kan tijdens hittegolven problematisch worden. Jonge sternen zijn volledig afhankelijk van het vocht dat ze binnenkrijgen via de vis die hun ouders aanbrengen. Wanneer ze door de warmte veel water verliezen door verdamping, volstaat die portie vocht soms niet meer. Visdieven hebben daarvoor een bijzondere oplossing: de ouders nemen geregeld wat water in hun bek op en laten dit voorzichtig in de bek van hun jongen glijden. Aan de kust gaat het daarbij meestal om zout water. Dat vormt echter geen probleem voor sternen, want zij beschikken over speciale zoutklieren waarmee ze overtollig zout efficiënt kunnen uitscheiden. Hierdoor kunnen ze zelfs in een omgeving met uitsluitend zeewater hun jongen van extra vocht voorzien.
>> Bekijk deze video voor ons onderzoek naar grote sternen en visdieven.
(lees verder onder de foto)

Grote stern – Yves Adams (Vildaphoto)
Hitte en groentekort zijn dodelijk – Sander Jacobs (Team Natuur & Maatschappij)
Wie tijdens een hittegolf in een versteende wijk woont, loopt meer risico dan wie vlak bij bomen, parken en schaduwrijke plekken woont. In Vlaanderen worden jaarlijks naar schatting honderden vroegtijdige overlijdens gelinkt aan zomerse hitte. De gevolgen treffen vooral ouderen, mensen met hart- of longproblemen, maar ook zwangere vrouwen en ongeboren kinderen. Armere mensen in dichtbevolkte wijken lopen het grootste risico.
Groen is tijdens een hittegolf veel meer dan een 'nice to have’. Bomen, parken, water en schaduwrijke straten koelen buurten af, zeker ’s nachts wanneer woningen nauwelijks afkoelen. De vaststelling is echter niet alleen dat er extra stedelijk groen moet bijkomen, de vraag is vooral: voor wie? Net in dichtbebouwde wijken met weinig groen wonen vaak mensen die moeilijk aan de hitte kunnen ontsnappen. Ze hebben vaak geen eigen tuin of kunnen niet met vakantie.
De vraag voor steden en gemeenten is dus waar schaduw, verkoeling en bereikbare groene ruimte vandaag ontbreken - en welke bewoners daar de gezondheidsprijs voor betalen.
>> Bekijk hier de atlas Blauwgroen Vlaanderen, met projecten die inzetten op groene en blauwe ingrepen.
(lees verder onder de foto)

Woonwijk in Lokeren – Yves Adams (Vildaphoto)
Een dag prospectie op de Linkerscheldeoever – Simon Braem (Team Soortenbehoud)
Ook voor onze veldmedewerkers en onderzoekers is de hitte zwaar. Langlopende monitoringprojecten en prospectierondes vinden doorlopend plaats, ook bij zeer hoge temperaturen. Daar kan Simon Braem over meespreken. Hij was gisteren aanwezig op de Linkerscheldeoever om prospectie uit te voeren in het kader van zijn onderzoek naar de argusvlinder. Het viel hem meteen op hoe diverse dieren omgingen met de hitte.
“Overal waar koeien toegang hadden tot het water gingen ze pootje baden. Soms stonden ze zelfs tot aan de hakken in het water. De aanwezige schapen bleven rustig verder grazen, maar voorbij de schaduwlijn was geen enkel dier meer te zien. Waar op de dijken geen bomen beschikbaar waren voor schaduw, zochten schapen hun toevlucht rond een geparkeerde tractoraanhanger. Een hevig hijgende moeder en twee lammetjes zochten verkoeling onder een zitbankje.”
Simon zag ook talrijke witjes, distelvlinders en bruine zandoogjes vliegen. “Vlinders zijn meesters in thermoregulatie, maar bij deze hitte kennen ook zij hun limieten. Ik kroop in een houtkant in de wegberm en vond een gehakkelde aurelia. Samen met duizenden vliegen, waaronder een tiental soorten zweefvliegsoorten, zocht de vlinder de beschutting van de houtkant op. Zelfs een bruin zandoogje, een soort die bekend staat als een ‘typische graslandsoort’, zocht zijn heil in de beschaduwde takkenjungle.
Ook de overdekte kijkhut nabij Saeftinghe was een veilige haven voor tal van insecten. “Ik stond versteld hoe een atalanta alweer het beste microklimaat wist te spotten: het diertje zat op de buitenzijde van de kijkhut, in de schaduw, met de vleugels gesloten en volop blootgesteld aan de zuidoostenwind.”
(lees verder onder de foto)

Atalanta zoekt verkoeling - Simon Braem
Simon deed overigens ook een paar mooie vogelwaarnemingen: “Spreeuwen kwamen samen bij een plasje op de parking om zich te wassen en te drinken. Zodra ze verstoord werden, vlogen ze op en werd hun plaats meteen ingenomen door een gele kwikstaart, een putter en enkele mussen. Het viel me ook op dat elke omheiningspaal naast de Polder Putten-West bezet was door een kokmeeuw of zwartkopmeeuw. De dieren maakten gebruik van de sterker waaiende wind anderhalve meter boven de grond. Eén paal werd zelfs door een grauwe gans ingepalmd, wat best een grappig beeld opleverde.”
(lees verder onder de foto)

Schapen zoeken verkoeling in de schaduw van een tractor - Simon Braem
Habitats en soorten in een veranderend klimaat – Maud Raman (team Milieu & Klimaat)
Wie meer wil lezen over de effecten van de klimaatverandering en de daarbij horende stijgende temperaturen, wisselende neerslagpatronen, langere periodes van droogte en hevigere stormen kan terecht in het rapport ‘Habitats en soorten in een veranderend klimaat’. Het rapport werpt een blik op de gevolgen van klimaatverandering voor de Vlaamse natuur en bossen in de periode 2015–2025.
De auteurs tonen hoe verschillende habitats en kwetsbaren soortgroepen (zoals libellen, dagvlinders, wilde bijen en amfibieën) reageren op deze veranderingen. Het rapport beschrijft de verwachte effecten op onder meer fenologie, verspreiding en ecosysteemdynamiek. Naast de risico’s bespreekt het rapport ook de kansen: welke klimaatadaptieve maatregelen kunnen natuur en bos weerbaarder maken?
Deze publicatie bundelt de nieuwste wetenschappelijke inzichten en vertaalt ze naar bruikbare kennis voor iedereen die betrokken is bij het beheer en de toekomst van de Vlaamse natuur.

IJzervallei – Yves Adams (Vildaphoto)