Nieuws

Terug naar overzicht

Onderzoek naar de halsbandparkiet

Biologische invasies vormen wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies. Door toedoen van de toenemende globalisering, wereldhandel en toerisme komen soorten terecht buiten hun natuurlijk verspreidingsgebied. Wanneer deze soorten zich vestigen, verspreiden en negatieve effecten hebben op de lokale natuur en biodiversiteit, dan spreken we van invasieve uitheemse soorten.

Met zijn knalgroen verenkleed en luide roep is de halsbandparkiet een opvallende verschijning in stadsparken en tuinen. Hoewel de Belgische populaties de afgelopen decennia enorm gegroeid zijn in en rond stedelijke kernen, komt deze papegaaiachtige hier van nature niet voor. De parkiet komt oorspronkelijk uit Afrika en Zuid-Azië maar heeft zich verspreid en gevestigd doorheen Europa. Daarnaast veroorzaakt de halsbandparkiet overlast, schade aan de landbouw en heeft de vogel een negatieve impact op de inheemse biodiversiteit. De halsbandparkiet is dus een invasieve uitheemse soort.

In het kader van een doctoraatsonderzoek bestuderen we het bewegingsgedrag van de halsbandparkiet. Op verschillende locaties zullen we parkieten vangen en voorzien van een zender, waarna ze opnieuw worden vrijgelaten. Door middel van deze zender zijn we in staat de locatie en bewegingen van de halsbandparkiet van op afstand te analyseren. Zo verkrijgen we meer inzicht in de habitattypes die de halsbandparkiet bezoekt, welke afstanden de soort dagelijks aflegt en hoe individuele parkieten verschillen in hun bewegingsgedrag. Met dit onderzoek willen we bijdragen aan de ecologische kennis van de soort en het ontwikkelen en optimaliseren van beheersstrategieën.

Voor meer informatie kan u mailen naar halsbandparkiet@inbo.be. Waarnemingen van de halsbandparkiet kan u melden via www.waarnemingen.be.

---

Dit doctoraat wordt via een beurs fundamenteel onderzoek van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek uitgevoerd.

---

 

FAQ

  1. Hoe worden de parkieten gevangen?

De parkieten worden gevangen door middel van mistnetten. Een mistnet is een fijn, bijna onzichtbaar net dat gebruikt wordt door ornithologen en is speciaal ontworpen voor het vangen van vogels. Het net wordt gespannen tussen twee palen, vogels die in het net vliegen kunnen veilig en snel verwijderd worden door de onderzoekers. Op deze manier kunnen de vogels onderzocht worden voor wetenschappelijk onderzoek. Een mistnet wordt altijd tijdelijk opgezet en staat steeds onder toezicht van onderzoekers.

  1. Doet het vangen de vogels pijn?

Neen. De wetenschappers die het onderzoek uitvoeren zijn gespecialiseerd in het vangen en hanteren van vogels. De vogels uit het net halen verloopt veilig en snel. De mistnetten staan steeds onder toezicht en de handelingstijd wordt tot een minimum beperkt zodat de vogels hier zo min mogelijk stress van ondervinden.

  1. Hoe wordt omgegaan met het risico op bijvangst van andere vogelsoorten?

Bij het werken met mistnetten is er altijd een risico op bijvangst van andere vogelsoorten, dit is inherent aan de vangstmethode. Om de impact op de vogels te minimaliseren en onnodige stress te vermijden worden de netten continu gemonitord zodat de vogels zo snel mogelijk uit het net verwijderd kunnen worden en vrijgelaten kunnen worden. Dit zorgt ervoor dat de ‘handling time’ beperkt blijft en de vogels hier minimale stress van ondervinden.

  1. Heeft het onderzoek impact op de halsbandparkieten?

De impact op de vogels wordt minimaal gehouden. De zenders die bevestigd worden op de rug van de parkieten zijn zeer licht en worden op een ethische manier aangebracht. Een pilootstudie wees reeds uit dat het aanbrengen van de zender geen impact heeft op het normaal functioneren van de vogel.

Na het aanbrengen van de zender worden de vogels onmiddellijk vrijgelaten.

(lees verder onder het beeld)

  1. Waarom gebruiken jullie een zender?

De zender wordt gebruikt om individuele halsbandparkieten te volgen. Zo krijgen we meer inzicht in:

  • de dagelijkse verplaatsingen;
  • de habitattypes die ze gebruiken;
  • waar de vogels foerageren;
  • de afstand tussen broed- en foerageergebieden.
  1. Kan ik een halsbandparkiet met een zender herkennen?

Ja, deze kan je herkennen aan de kleine zender die op de rug van de parkiet hangt of aan de antennes die aan de zender hangen. Als je een parkiet met zender ziet kan je een foto doorsturen naar halsbandparkiet@inbo.be met vermelding van de locatie.

  1. Het onderzoek loopt tijdens het broedseizoen, wat is hiervan de mogelijke impact?

Het onderzoek wordt uitgevoerd in de periode maart-mei, omdat we specifiek geïnteresseerd zijn in het ruimtelijk bewegingsgedrag van de halsbandparkiet tijdens het broedseizoen en in de afstand tussen broed- en foerageergebieden. De vangsten gebeuren met mistnetten die worden opgesteld op foerageerlocaties en brengen op zichzelf geen verstoring met zich mee voor broedende vogels in de omgeving. Het is correct dat bij het gebruik van mistnetten ook niet-doelsoorten kunnen worden gevangen, wat inherent is aan deze vangstmethode. Om de impact hiervan te beperken, nemen we verschillende maatregelen. Ten eerste gebruiken we netten met een grotere maaswijdte (30 mm), die geschikt zijn voor halsbandparkieten maar waarbij kleinere vogelsoorten minder kans hebben om vast te blijven zitten en in veel gevallen zelfs zelfstandig kunnen ontsnappen. Ten tweede worden de netten continu opgevolgd, zodat eventuele niet-doelsoorten snel uit het net kunnen worden gehaald.

  1. Waarom is dit onderzoek belangrijk?

Het onderzoek draagt bij aan een beter inzicht in de verspreiding en de impact van de invasieve halsbandparkiet. Deze kennis is essentieel om schade en overlast beter te begrijpen, beheerstrategieën uit te werken en zo toekomstige beheerkosten te beperken en de inheemse biodiversiteit te beschermen.