ICT en digitale competenties in de onderwijsdoelen: bereid je leerlingen voor op de digitale toekomst
De digitale competenties in de onderwijsdoelen zijn onmisbaar voor je leerlingen. Met die competenties bereiden ze zich voor op de digitale maatschappij en arbeidsmarkt van morgen. In dit artikel krijg je een overzicht van die onderwijsdoelen en ontdek je hoe je die realiseert in je klas.
Het Vlaamse Digiplan 2025-2029 is je strategische gids om je leerlingen om te vormen van passieve consumenten tot kritische, actieve gebruikers in een digitale samenleving. Door nu structureel te investeren in veilige infrastructuur, je team te professionaliseren en computationeel denken in je pedagogische project te integreren, bouw je een krachtige leeromgeving waarmee je ze klaarstoomt voor die digitale toekomst.
Maar wat staat er precies in de onderwijsdoelen van het basis- en secundair onderwijs over ICT en digitale competenties? Hoe is het gesteld met de digitale vaardigheden van onze leerlingen? En hoe kan je de digitale competenties van je leerlingen verder ontwikkelen? Je ontdekt het allemaal in dit artikel.
Digitaal competent zijn, da’s meer dan kunnen klikken
Digitale informatie verwerken, in een digitale omgeving communiceren en inhoud creëren: digitale competenties zijn veel meer dan dat alleen. Ook dit zijn digitale competenties:
- computationeel denken: problemen analyseren en er logische oplossingen (algoritmes) voor ontwikkelen
- inzicht in de werking van digitale systemen
- mediawijsheid: kritisch, bewust en creatief met digitale en analoge media kunnen werken.
Dankzij de combinatie van die competenties krijgen je leerlingen nieuwe, digitale technologieën onder de knie en kunnen ze die kritisch, doelgericht en verantwoord gebruiken om te leren, te werken en aan de maatschappij deel te nemen.
De Vlaamse overheid nam die competenties op in de onderwijsdoelen(opent in nieuw venster): de minimumdoelen voor het (buitengewoon) basisonderwijs en de eindtermen voor het secundair onderwijs.
Ze bepalen wat je leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen. Je bent verplicht ze in je lessen aan bod te laten komen, maar je bent vrij in hoe je dat doet.
De minimumdoelen en eindtermen garanderen zo dat alle scholen in Vlaanderen een gemeenschappelijk kwaliteitsniveau hebben en dat alle leerlingen gelijke onderwijskansen krijgen.
Overzicht van de onderwijsdoelen over ICT en digitale competenties
Minimumdoelen ICT in het basisonderwijs
Sinds 1 september 2025 zijn er in het (buitengewoon) basisonderwijs nieuwe minimumdoelen voor:
- het kleuteronderwijs
- het 4de jaar lager onderwijs
- het 6de jaar lager onderwijs.
Als je wil, kan je nu al vrijwillig met die doelen starten. Je moet ze pas vanaf 1 september 2026 stap voor stap invoeren.
Een minimumdoel bestaat uit een doelzin en een mogelijke afbakening van die doelzin in bullets. In de doelzin staat ook de woordenschat die je leerlingen moeten kennen. Bij sommige minimumdoelen vind je cursief meer uitleg en/of enkele voorbeelden, en in de kolom ernaast richtinggevende woordenschat. Ze verduidelijken de minimumdoelen, maar zijn er geen deel van. Je leerlingen hoeven ze niet te kennen.
Er zijn geen minimumdoelen voor kleuteronderwijs bij dit onderdeel.
4de jaar:
8.3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: de online privacy, de persoonlijke gegevens, de/het account.
- Online privacy: zelf kiezen welke informatie je deelt en met wie.
- Persoonlijke gegevens: zaken zoals naam, adres, geboortedatum, telefoonnummer of school.
- Account: digitale toegang om in te loggen op een leerplatform, website of spel, vaak met een gebruikersnaam, wachtwoord en/of code.
6de jaar:
8.3.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: het auteursrecht, het portretrecht, de online veiligheid, het nepnieuws.
- Auteursrecht: bescherming van eigen creaties.
- Portretrecht: recht op afbeelding.
- Online veiligheid: verantwoord gedrag om jezelf en anderen te beschermen op het internet.
- Nepnieuws: informatie die bewust fout of verzonnen is om mensen te misleiden.
8.3.2 De leerlingen kennen basisprincipes van auteursrecht en portretrecht:
- Wat iemand zelf maakt, zoals een tekst, foto of video, mag niet zomaar door anderen gebruikt of gekopieerd worden.
- Iemand mag niet gefotografeerd of gefilmd worden zonder goedkeuring van die persoon.
- Een foto of video waarop iemand herkenbaar afgebeeld staat, mag enkel gepubliceerd of gedeeld worden als die persoon toestemming geeft.
8.3.3 De leerlingen kennen mogelijkheden om zichzelf en anderen online te beschermen.
Bijvoorbeeld:- een sterk wachtwoord kiezen
- weten met wie je omgaat
- weten bij wie je terechtkunt voor hulp.
8.3.4 De leerlingen kunnen de impact van digitale media op hun eigen leefwereld, fysieke en morele integriteit en die van anderen illustreren waaronder:
- ethische aspecten
- sociale aspecten
- regelgevende aspecten
- gezondheidsaspecten
- veiligheidsaspecten
Bijvoorbeeld:
- Berichten of screenshots bekijken en herkennen wanneer iemand wordt buitengesloten, gepest of gekwetst.
- Herkennen hoe bedrijven leerlingen proberen te beïnvloeden via online reclame, spelletjes of influencers.
- Situaties herkennen waarin veel schermtijd leidt tot vermoeidheid of afleiding.
- Cookies herkennen als het gevolg van de privacywet.
Richtinggevende woordenschat: privacy-instellingen, grenzen stellen, nettiquette.
Kleuteronderwijs
Voor het kleuteronderwijs zijn er voor de vakdiscipline ICT geen minimumdoelen vastgelegd. Maar omdat je met digitale technologie ook kleuters speels en ontwikkelingsgericht kan helpen leren en ontdekken, kan je er als school zelf voor kiezen om bewust en doordacht met ICT te werken.
Je lessen hoef je daar niet ingrijpend voor aan te passen. Met kleine klasactiviteiten kunnen kleuters al veel leren en ontdekken. In het artikel ICT in de kleuterklas? Tuurlijk! vind je hoe je ICT laagdrempelig kan gebruiken, welke voordelen ICT heeft en waar je op kan letten om geschikte toepassingen te kiezen.
4de en 6de jaar lager onderwijs
Van het 4de tot het 6de jaar lager onderwijs worden de minimumdoelen ICT duidelijk opgebouwd.
- Computationeel denken
De doelen evolueren van basisbegrippen kennen en met eenvoudige, lineaire algoritmes werken, naar digitale systemen beter begrijpen en algoritmes met herhaling en keuzes ontwerpen. - Digitale informatievaardigheid
De focus verschuift van elementair gebruik van apparaten, bestanden en zoekstrategieën naar doelgericht beheer, digitale bronnen beoordelen en kennismaken met artificiële intelligentie. - Mediawijsheid
De doelen groeien van inzicht in online privacy en persoonlijke gegevens naar auteurs- en portretrecht, nepnieuws, de impact van digitale media en ruimer en kritisch met online veiligheid omgaan. - Digitale creatie
Digitale creatie wordt pas in het 6de jaar geïntroduceerd. Je leerlingen maken kennis met de verschillende mogelijkheden van digitale communicatie.
Ook in andere vakdisciplines komen ICT-kennis en vaardigheden aan bod. Enkele voorbeelden in de vakdisciplines van het 6de jaar:
- In de doelen persoonsvormende en socialiserende vaardigheden van de vakdiscipline attitudes:
9.1.8 De leerlingen weten hoe racisme en discriminatie in de (sociale) media voorkomen. - In de domeinoverschrijdende doelen van de vakdiscipline muzische vorming:
6.1.4 De leerlingen kunnen de vormgevingsmiddelen audio- en beeldbewerkingssoftware van het muzische domein media toepassen. - In het onderwerp schrijven van de vakdiscipline Nederlands:
1.2.3 De leerling kan een digitale tekst schrijven.
1.2.17 De leerling kan teksten schrijven met een verzorgde (digitale) tekstopmaak in functie van verzenden of publiceren.
Eindtermen digitale competenties in het secundair onderwijs
Tijdens de modernisering van het secundair onderwijs voerde de overheid nieuwe eindtermen in en deelde ze die in sleutelcompetenties op. Digitale competenties is een van die sleutelcompetenties.
In de digitale competenties van de 1ste graad secundair onderwijs staan 5 eindtermen:
- 04.01 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitaal te communiceren.
- 04.02 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te creëren.
- 04.03 De leerlingen gebruiken doelgericht basisfunctionaliteiten van toepassingen om digitale inhouden te beheren aan de hand van een aangereikte structuur.
- 04.04 De leerlingen passen ethische, sociale en legale regels toe bij het gebruiken van digitale technologie.
- 04.05 De leerlingen ontwerpen doelgericht een digitaal en niet-digitaal algoritme volgens de principes van computationeel denken en debuggen het.
De eindtermen van de 2de graad bouwen voort op die van de 1ste graad:
- De leerlingen gebruiken doelgericht courante functionaliteiten van vergelijkbare toepassingen om digitaal te communiceren en digitale inhouden te creëren en te beheren.
- De leerlingen respecteren ethische, sociale en legale regels bij het gebruiken van digitale technologie.
- De leerlingen analyseren de impact van digitale systemen op de maatschappij vanuit principes van computationeel denken.
De basisfunctionaliteiten worden uitgebreid met ‘courante functionaliteiten’ die de gebruikerservaring verbeteren. Bijvoorbeeld sneltoetsen. Er wordt ook verwacht dat je leerlingen een functionaliteit die ze in de ene toepassing leerden ook in een andere, vergelijkbare toepassing gebruiken. Bijvoorbeeld: in elke toepassing waarin ze met teksten kunnen werken, maken ze spontaan hun tekst op met vet, cursief, onderstrepen, lettertype, lettergrootte, tekstkleur, …
In de 3de graad wordt verder ingezet op 2 eindtermen:
- De leerlingen gebruiken doelgericht courante functionaliteiten van vergelijkbare toepassingen om digitale inhouden te creëren.
- De leerlingen respecteren ethische, sociale en legale regels bij het gebruik van digitale technologie.
De digitale vaardigheden van onze leerlingen
Uit recente peilingen van MICTIVO 4 en uit de internationale ICILS-studie blijkt dat Vlaamse leerlingen een stevige basis hebben in algemene computercompetenties en dat ze een positieve houding aannemen tegenover ICT in leren. Hun communicatieve digitale vaardigheden, zoals e-mailgebruik, kunnen nog groeien: een kans voor leraren om hen daar actief bij te begeleiden.
Oudere leerlingen ontwikkelen duidelijk meer digitale competenties. Hoewel verschillen tussen jongens en meisjes klein zijn, laten meisjes net iets meer enthousiasme zien. Dankzij initiatieven zoals de Digisprong verbeteren digitale vaardigheden zowel in het lager als secundair onderwijs sterk, vooral in computerkennis en praktische toepassingen.
Vlaamse leerlingen scoren internationaal top. Ze zijn goed voorbereid om met digitale informatie om te gaan en om complexe problemen op te lossen. Dat bewijst dat digitale geletterdheid en computationeel denken in de lessen integreren wérkt. Voor leraren loont het dus om actief te blijven inzetten op digitale vaardigheden, te experimenteren, en leerlingen te laten ontdekken hoe ICT hen helpt leren en creatief zijn.
Van onderwijsdoel naar de klas: hoe ontwikkel je digitale competenties?
De Vlaamse overheid koppelt de eindtermen en minimumdoelen niet vast aan vakken of leergebieden. Het is je schoolbestuur dat die met elkaar verbindt. Daarmee heb je als school de kans om de digitale vaardigheden van je leerlingen te ontwikkelen door ze bij hun leefwereld en op elkaar te laten aansluiten. Met een doordachte aanpak – liefst als onderdeel van je ICT-beleidsplan – bewaak je daarbij het evenwicht tussen integratie en verdieping. Een ICT-beleidsplan waarin je voor alle digitale competenties genoeg aandacht hebt, maak je met Pictos.
Maak een apart leertraject
Voor onderwijsdoelen zoals mediawijsheid, computationeel denken en digitale veiligheid kan je met een apart leertraject voor focus en continuïteit zorgen. Om je daarbij te helpen, ontwikkelde het Kenniscentrum Digisprong een gids over computationeel denken en programmeren. Daarin vind je:
- voorbeelden uit de onderwijspraktijk
- een overzicht van bruikbare toepassingen
- concrete tips en tricks om met computationeel denken in de klas aan de slag te gaan.
Speel in op evoluties
Bij de uitwerking van je curriculum kan je vooruitkijken en inspelen op de evoluties in de maatschappij en de technologie. Naast de basisvaardigheden aanleren heb je ruimte om je leerlingen geleidelijk vertrouwd te maken met nieuwe domeinen zoals artificiële intelligentie, data-ethiek en cybersecurity. Zo help je ze uitgroeien tot niet alleen vaardige, maar ook kritische, bewuste en verantwoordelijke gebruikers.
Professionaliseer je leraren
Een sterke digitale aanpak staat en valt met de expertise van je leraren. Je kan ze gericht professionaliseren, in team met elkaar laten samenwerken en ze hun kennis over vak- en leergebieden heen met elkaar laten delen. Het Kenniscentrum Digisprong ondersteunt die professionalisering met onder andere bootcamps en tools zoals Digisnap.
Evalueer digitaal
Digitale competenties evalueren? Ook dat vraagt om een doordachte aanpak. Digitalisering kan je helpen om op andere manieren te evalueren. Denk aan:
- videofragmenten tonen in vragen
- een elektronisch portfolio bijhouden
- geluidsfragmenten toevoegen
- gepersonaliseerd evalueren
- direct persoonlijke feedback geven.
Meer inspiratie vind je in de Wegwijzer Digitaal Evalueren(PDF bestand opent in nieuw venster).
Gebruik de Leerlijn Mediawijsheid
Kenniscentrum Mediawijs ontwikkelde een kant-en-klare Leerlijn Mediawijsheid(opent in nieuw venster). De leerlijn:
- helpt je leraren en schoolteam om mediawijsheid doelgericht in je lessen en beleid te integreren
- zet de mediawijze leerdoelen en competenties op een rij die een gemiddelde leerling van in de kleuterschool tot in de 3de graad secundair onderwijs zou moeten verwerven
- helpt om lessen te plannen, materialen te kiezen en mediawijze activiteiten te organiseren.
Je leraren kunnen je leerlingen onder meer de mediawijze competenties van deze 5 leerdoelen stap voor stap helpen ontwikkelen:
- informeren: zichzelf en anderen op de hoogte brengen en houden
- creëren: media voor zichzelf en anderen maken
- interageren: meningen, gevoelens en boodschappen uitwisselen met anderen
- amuseren: zichzelf en anderen entertainen
- verweren: opkomen voor zichzelf, anderen en hun overtuigingen.