Publicatiedatum: 11/03/2026
20% van Vlaanderen bestaat uit beschermde gebieden die onderling verbonden zijn.
Figuur 1: aandeel (%) beschermde en geconnecteerde beschermde gebieden van de totale oppervlakte van Vlaanderen. Het aandeel geconnecteerde beschermde gebieden is op basis van de referentiedispersieafstand van 10 km. De lichtgrijze lijnen en punten geven de trend weer voor dispersieafstanden 1, 30 en 100km. De stippellijnen geven de globale doelen van de biodiversiteitsverdragen van de Verenigde Naties voor 2020 en 2030 weer.
De indicator ‘functionele connectiviteit van beschermde gebieden’ berekent het percentage van een land of regio dat bedekt is door onderling verbonden beschermde gebieden (Saura e.a. 2018). Een gebied is geconnecteerd wanneer er een effectieve uitwisseling van organismen, genen, of andere ecologische processen kan plaatsvinden tussen verschillende delen van het landschap. Deze indicator beoordeelt hoe goed een systeem van beschermde gebieden in een bepaald land of regio ontworpen is op vlak van connectiviteit. Het is een van de voorgestelde indicatoren om de voortgang richting actiedoel 3 van het Kunming-Montreal mondiaal biodiversiteitskader voor 2030 te evalueren. Het doel van 30% geconnecteerde beschermde gebieden is een globaal doel. Dit betekent niet dat landen of regio’s individueel dit doel moeten behalen, maar alle landen moeten samen tot dit vooropgesteld percentage komen. In de vorige strategie van de Verenigde Naties voor 2020 werd de indicator gebruikt om de vooruitgang richting Aichi-doel 11 te evalueren.
De verbondenheid of connectiviteit van natuur is essentieel om ecologische en evolutionaire processen zoals genuitwisseling, migratie en verschuivingen in de verspreidingsgebieden van soorten mogelijk te maken. Deze processen zijn cruciaal voor het voortbestaan van levensvatbare populaties, vooral wanneer ze geconfronteerd worden met klimaat- en milieuveranderingen in steeds meer door de mens omgevormde en gefragmenteerde landschappen. De leefgebieden van soorten kunnen structureel en/of functioneel verbonden zijn. Een structurele verbinding is een fysieke verbinding tussen twee gebieden, zoals een houtkant tussen twee bosgebieden. We spreken van een functionele verbinding als soorten ook echt van een verbinding gebruik maken. Bij functionele connectiviteit hoeft de fysieke verbinding er niet noodzakelijk te zijn, een soort kan zich ook tussen de verschillende gebieden verplaatsen via het tussenliggende landschap. De functionele connectiviteit is afhankelijk van de kenmerken van een soort (mobiel of weinig mobiel), de afstand tussen de gebieden en de geschiktheid van het tussenliggende landschap voor een soort.
De indicator die we hier bespreken is een maat voor de functionele connectiviteit van beschermde gebieden. Hoewel beschermde gebieden vaak fungeren als kerngebieden, is het belangrijk te benadrukken dat soorten zich niet beperken tot deze zones in het landschap. Daarnaast houdt deze indicator voorlopig alleen rekening met de onderlinge afstand tussen de gebieden. Om de verscheidenheid in het verplaatsingsgedrag tussen soorten in rekening te brengen, wordt met verschillende dispersieafstanden gewerkt (zie metadata). De doordringbaarheid van het tussenliggende landschap voor soorten zal in een toekomstige versie opgenomen worden.
In 2024 bestond 23 procent van de oppervlakte van Vlaanderen uit gebieden met een (inter)nationaal beschermingsstatuut (zie indicator ‘Oppervlakte beschermde gebieden’). 20 procent van de oppervlakte bestaat uit beschermde gebieden die functioneel verbonden zijn (figuur 1). Dat is een derde onder het streefdoel van het biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties om tegen 2030 30 procent van de landoppervlakte te behouden via goed verbonden systemen van beschermde gebieden (Actiedoel 3). Dit is echter een mondiale doelstelling, die niet voor individuele landen of regio’s geldt. Sinds 2021 is de oppervlakte beschermde gebieden slechts met 0,3% toegenomen. De oppervlakte geconnecteerde beschermde gebieden volgt deze minimale toename.
Publicatiedatum: 11/03/2026
De indicator ‘functionele connectiviteit beschermde natuur’ wordt berekend volgens de methode van Saura e.a. (2018) and Saura e.a. (2017), de ‘ProtConn’ methode (protected connected). Hiervoor wordt de volgende formule toegepast:
\(ProtConn = 100 \ast \frac{ \sqrt{\sum_{i=1}^{n+t}\sum_{j=1}^{n+t} a_{i}a_{j}{p_{ij}}^{*}}}{A_{L}}\)
waarbij \(n\) het aantal beschermde gebieden is binnen Vlaanderen, \(t\) het aantal beschermde gebieden binnen een buffer van 50 km buiten de grenzen van Vlaanderen, \(a_{i}\) en \(a_{j}\) de oppervlaktes van de beschermde gebieden \(i\) en \(j\), \(A_{L}\) de oppervlakte van Vlaanderen, en \({p_{ij}}^{*}\) de maximale probabiliteit over alle paden die gebieden \(i\) en \(j\) verbinden. De probabiliteit van de paden die twee gebieden verbinden wordt berekend volgens een negatieve exponentiële functie waarbij de kans \(p_{ij}\) 0,5 is bij een afstand gelijk aan de mediane dispersieafstand. De afstand wordt berekend tussen de randen van de gebieden.
De indicator wordt berekend voor vier generieke soortenprofielen met een mediane dispersieafstand van 1, 10, 30 en 100 km. In navolging van het Europees kenniscentrum voor biodiversiteit rapporteren we in de eerste plaats de resultaten voor een dispersieafstand van 10 km; de overige afstanden worden ter referentie in het grijs weergegeven in figuur 1. Gebieden buiten Vlaanderen kunnen de verbinding tussen de Vlaamse gebieden verbeteren. Daarom wordt een zone van 50 km rond Vlaanderen in rekening gebracht bij de berekening van de indicator. Voor meer details verwijzen we naar Saura e.a. (2018) and Saura e.a. (2017). Voor de berekening werd een op maat gemaakte R-functie geschreven op basis van de functie ‘MK_protconn’ uit het R pakket ‘Makurhini’ van Godínez-Gómez en Correa Ayram (2020). Deze functie is terug te vinden in de broncode van deze indicator.
De indicator die wordt gerapporteerd door het Europees kenniscentrum voor biodiversiteit wordt alleen voor beschermde gebieden groter dan 1 km². Aangezien Vlaanderen veel kleine beschermde gebieden telt, wordt de indicator hier berekend op basis van alle beschermde gebieden, dus ook die kleiner dan 1 km².
Het aandeel geconnecteerde beschermde gebieden wordt berekend op basis van de kans op dispersie aan de hand van een probabiliteit die afneemt met afstand. Er wordt dus geen rekening gehouden met de tussenliggende landschapsmatrix en welke weerstand deze biedt voor dispersie van organismen. Een zone met intensief landgebruik, zoals bebouwing of akkers kan de dispersie van soorten hinderen, waardoor de effectieve dispersieafstand kleiner wordt. De huidige indicator overschat dus de werkelijke connectiviteit.
Broncode indicator: functionele_connectiviteit.Rmd
Broncode metadata: metadata_functionele_connectiviteit.Rmd
| Beschrijving | Gegevens | Metadata |
|---|---|---|
| functionele connectiviteit van beschermde gebieden in Vlaanderen | functionele_connectiviteit.csv | functionele_connectiviteit.yml |