Cameravallen voor wildbeheer. Een praktische gids voor studieopzet, veldwerk en data-analyse
Een groot deel van het rapport gaat over statistische methoden om de verzamelde gegevens te analyseren.
Ten slotte geeft het praktische richtlijnen voor het opzetten van een cameravalonderzoek. Een algemene aanbeveling is om minimaal 35 cameralocaties te gebruiken voor een periode van 3 tot 5 weken. Voor zeldzame of schuwe soorten is een grotere inspanning nodig. Een systematische opstelling in een rasterpatroon is ideaal om aanwezigheid en dichtheid te schatten.
Details
| Aantal pagina's | 141 |
|---|---|
| Type | Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek |
| Categorie | Onderzoek |
| Taal | Nederlands |
Bibtex
@book{566bfd0a-acb7-4ed3-bb64-e81fa35e794f,
title = "Cameravallen voor wildbeheer",
abstract = "Dit rapport is een uitgebreide handleiding voor het gebruik van cameravallen. Het focust op de aanwezigheid, verspreiding, activiteitenpatronen, populatiegrootte en -dichtheid van diersoorten. Het doel is om onderzoekers, wildbeheerders en beleidsmakers te helpen bij het opzetten en analyseren van onderzoek met cameravallen.
Een groot deel van het rapport gaat over statistische methoden om de verzamelde gegevens te analyseren.
Ten slotte geeft het praktische richtlijnen voor het opzetten van een cameravalonderzoek. Een algemene aanbeveling is om minimaal 35 cameralocaties te gebruiken voor een periode van 3 tot 5 weken. Voor zeldzame of schuwe soorten is een grotere inspanning nodig. Een systematische opstelling in een rasterpatroon is ideaal om aanwezigheid en dichtheid te schatten.
",
author = "Martijn Bollen and Lynn Pallemaerts and Anneleen Rutten and Jim Casaer",
year = "2025",
month = jan,
day = "01",
doi = "10.21436/inbor.130153179",
language = "Nederlands",
publisher = "Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek",
address = "België",
}